Mondelinge vraag inzake de vervanging van de F-16's

9 oktober 2013

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de vice-eersteminister en minister van Landsverdediging "de vervanging van de F-16's" (nr. 19710)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, op 17 september heeft het kabinet in Nederland bekendgemaakt de F-16’s van het Nederlandse leger te zullen vervangen door de Amerikaanse F-35. U hebt in het verleden gezegd dat een beslissing over de opvolger van onze eigen F-16’s niet meer in deze legislatuur zou vallen. Volgens het regeerakkoord en de beleidsnota’s van Defensie is het wel de bedoeling om nu al na te denken over de kwestie. Er zouden alvast krachtlijnen worden uitgewerkt voor de vervanging.

Een van de mogelijkheden is nadere samenwerking met een ander land. In een interview in De Standaard van 31 augustus zei u dat u onder meer contact had met Nederland en dat u werkte aan een voorstel. Nu in Nederland de knoop werd doorgehakt, wil ik u graag naar een stand van zaken in eigen land vragen.

Kunt u meer uitleg geven over de denkoefeningen die door Defensie werden of worden gemaakt? Welke verschillende pistes werden of worden onderzocht? Wat zijn de tussentijdse resultaten? Welke concrete stappen werden er verder al genomen in het dossier? Kunt u uw contact met Nederland en het voorstel waaraan u werkt, verder toelichten? Hebt u ook gesprekken gevoerd met andere landen? Zo ja, wat was daarvan het resultaat?

Ik dank u voor uw antwoord.

Minister Pieter De Crem: Mijnheer de voorzitter, collega’s, ik verwijs naar het regeerakkoord en ik citeer daaruit: “In het verlengde van het geactualiseerde investeringsplan, dat door de minister van Landsverdediging zal worden voorgelegd, zal men nadenken over de problematiek van de vervanging op lange termijn van de grote uitrustingsprogramma’s". Met uitvoering daarvan wordt de vervanging van de grote uitrustingen, de fregatten, de mijnenjagers en de F-16-vloot, intern bij Defensie bestudeerd.

De beslissing betreffende de opvolging van de F-16 zal dienen te worden genomen in de volgende legislatuur. De handhaving van die capaciteit past in het kader van de politiek van burden and risk

sharing met onze EU- en NAVO-partners. Het is van groot belang dat België die capaciteit blijft handhaven, indien het op het internationale toneel een rol van belang wil blijven spelen.

Voor de realisatie van projecten van dergelijke omvang en complexiteit opteert Defensie ervoor om overeenkomsten van staat tot staat te sluiten. Aangezien alle partnernaties kampen met vergelijkbare budgettaire uitdagingen, worden huur- en leasingformules van nieuw geproduceerde vliegtuigen niet gezien als een realiseerbare benadering voor de vervanging van de F-16-luchtgevechtscapaciteit.

Op basis van het huidige gebruiksprofiel van de Belgische vloot wordt uitgegaan van een geleidelijke uitfasering van de F-16-vliegtuigen tussen 2023 en 2028. Om de operationele continuïteit van de Belgische luchtgevechtscapaciteit te garanderen, is het belangrijk dat Defensie een basic operational capability met een nieuw gevechtsvliegtuig in plaats kan stellen tegen 2025 en een full operational capability tegen 2029.

(In het Frans:) Sommige van onze partners hebben reeds een beslissing genomen over de vervanging van hun air combat capacity. De Defensiestaf volgt die evolutie, zonder voorrang te geven aan één welbepaalde oplossing, via opensource-informatie en contacten met onze partners en potentiële leveranciers.

Volgens de open source informatie waarover Defensie beschikt, kan zowel de Rafale, de Eurofighter, de F-18 Advanced Super Hornet, de JAS39 Gripen NG als de F-35A Joint Strike Fighter gecatalogiseerd worden als een multirole gevechtsvliegtuig. Na vergelijkingen uitgevoerd door een aantal van onze geprivilegieerde partners en op basis van open source gegevens, kunnen op het eerste gezicht verschillende mogelijkheden worden vastgesteld om aan de capacitaire behoeften van Defensie te voldoen. Tot op heden werd er door de Defensiestaf nog geen zogenaamde beoordeling van de verschillende platformen, noch van de mogelijke partners uitgevoerd.

De kostprijsgegevens, die in algemeen toegankelijke bronnen circuleren, variëren naar gelang van de aard en de volledigheid van de gegevens. Actueel handhaaft Defensie voor de budgettaire raming van een vervangingstraject en –project 100 miljoen euro per toestel, ongeacht het type toestel. Het is vanzelfsprekend dat er bij dimensionering van een nieuwe luchtgevechtscapaciteit rekening zal moeten worden gehouden met de budgettaire realiteit.

De exacte dimensionering van de vloot zal gebeuren op basis van het ambitieniveau dat voortvloeit uit de politieke en militair-strategische beleidsdocumenten, en zal rekening houden met de opportuniteiten zoals pooling and sharing, waar mogelijk.

(In het Frans:) Met uitzondering van de BeNeSam (Belgisch-Nederlandse Samenwerking) voor de oorlogsvaartuigen, bestaat er vandaag geen gezamenlijke Europese benadering met betrekking tot de multirole gevechtsvliegtuigen. België blijft evenwel aandachtig voor elk initiatief in dat domein.

Defensie werkt aan een voorstel van verwervingsproces, dat alle noodzakelijke stappen omvat, waaronder ook een vergelijking van de kandidaten in verschillende domeinen, om een project van dergelijke omvang tot een goed einde te kunnen brengen.

(In het Frans:) De vervanging van onze luchtgevechtscapaciteit is een opportunity voor onze luchtvaartindustrie. Defensie richt zich momenteel op industriële partnerschappen, met inachtneming van de Europese regelgeving inzake de economische compensaties. De industrie zal de mogelijkheden op het stuk van partnerschappen moeten aftasten. De FOD Economie zal in dat kader een belangrijke rol spelen.

In de tussentijd handhaaft Defensie haar F-16-vloot samen met haar MNFP-partners (Multinational Fighter Program), die er allen van uitgaan dat de F-16’s tot na 2020 in gebruik zullen blijven.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

Dit is een van de belangrijkste en duurste beslissingen van de afgelopen jaren. Deze beslissing kan ook bepalend zijn voor de andere componenten. Het lijkt ons dus niet verstandig de discussie buiten het Parlement te houden, al was het maar om de indianenverhalen die overal opduiken te ontkrachten.

Waar wij voorstander van zijn, zoals wij al vaak hebben aangehaald in deze commissie, is een Benelux-leger. Er is zoals u zelf aanhaalde al een hele vlotte samenwerking op het vlak van de marine. Wij willen die graag uitbreiden naar de luchtmacht. Wij denken aan een Benelux-luchtvloot. Daarom dringen wij aan op de organisatie van een Benelux-defensietop, zowel op het niveau van de regering als op het niveau van het Parlement.

Concreet vragen wij de bijeenroeping van een gezamenlijke commissie voor de Defensie van de Nederlandse Tweede Kamer, de Belgische Kamer van volksvertegenwoordigers en de Luxemburgse Kamer van Afgevaardigden. De N-VA is er immers van overtuigd dat enkel door samenwerking er een toekomst kan zijn voor het Belgisch leger.