Mondelinge vraag inzake de vertegenwoordiging van vrouwen in het leger

30 januari 2013

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de minister van Landsverdediging over "de vertegenwoordiging van vrouwen in het leger" (nr. 15469)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, het Amerikaanse leger maakt nog dit jaar komaf met het verbod op vrouwen in gevechtsposities.

In ons land zijn er in principe geen beperkingen voor vrouwelijke militairen, hoewel zij niet overal even sterk vertegenwoordigd zijn. Hun aandeel in gevechtseenheden ligt rond de 4 %. Er zijn ook minder vrouwen met een hogere graad. In mei vorig jaar was ongeveer 4 % van de kolonels en generaals een vrouw, terwijl er in totaal ongeveer 8 % vrouwen in het leger zijn. Dat cijfer is al tien jaar min of meer hetzelfde. Sinds 2010 is er zelfs sprake van een daling, ondanks verschillende maatregelen. Ondertussen blijft het aandeel vrouwen in legers van landen als Nederland, Duitsland en Frankrijk stijgen tot zelfs 15 % in dat laatste land.

Mijnheer de minister, daarover heb ik de volgende vragen.

Hebt u een verklaring voor het feit dat het aandeel vrouwelijke militairen bij ons, in tegenstelling tot in de buurlanden, stagneert en zelfs daalt, ondanks maatregelen?

Slaagt Defensie er niet in om meer vrouwen te rekruteren, of haken er net te veel vrouwen af tijdens de opleiding of nadien tijdens hun loopbaan?

Welke zijn de belangrijkste concrete maatregelen en initiatieven die sinds 2007 genomen zijn om Defensie aantrekkelijker te maken voor vrouwen? Welke daarvan waren specifiek gericht op de vertegenwoordiging van vrouwen in buitenlandse operaties en in hogere functies?

Heeft er al een evaluatie van die maatregelen plaatsgevonden? Zo ja, wat was het resultaat ervan? Zo nee, waarom niet?

Tot slot, Defensie werkt binnen haar diversiteitbeleid niet met genderquota. Worden er wel streefcijfers gehanteerd? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet?

Minister Pieter De Crem (In het Frans): Er bestaat geen gendersegregatie bij Defensie. In alle selecties wordt naar competenties gepeild en alle functies staan open voor vrouwen.

(In het Frans) We beschikken over een actieplan inzake diversiteit en gender. Het maakt deel uit van het nationale actieplan voor de implementatie van  VN-resolutie 1325  over vrouwen, vrede en veiligheid. In het nieuwe nationale actieplan 2013-2016 zal aandacht worden geschonken  aan  een  betere participatie van vrouwen aan de vredesprocessen, alsook aan de verbetering  van  hun maatschappelijke positie.

(In het Frans) Bij Defensie bestaat er evenmin een glazen plafond. Hoewel er op het  totale  personeelsbestand slechts 8 à 9 procent vrouwen zijn, is er wat de officieren betreft een opwaartse tendens merkbaar. Het duurt echter enige tijd eer die evolutie ook gevolgen heeft voor de hogere functies. Wat het burgerpersoneel betreft, zijn de vrouwen goed voor 38 procent van de contractuele personeelsleden en voor 64 procent van het totale aantal personeelsleden.

Mevrouw Grosemans, de lichte gemiddelde daling van het aantal vrouwen bij het militair personeel is verbonden aan de aard van de opengestelde plaatsen voor de werving gedurende de laatste jaren. De nadruk wordt immers gelegd op kritieke functies, met name de gevechts- en technische functies, die minder vrouwen aantrekken. Dat is een vaststelling. Er zijn geen eenduidige cijfers beschikbaar over de attritie van vrouwelijke militairen.

Er werden verscheidene initiatieven bij Defensie genomen met als doel de vertegenwoordiging van de vrouwen te verhogen, meer in het bijzonder in het kader van vredesoperaties. Deze initiatieven waken over de integratie van de vrouwen zonder deze te privilegiëren.

