Mondelinge vraag inzake de vraag van het Nederlandse leger om de overname van transportvliegtuigen

14 juni 2011

Mondelinge van mevrouw Karolien Grosemans aan de minister van Landsverdediging over "de vraag van het Nederlandse leger om de overname van transportvliegtuigen" (nr. 4780)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, de Nederlandse legertop heeft bij de Belgische defensietop gepolst of onze luchtmacht eventueel een half dozijn transportvliegtuigen wil overnemen. De toestellen komen vrij door de sluiting van de militaire luchthaven in Eindhoven en zouden eventueel verhuizen naar de militaire luchthaven van Melsbroek.

Mijnheer de minister, heeft Defensie deze vraag positief beantwoord? Om welke types toestellen gaat het precies? Ik vernam graag het juiste aantal per type. Om wat voor een overname gaat het? Is hier sprake van een verkoop? Zo ja, welke prijs wordt voor deze toestellen gevraagd? Ik kende graag de verkoopprijs per type. Worden de toestellen verhuurd? Zo ja, welke prijs wordt voor deze toestellen gevraagd? Wat is de huurprijs per type?

Blijven deze toestellen in Nederlandse dienst? Zo ja, betaalt het Nederlandse leger dan een bedrag aan Defensie om deze toestellen in Melsbroek te stationeren? In bevestigend geval, hoeveel? Worden dan Nederlandse militairen en/of technici in Melsbroek gestationeerd? Zo ja, hoeveel?

Minister Pieter De Crem: Mijnheer de voorzitter, ik wil toch iets zeggen over de vragen die in de commissie gesteld worden. Ik ben minister van Defensie, in lopende zaken. Ik krijg vragen over de intenties van de regering, die in principe in een commissie niet worden beantwoord, laat staan als het gaat over de intenties van een regering in lopende zaken. Nu krijg ik zelfs vragen over de intenties van een regering die tot nader order haar zetel heeft in Den Haag. Dat lijkt mij moeilijk.

Voorzitter, mag ik u vragen dat het secretariaat nakijkt of de vragen passen? Ik heb tot nu toe de vragen beantwoord en ik zal deze en de volgende vragen op de agenda ook beantwoorden, maar ik kan dat echt niet blijven doen.

De voorzitter: Collega’s, de minister heeft wel een punt. Ik neem aan dat u kunt aanvaarden dat hij zich moeilijk kan uitspreken over een planning waarover normaliter een regering met volle bevoegdheden zich moet uitspreken. Mijnheer De Vriendt, mevrouw Grosemans, dat is dus juist.

Ik stel voor dat de secretaris van deze commissie er misschien een beetje nauwer op toekijkt en mij eventuele probleemgevallen voorlegt, waarna ik dan met het betrokken lid nog enigszins kan onderhandelen. Wij moeten op dat vlak niet moeilijk doen. Nogmaals, de minister heeft een punt.

Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Mijnheer de voorzitter, ik heb daarmee op zich geen enkel probleem, maar ik meen eerlijk gezegd dat dit niet van toepassing is op deze vraag. Deze vraag gaat over een bericht dat is verschenen en dat handelt over de samenwerking tussen Nederland en België Het is toch normaal dat wij dienaangaande naar het standpunt van de minister vragen.

Ik vraag dus of de berichten over pooling juist zijn en hoe een en ander zal verlopen. Mochten die berichten niet juist zijn, dan is die vraag meteen van de baan. Zijn ze wel juist, dan moet er toch een bepaalde visie zijn op de manier waarop dat concreet zal worden georganiseerd.

Minister Pieter De Crem: Mijnheer de voorzitter, ik zal de vraag beantwoorden. De geruchten kloppen niet.

Alzo kunnen wij overgaan tot de volgende vraag.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik zal dan een neus hebben voor gebakken lucht.