Mondelinge vraag inzake fraude bij dienstencheques

26 januari 2011

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de vice eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid, over "fraude bij dienstencheques" (nr. 2024) 

Karolien Grosemans: Mevrouw de minister, Onlangs deelde staatssecretaris van fraudebestrijding Carl Devlies mee dat er 70 dienstencheques gepakt waren op fraude en dat ze daardoor hun erkenning verloren hebben.  Voor sp.a was deze uitspraak voldoende om een tijdelijke stop van de erkenning van de nieuwe dienstencheques te vragen.

Tot mijn grote verbazing las ik in de De Standaard dat u nu zegt dat er slechts 7 dienstencheques bedrijven gefraudeerd hebben. Hiermee gaat u lijnrecht in tegen uw collega staatssecretaris Carl Devlies. Als wij onze controlerende taak als parlementslid correct willen uitvoeren, is het belangrijk dat we correcte informatie krijgen

Graag had ik daarom de minster hierover volgende vragen willen stellen: Hoeveel bedrijven hebben daadwerkelijk gefraudeerd? Waarom heeft staatssecretaris Devlies andere cijfers? Bent u voor een tijdelijke stop van de erkenning van nieuwe dienstencheque-bedrijven?

Minister Joëlle Milquet: De erkenning van 70 diensenchequesondernemingen werd ingetrokken, maar slechts 7 daarvan begingen inbreuken tegen de dienstenchequesreglementering. Dat is wat ik onder fraude versta. Hun erkenning werd onmiddellijk ingetrokken. Daarnaast verloren 53 ondernemingen hun erkenning wegens schulden aan de RSZ en 10 wegens schulden aan de RVA. Ik ben niet voor een erkenningstop: 7 frauduleuze ondernemingen op 2.600 is daarvoor niet voldoende. Bij het onderzoek van de erkenningaanvraag wordt rekening gehouden met de kwaliteitscriteria die zijn bepaald in de wet van 20 juli 2001. Een ondernemingen die haar erkenning verliest wegens fraude, kan drie jaar geen nieuwe erkenning aanvragen. De controles zijn strenger en vollediger geworden omdat ze sinds 2010 door alle sociale inspectiediensten samen worden georganiseerd en niet enkel door de controleur van de RVA. Dankzij de databanken beschikken zij ook over meer informatie en kunnen zij snel ondernemingen opsporen waar de uitbetalingen stijgen, maar het aantal werknemers stabiel blijft. Het preventieve aspect bestaat uit 4 systematische controles. De 7 ondernemingen waarvan de erkenning werd ingetrokken wegens fraude, zijn alle privéondernemingen, net als de 63 ondernemingen die hun erkenning verloren wegens schulden aan de RVA of RSZ, op één vzw na die werd opgericht door een OCMW. Ik weet niet of een privé-persoon een erkenning kan krijgen. Misschien is er een juridische persoonlijkheid nodig. Ik ben voor het verstrengen van de voorwaarden. Ik heb ter zake een aantal voorstellen klaarliggen, maar daar kan ik momenteel niet veel mee doen.

Karolien Grosemans (N-VA): Dat deze fraude niet vaak meer voorkomt, komt dus door de preventiemaatregelen van de minister en niet zozeer door het actieplan voor fraudebestrijding van staatssecretaris Devlies?

Minister Joëlle Milquet: Dat klopt.