Defensie baseert zich immers op de competenties van haar personeel, onafhankelijk van het geslacht. Momenteel is 5 % van het personeel in de operaties vrouwelijk, tegenover 8 % vrouwelijk personeel op de totaliteit van het militaire personeel. Defensie beschikt over twee vrouwen in topfuncties. Er is één vrouwelijke generaal-majoor aan het hoofd van het stafdepartement Well-being, zij werd door mij benoemd, en er is één vrouwelijke ambtenaar aan het hoofd van de algemene dienst Juridische Steun en Bemiddeling, zij werd eveneens door mij benoemd.

In het kader van de buitenlandse operaties stond recent een vrouwelijke militair aan het hoofd van het detachement van BELUFIL in Libanon. Op dit moment vervult zij er de functie van National Contingent Commander, NCC. Aan boord van het Franse marineschip FS La Marne stond aan het hoofd van de cel Planning van de Operaties in het kader van de operatie Atalanta eveneens een Belgische vrouwelijke militair. Tijdens haar deelname aan de mijnenbestrijdingsopdracht in de Baltische Zee was zij ook commandant van de Belgische mijnenveger Lobelia.

Dit toont aan dat de Belgische vrouwelijke militairen ook in het kader van internationale operaties topfuncties kunnen betrekken. Defensie hanteert geen quota noch becijferde doelstellingen met betrekking tot het vrouwelijk personeel. Het competentiemanagement wordt toegepast onafhankelijk het geslacht. Het is immers niet de bedoeling om in dit kader te vervallen in positieve discriminatie.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, uit uw antwoord hoor ik wel dat de politieke wil bestaat om meer vrouwen in het leger aan te trekken. Ik hoor dat u daarin investeert, dat u plannen hebt en dat er uitgaven gebeuren in die zin, maar ik denk wel dat er dringend een evaluatie moet plaatsvinden. Het is immers duidelijk dat het onvoldoende is. De doelgroep wordt duidelijk niet bereikt. Het gaat niet om het feit dat vrouwen niet slagen; zij nemen gewoon niet deel aan bepaalde disciplines. Er loopt dus duidelijk iets mis.

Ik ga regelmatig kijken op de site paracommando.com, een heel interessante site. Ik was heel benieuwd naar de reactie van die mannen op de site. Zij zeiden dat het echt niet kon dat er bepaalde domeinen waren waar vrouwen niet zouden kunnen slagen zoals bij de para’s of de special forces. Zij kennen verschillende vrouwen die veel beter getraind waren, die dat zeker zouden aankunnen. Dan moet er toch iets mis zijn. Ik meen dat wij een bepaalde mentaliteit moeten doorbreken.

Ik voel zelf aan dat bepaalde militairen het al moeilijk hebben met vrouwen in de commissie voor de Landsverdediging. Ik krijg daarover mails, zoals, en ik citeer: “Vrouwmens, ga terug naar uw keuken. Wat weet gij nu van bewapening?” Ik denk dus dat wij de mentaliteit moeten doorbreken.

Misschien moeten wij ook eens over het muurtje gaan kijken hoe andere landen het doen. In Frankrijk gaat het om 15 % en in Nederland 13,5 %. Daar vond een enorme stijging plaats in de loop van de voorbije tien jaar, terwijl bij ons het cijfer stagneert.

U zegt dat u geen quota hanteert. Daarmee ben ik het volledig eens. Ik ben ook niet voor quota, maar waarom hanteren wij geen streefcijfers? Zonder streefcijfers is ons beleid immers altijd geslaagd.

Ik denk ook dat wij er alles aan moeten doen om een betere balans van mannen en vrouwen in het leger te krijgen. Dit zal zorgen voor een gezondere en modernere legeromgeving. Misschien kan dit de attritie naar beneden helpen.