Mondelinge vraag inzake het artsentekort bij Defensie

22 mei 2012

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de minister van Landsverdediging over "het artsentekort bij Defensie" (nr. 11827)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, naar aanleiding van mijn mondelinge vraag in de commissie voor de Landsverdediging van 15 februari over het nijpende artsentekort bij Defensie zei u dat u binnenkort in samenspraak met de defensiestaf een aantal concrete voorstellen ging doen die in de lijn zouden liggen van de eerder door u uitgezette lijnen.

Mijnheer de minister, wij zijn ondertussen meer dan drie maanden verder. Wat is de huidige stand van zaken van dit dossier? Hebt u deze problematiek inmiddels al met uw defensiestaf besproken? Welke concrete voorstellen hebt u gedaan om het artsentekort bij Defensie aan te pakken? Hoe zal Defensie het statuut van het medische personeel aantrekkelijker maken? Tegen welke datum hoopt men hiermee klaar te zijn? Hoe groot is het budget dat vrijgemaakt wordt om dit te realiseren?

Minister Pieter De Crem: Mevrouw Grosemans, u stelt een vraag over een zaak waarvoor ik een bijzondere bekommernis heb.

Daar de activiteit voor het medische korps moest worden verhoogd heeft de wet van 5 maart 2006 tot vaststelling van de bijzondere bepalingen betreffende het statuut van de officieren van het medisch-technische korps van de medische dienst een aanpassing ondergaan. Na vertraging omwille van lopende zaken is de huidige behoefte opnieuw bekeken. Deze nieuwe behoefte werd met de Defensiestaf besproken, in het bijzonder met de stafchef van de Medische Component, luitenant-generaal Laire.

Het is de bedoeling de attractiviteit door middel van een herwaardering van het statuut van het medisch-technische korps op administratief en geldelijk vlak te verhogen. Op basis van de hierboven aangehaalde besprekingen is het de bedoeling van het concept om de herwaardering te finaliseren om zo over een nieuwe statutaire bepaling te beschikken en de budgettaire implicaties concreet vast te stellen. In 2012 voorziet het rekruteringsplan voor het burgerpersoneel al in de werving van vijf geneesheren. Er zijn thans ook een vijftigtal geneesheren in vorming, gespreid over zeven jaar opleiding geneeskunde.

De budgettaire implicatie zal het voorwerp uitmaken van onder meer een analyse van de Inspectie van Financiën. Na dat advies kan de politieke besluitvorming worden gefinaliseerd.

Ik kan hierop moeilijk een concrete termijn plakken aangezien ik niet kan voorspellen welke financiële of andere opmerkingen de Inspectie zal maken. Wij hebben nu echter een redelijk tijdsperspectief binnen hetwelk de problematiek van de tekorten zal worden opgelost en dit in een combinatie van vorming binnen Defensie zelf, van personeelsleden van Defensie, als van mensen die worden gerekruteerd op diploma.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, als ik het goed begrijp, komen er op korte termijn vijf artsen bij en dan zal het probleem opgelost zijn.

Geneesheer generaal-majoor Geert Laire zei dat wij met het huidig aantal artsen het einde van 2012 niet zouden halen, dat wij er tien te kort hebben. Voor de helft kunnen wij dat tekort dus al opvangen.