Mondelinge vraag inzake de verstrenging van de IGO voor niet EU-burgers

12 juni 2012

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de vice-eersteminister en minister van Pensioenen over "de verstrenging van de IGO voor niet EU-burgers" (nr. 12388)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, u wil de voorwaarden om te kunnen genieten van de IGO optrekken tot 312 effectief  gewerkt  dagen. Tijdens  de voorstelling van de programmawet in onze commissie kon u aanvankelijk niet meedelenhoeveel niet-EU burgers toegang tot de IGO verkregen op basis van minder dan 312 gewerkte dagen. U had het over 5 000 personen maar dat er geen splitsing mogelijk was.

Later tijdens een volgende commissie, tijdens een discussie met staatssecretaris De Block, bleek het zogenaamde misbruik van het stelsel van de IGO door niet-EU burgers nogal mee te vallen, vandaar twee vragen voor u.

Kunt u mij ondertussen meedelen voor 2010 en voor 2011, hoeveel niet-EU burgers het recht op IGO verworven hebben op basis van minder dan 312 gewerkte dagen?

Kunt u mij het bedrag zeggen dat uitbetaald werd aan niet-EU burgers die IGO verworven hebben op basis van minder dan 312 effectief gewerkte dagen omdat ook hier het bedrag wel eens varieerde in de antwoorden?

Minister Vincent Van Quickenborne: Ik heb hier alle cijfers mee. Dus het aantal niet-EU burgers die genieten van een IGO met ingangsdatum van 2010 en 2011 en die minder dan 312 dagen hebben gewerkt. Ik ga u de cijfers onmiddellijk geven.

Dan het maandelijks bedrag dat uitbetaald wordt. De cijfers die ik u zal meedelen kunnen nog gepubliceerd worden.

De aantallen die ik u zal geven moeten wel verminderd worden met een aantal niet-EU burgers dat ook na de verstrenging van de reglementering nog steeds kunnen gebruik maken van de IGO. Het gaan dan over de Noren, de IJslanders en de inwoners van Liechtenstein die tot de EER behoren maar niet tot de EU, de langdurige verblijvers, personen die onder de toepassing vallen van de Europese verordening betreffende de coördinatie (…) van de Sociale Zekerheid, de staatlozen, erkende vluchtelingen en onderdanen  van  landen  waarmee  België  een wederkerigheidsovereenkomst heeft afgesloten. Het resterende aantal derdelanders dat in 2011 theoretisch aanspraak wou maken op de IGO, en die minder dan 312 dagen hebben, in de regeling voor werknemers bedroeg in 2011, zoals eerder vermeld door collega De Block, maximum 32 mensen.

Waarom doen we dat dan? Budgettair zal het ons niet veel opleveren. Het is vooral een maatregel om ervoor te zorgen dat we mogelijk misbruik in de toekomst willen tegengaan. Het is een kier die openstaat. Stel dat die maatregel niet zou gewijzigd zijn en dat derdelanders na één dag werken ook hier van een IGO kunnen genieten en de maatregel door publiciteit zou worden gebruikt en misbruikt, willen we die kier bewust sluiten.

Daarom sluiten wij de deur en vermijden wij misbruik in de toekomst.

Karolien Grosemans (N-VA): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

Ik ben het volledig met u eens. Hoe klein het misbruik ook is, indien het onze sociale zekerheid ondergraaft, moeten er maatregelen worden getroffen. Het is dus een goede beslissing.