Mondelinge vraag inzake een mogelijke operatie tegen IS in Syrië

28 oktober 2015

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "een mogelijke operatie tegen IS in Syrië" (nr. 7016)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, enkele weken geleden gingen er verschillende stemmen op om naast de inzet van onze F-16’s boven Irak ook militair in te grijpen tegen IS in Syrië. Het strijdtoneel in Syrië is ingewikkeld en telt verschillende spelers. Intussen heeft ook Rusland een offensief ingezet en lijkt de eindfase van het conflict te zijn ingezet.

Mijnheer de minister, ik zou u hierover graag de volgende vragen stellen.

Kreeg de regering een officiële vraag om deel te nemen aan een coalitie tegen IS in Syrië? Zo ja, wat zou zo’n deelname kunnen inhouden? Onder welk mandaat zou dit militaire ingrijpen kunnen gebeuren?

Acht u het, gezien de huidige situatie waarbij ook Rusland een offensief heeft ingezet, opportuun om militair in te grijpen op of boven Syrisch grondgebied?

Minister Steven Vandeput: Wat de vragen betreft over het Belgische standpunt inzake de noodzakelijkheid van een VN-mandaat voor militaire acties in Syrië en het standpunt van België hierover binnen de coalitie, vraag ik u zich te richten tot de minister van Buitenlandse Zaken, de heer Reynders. Ik zal hierover dadelijk wel bijkomende informatie verstrekken.

Wat de lijst van landen betreft die actief zijn boven Syrië, moet ik u meedelen dat dit geclassificeerde informatie is. Ik kan die in dit forum jammer genoeg niet bekend maken.

(In het Frans:) De Belgische Defensie heeft geen verzoek gekregen om aan de operaties van de coalitie in Syrië deel te nemen.

Dit betekent dat elk antwoord moet worden geïnterpreteerd in de voorwaardelijke wijs, aangezien er geen concrete vraag is. Het heeft weinig zin om daar nu over te filosoferen.

(In het Frans:) Over het algemeen geeft ons land er de voorkeur aan om op te treden met een mandaat van de VN-Veiligheidsraad. De Europese Unie heeft zich niet uitgesproken over zijn rol met betrekking tot de beëindiging van de vijandelijkheden en de wederopbouw van het land. Defensie is bereid elk verzoek te evalueren, in functie van het verleende mandaat en de begrotingsenveloppe.

Ik wil gerust wat meer uitleg geven over het vrij filosofische interview dat in de pers is verschenen. Daarin zeg ik dat we het verhaal nooit zullen oplossen met louter een militaire benadering en acties in de lucht. Zoals steeds sta ik dus voor een 3D-benadering – diplomacy, development and defence.

De volgende vraag is dan: wat kunnen wij bijdragen? Er zijn een paar opties. Stel dat wij worden gevraagd om grondtroepen te leveren, dan moeten wij antwoorden dat we niet in de eerste lijn kunnen helpen aangezien wij niet over het nodige materieel beschikken. Die capaciteit hebben we niet meer.

Een conflict kent altijd meerdere fases. Indien ons gevraagd wordt om te helpen, zouden wij misschien beter antwoorden dat we ons klaarhouden om in een volgende fase, namelijk bij stabilisatie en heropbouw, een waardevolle bijdrage te leveren. Onze bijdrage moet volgens mij hoe dan ook een toegevoegde waarde hebben.

Het Belgische standpunt is heel duidelijk: wij verkiezen een VNmandaat. De vraag is natuurlijk of er nog andere mogelijkheden bestaan, want Rusland heeft tot nog toe dwarsgelegen. Wat de strijd tegen IS in Syrië betreft, die is juridisch gebaseerd op artikel 51 van het Handvest van de Verenigde Naties, namelijk: het recht op collectieve zelfverdediging van Irak. U weet dat Irak hulp gevraagd heeft. Op de conferentie van Parijs op 15 september 2014 is dan een internationale coalitie samengesteld die Irak te hulp schiet. Er is dus een coalitie die Irak verdedigt en aan collectieve defensie doet door ook in Syrië actief te zijn. Het is voor iedereen duidelijk dat, als we IS willen verslaan, we IS ook in Syrië zullen moeten verslaan.

Ik heb deze ochtend achter gesloten deuren in de commissie een meer uitgebreid beeld geschetst van de situatie. Feit is dat de toevoerlijnen van IS duidelijk doorheen Syrië lopen. IS kan ook rekenen op steun in Syrië. Als we IS in zijn geheel willen verslaan zullen we IS dus ook in Syrië moeten verslaan.

Zijn de landen die vandaag actief zijn boven Syrië vandaag onwettelijk bezig? Volgens mijn inschatting niet. Ze beroepen zich rechtmatig – wat verschillende juristen beamen – op artikel 51 van het Handvest evenals op het internationaal gewoonterecht met betrekking tot individuele zelfverdediging.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, wij hebben inderdaad tijdens de commissie met gesloten deuren al heel veel antwoorden gekregen.

Ik heb het nog even over de delegatie van de Peshmerga die wij gisteren ontvingen.

Generaal Jafar stelde dat iedereen aarzelt en wacht op VN-mandaten, en bracht ons een schreeuw om hulp. Hij smeekte zelfs om de oude wapens van ons leger te mogen gebruiken. Hij zei dat iedereen op VN-mandaten wacht, maar dat Syriëstrijders uit 50 verschillende landen hen aanvallen, vaak op een heel gruwelijke manier. Ook die hebben geen mandaat, zij hebben een vrijgeleide.

Ik zeg niet dat we ons zonder mandaat moeten engageren, maar zijn smeekbede zette aan tot denken. U heeft gelijk als u zegt dat we op verschillende manieren kunnen helpen en dat we zeker moeten inzetten op de stabilisatieperiode, ook via train and assist.

Dank u voor uw antwoorden.