Mondelinge vraag inzake een overleden militair op het marineschip Godetia

11 mei 2011

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de minister van Landsverdediging over "een overleden militair op het marineschip Godetia" (nr. 4442)

Karolien Grosemans (N-VA): Op donderdag 21 april 2011 overleed een Belgische militair op het marineschip Godetia ten gevolge van een niet nader bekende ziekte.

De militair was pas sinds woensdag 20 april 2011 ziek geworden, een dag eerder. Het is uitzonderlijk dat een ziekte zo snel fataal is. Indien het om een besmettelijke ziekte ging, dan liep de gehele bemanning een reëel gevaar. Het schip voer op dat moment voor de kusten van Ghana. De autopsie gebeurde dan ook in de Ghanese hoofdstad Accra. Is er al meer duidelijkheid over de ziekte die de militair fataal werd?

Aan boord van het schip bevonden zich 109 bemanningsleden, 89 uit België en 20 uit Benin. Is hun gezondheidstoestand ooit in het gedrang gekomen?

Over welk medisch personeel en faciliteiten beschikt de Godetia?

Minister Pieter De Crem: De betrokken militair is op 21 april 2011 omstreeks 18 u 25 aan boord van de Godetia overleden. Het schip was op het ogenblik van de feiten net afgemeerd in de haven van Tema in Ghana. De sociale dienst en de familie werden verwittigd. Het stoffelijk overschot werd overgebracht naar het mortuarium van 37th Military Hospital, Liberation Avenue, Accra in Ghana, waar de Ghanese autoriteiten het lichaam in beslag namen en een autopsie uitvoerden. Na de autopsie werd het lichaam door de Ghanese autoriteiten vrijgegeven voor repatriëring, in samenspraak met de Belgische consul en het Belgisch federaal parket. De repatriëring is gebeurd met vlucht 267 van SN Brussels Airlines met aankomst op 2 mei om 5u15 te Zaventem onder de verantwoordelijkheid van de Belgische consul.

Het is niet uitzonderlijk dat de repatriëring zo lang op zich laat wachten. Het land waar het overlijden plaatsvindt, wenst ook vaststellingen te maken omtrent de aard van het overlijden om er zich van te vergewissen dat het om een natuurlijke dood gaat.

Het stoffelijk overschot werd naar het Brusselse Medicolegaal Instituut gebracht en nadien vrijgegeven door het parket en door de begrafenisondernemer opgehaald. In de overlijdensakte werd vastgesteld dat de militair overleden is aan een ziekte en dat de doodsoorzaak onbekend is.

De pensioendienst van de overheidssector, de PDOS, beslist soeverein of het om een werkongeval of een beroepsziekte gaat. Het vergoedingspensioen wordt toegekend door de PDOS op basis van onder andere een administratief onderzoek opgesteld door Defensie, dat de dienstsituatie van de betrokken militair weergeeft.

Om het risico van overlijden en van permanente ongeschiktheid op te vangen die een zogenaamde afkeuring door een eigen verzekering van de betrokken militair met zich zou kunnen meebrengen, heeft Defensie een specifieke verzekering aangegaan. Zij heeft in casu een schademelding gedaan bij de verzekering AGPM, die momenteel het dossier behandelt.

Met toepassing van het koninklijk besluit van 27 mei 1975 betreffende de tegemoetkoming van de Staat in sommige begrafeniskosten van militairen die in een werkelijke dienst zijn overleden, worden de kosten van vervoer van het stoffelijk overschot van de plaats van het overlijden tot de plaats van de teraardebestelling of van lijkverbranding en de plaats van bijzetting van de urne of de verstrooiingsplaats van de as in België door de Staat ten laste genomen.

Ten slotte werden ook verschillende sociale acties in het departement opgestart om de nabestaanden maximaal bij de gebeurtenissen te ondersteunen. De familie heeft ondertussen Defensie en in het bijzonder ex-collega’s bedankt voor de nodige steun die ze tot op heden hebben mogen ontvangen.

De Godetia is een logistiek steunschip met een medische zogenaamde rol 1-capaciteit, wat betekent dat het schip werd uitgerust met een volwaardige ziekenboeg, inclusief chirurgische capaciteit. Het medisch personeel omvat een dokter met ervaring als spoedarts, een niveau 1-verpleegkundige en een aantal militairen gekwalificeerd in eerste hulp bij ongevallen.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, de repatriëring heeft inderdaad heel lang geduurd. Men heeft daarvoor ruim de tijd genomen. Ik vermoed dat er grondig naar een oorzaak is gezocht en dat verschillende autopsies zijn gebeurd. Het is straf dat er dan nog altijd geen duidelijkheid over de doodsoorzaak is.

Ik neem aan dat de andere militairen ter plaatse of bij thuiskomst zijn onderzocht?

Minister Pieter De Crem: Ik heb nog een aanvulling over de termijnen. Repatriëringen in niet verdachte omstandigheden gebeuren vlugger, zeker binnen de EU. Voor landen buiten de EU duurt dat langer. Men moet ook de strafrechterlijke organisatie van een land waar het overlijden plaatsvindt, respecteren.

Nadien, wanneer het stoffelijk overschot op het Belgisch grondgebied komt, moet ook het Belgisch parket zijn werk kunnen doen.

Bovendien geldt voor de kwestie het medisch geheim, om evidente redenen. Ik heb u de oorzaak meegedeeld die werd aangehaald op het overlijdenscertificaat. Ik kan er in de Bijzondere Commissie voor de opvolging van de militaire operaties in het buitenland specificaties over geven, maar ik zal dat niet zelf doen. Ik zal dat laten doen door een militair geneesheer, die volgens de deontologie bevoegd is er meer over te zeggen.

Karolien Grosemans (N-VA): Dank u voor uw antwoord.a