Mondelinge vraag inzake Europa en het pensioendebat

23 maart 2011

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de minister van Pensioenen en Grote Steden over "Europa en het pensioendebat" (nr. 3288) 

Karolien Grosemans (N-VA): Geachte heer de Minister, maandag 7 maart heeft u de Europese Commissie opgeroepen om de lidstaten hun vrijheid te laten in het pensioendebat. U deed deze uitspraak naar aanleiding van de discussies tussen de Europese ministers van Pensioenen over het groenboek van Europees Commissaris voor Sociale Zaken, Laszlo Andor (Bron: De Tijd 8 maart 2011).

In dit groenboek worden voorstellen gedaan over de toekomst van onze pensioenen. Volgens Europees Commissaris Andor is er steeds meer een Europese consensus over gemeenschappelijke richtlijnen om de vergrijzing aan te pakken. Zo moet volgens hem de pensioenleeftijd worden opgetrokken en moeten de pensioenen hervormd worden om ze betaalbaar te houden. In het najaar zal de Europese Commissaris meer concretere ideeën hierover publiceren.

Graag had ik de minister volgende vragen willen stellen: in welke context moeten we uw uitspraak zien? Bent u geen voorstander van een Europees plan om de gevolgen van de vergrijzing om te vangen? Zijn er bepaalde voorstellen geweest die onaanvaardbaar zijn? Hoe staat u tegenover het groenboek van Europees Commissaris Andor? Wat zijn de positieve punten? Wat zijn de negatieve punten?

Minister Michel Daerden: Tijdens de EPSCO-Raad van 7 maart 2011 heb ik inderdaad herinnerd aan het subsidiariteitsprincipe. De Europese Commissie benadert de pensioenproblematiek enkel vanuit een economische en financiële invalshoek, zonder enige sociale correctie. Maar ik veeg de voorstellen van Europees commissaris Andor zeker niet zomaar van tafel.

De toereikendheid en het voortbestaan van de pensioenstelsels gaan hand in hand. Dit vereist een Europese aanpak, waarbij er rekening wordt gehouden met het subsidiariteitsbeginsel. De eerste pensioenpijler, die gebaseerd is op de stabiliserende principes van repartitie en solidariteit, moet worden geconsolideerd.

Een duurzame financiering van de eerste pijler vereist een gesaneerde begroting. Dit impliceert dat men de strijd aanbindt tegen zwartwerk, tegen belastingontwijking en tegen elk mechanisme om de fiscale wetgeving te omzeilen. Er moeten alternatieve financieringsvormen worden gevonden voor de pensioenen.

Om zoveel mogelijk gepensioneerden toe te laten de welvaartsdrempel te bereiken, moet elke lidstaat de toegang tot een tweede pijler voor alle werknemers vergemakkelijken. Daartoe moet er duidelijke informatie worden verstrekt en moeten er precieze omschrijvingen worden vastgelegd. Bovendien moet de tewerkstelling van ouderen worden bevorderd en moet hun werk naar waarde worden geschat. Voorts moeten er correcte lonen worden uitbetaald, moet er worden nagedacht over een begrenzing van de brugpensioenen in geval van herstructureringen van bedrijven, en moeten er statistische en analytische instrumenten worden ontwikkeld waarmee men de situatie kan evalueren.

Ik ben blij dat er op de pensioentop van 11 maart werd besloten om aan de leefbaarheid van de pensioenstelsels te werken, teneinde ook de overheidsfinanciën gezond te houden. In de tekst worden louter bepaalde hervormingen gesuggereerd, zoals de aanpassing van het pensioenstelsel aan de nationale demografische situatie, de beperking van de brugpensioenstelsels en maatregelen die de tewerkstelling van vijfenvijftigplussers bevorderen.

Op Belgisch niveau zal men op een gegeven moment op basis van de bedenkingen van de Nationale Pensioenconferenties moeten overgaan naar een Witboek. Het zou dus goed zijn om de vragen zo snel mogelijk opnieuw te laten onderzoeken, door dezelfde of een nieuwe werkgroep.