Mondelinge vraag inzake externe mobiliteit

20 december 2017

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "externe mobiliteit" (nr. 22160)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, collega's, ik heb zelf ook een vraag over het thema.

Via externe mobiliteit kunnen militairen naar een carrière bij een openbare werkgever overschakelen. Dat kan een andere federale overheidsdienst, een gemeente, een politiezone, een hulpverlenings-zone of een brandweerdienst zijn.

In 2018 eindigt in principe het contract-BDL, zijnde de kortetermijnverbintenis van acht jaar. Het gaat om militairen die, indien hun contract bij Defensie niet wordt verlengd, op de arbeidsmarkt terechtkomen.

Uit het antwoord op mijn schriftelijke vraag van 7 november 2017 blijkt dat in 2017 slechts twee militairen via externe mobiliteit de overstap naar een openbaar ambt maakten. Daarover heb ik enkele vragen.

Mijnheer de minister, externe mobiliteit is een geërfd probleem. U hebt het geërfd van minister De Crem, die het op zijn beurt erfde van minister Flahaut, die het op zijn beurt ongetwijfeld ook weer erfde. Kan u de oorzaken toelichten waarom de externe mobiliteit moeizaam verloopt? Voorts geeft u in een antwoord op een andere schriftelijke vraag over het thema aan dat Frankrijk en Duitsland inzake externe mobiliteit tot de reservering van publieke arbeidsplaatsen overgaan. In Frankrijk kan dat na vier of tien jaar dienst op basis van het niveau. In Duitsland slaat de maatregel op militairen met een tijdelijk statuut na twaalf jaar dienst.

Ziet u dat als mogelijke oplossing bij ons? Wordt eventueel in die richting gedacht?

Ten slotte, u schuift ook een nieuwe mogelijke oplossing naar voren, namelijk outplacement. Voor outplacement zou in principe een beroep worden gedaan op een externe partner. In 2018 zouden de eerste sessies van start gaan. Wat is de stand van zaken met betrekking tot het outplacementcontract?

 

Minister Steven Vandeput (N-VA): Mevrouw de voorzitter, mijnheer Bogaert, het koninklijk besluit van 12 juni 2006 tot regeling van het verwerven door de militair van de hoedanigheid van Rijksambtenaar door overplaatsing werd recent door mij gewijzigd, om zodoende het toepassingsgebied voor de interne mobiliteit van de federale ambtenaren naar Defensie uit te breiden.

Het wettelijk kader om dat mogelijk te maken, vereist nog een wijziging van de wet van 28 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de militairen en kandidaat-militairen van het actief kader van de Krijgsmacht. De wijziging van die wet is momenteel in bespreking in de interkabinettenwerkgroep om weldra te worden voorgelegd aan de Ministerraad.

Beroepsmilitairen, waaronder ook de "militairen beperkte duur", hebben nu reeds de mogelijkheid om, onder bepaalde voorwaarden en door middel van een overplaatsing, de hoedanigheid van federaal ambtenaar te verwerven in een ander departement. Tevens werd een wetsontwerp opgesteld om de militairen BDL de mogelijkheid te bieden te genieten van een gepersonaliseerd beroepsomschakelingsprogramma vanaf het begin van de 87e maand na de indienstneming.

Dit wetsontwerp ligt momenteel voor advies bij de inspecteur van Financiën van Defensie.

Het outplacementcontract om de mogelijkheid van outplacement te bieden aan beroepsmilitairen met meer dan twintig jaar werkelijke dienst en aan militairen BDL einde contract, zal in 2018 in werking kunnen treden. Daarvoor doen wij een beroep op een gespecialiseerd bureau. Landen als Frankrijk en Duitsland doen dit trouwens ook.

Behalve het project "CALog politiezones" is er momenteel geen ander concreet project lopende van actieve overplaatsing naar overheidsdiensten in 2017.

De voorbeelden van externe mobiliteit in andere landen zijn uiteraard eigen aan de desbetreffende landen. Voorbehouden plaatsen voor militairen in overheidsdiensten is een mogelijkheid die in zekere mate nu al zal worden toegepast in het project "Directie Beveiliging" van de federale politie. De regelgeving bepaalt dat de militairen voorrang krijgen en van bepaalde selectietesten worden vrijgesteld onder bepaalde voorwaarden.

Geacht wordt dat ex-militairen over de vereiste competenties beschikken. Om dit in andere overheidsambten mogelijk te maken, dient ook deze regelgeving specifieke bepalingen te bevatten voor militairen. Dit wordt evenwel niet altijd opportuun geacht omdat voor deze functies moet kunnen worden nagegaan of de kandidaat over de vereiste competenties beschikt.

Sta mij toe te zeggen dat ik het als minister van Defensie natuurlijk geweldig goed zou vinden als bepaalde diensten zouden worden voorbehouden aan uitstromende militairen. Ik vang daar evenwel niet altijd even positieve echo's over op.

Wat het outplacement betreft, hebben de mededingende firma's een kennisgeving ontvangen met de beslissing. De officiële gunning zal echter gebeuren na toekenning van de nodige budgetten voor 2018. De toewijzing gebeurt in de maand januari. Er wordt dan ook aangenomen dat eind februari 2018 de informatiesessies effectief zullen kunnen worden opgestart.

 

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, dank u wel voor uw antwoord.

Ik meen dat wij moeten blijven inzetten op die externe mobiliteit via een gerichte rekrutering. Ik merk aan de cijfers dat er pieken zijn, weliswaar kleine pieken, als men heel gericht rekruteert, bijvoorbeeld bij de politie.

Ook het outplacement dat u voorstelt, is zeker positief en het proberen waard.

Toch vrees ik dat de externe mobiliteit en outplacement mooie dromen blijven als wij enkel het wetgevend kader aanpassen en dus enkel de wetten, akkoorden en cao’s wijzigen.

Eigenlijk – daar kan Defensie weinig aan doen – is er een hele mentaliteitswijziging nodig, bijna een verandering van cultuur. Ik denk dat u dat bedoelde toen u zei dat het eigen is aan bepaalde landen dat de externe mobiliteit daar wel werkt, zoals in de Verenigde Staten, Frankrijk en Nederland, waar de publieke en private sector daar echt voor openstaan. Ik denk dat u dat ook bedoelt met de positieve echo die u graag zou krijgen. Dat is een heel moeilijk proces. In bepaalde landen, zoals Frankrijk, Nederland en de Verenigde Staten, heeft een militair een streepje voor bij een sollicitatie.

Daarom is het heel belangrijk dat wij intensief samenwerken met bedrijven en dat wij bedrijven goed informeren. In Nederland, bijvoorbeeld, heeft men al goed begrepen dat iemand met een carrière bij Defensie echt wel een meerwaarde kan zijn in het bedrijf, bijvoorbeeld omdat die mensen hebben leren omgaan met stressvolle situaties, omdat zij leiding kunnen geven maar ook gewoon zijn leiding te krijgen, en omdat ze ook oplossingsgericht kunnen denken. Op die manier kan er een heel goede doorstroming komen naar de publieke en private sector, waardoor het BDL-statuut, een goed statuut, een echte meerwaarde kan krijgen. Als er voldoende instroom is, zullen wij ons doel bereiken, namelijk een jonger en fitter leger. Ik besef echter goed dat het heel gemakkelijk is om dat hier te verkondigen, maar dat dit in de praktijk helemaal niet zo eenvoudig is om uit te voeren.