Mondelinge vraag inzake het artsentekort bij Defensie

15 februari 2012

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de minister van Landsverdediging over "het artsentekort bij Defensie" (nr. 9479)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, de vraag werd reeds voldoende ingeleid, de problematiek werd geschetst en dus kan ik onmiddellijk overgaan tot de vragen.  

Hoe zal Defensie het statuut van het medische personeel aantrekkelijker maken? Tegen welke datum hoopt men hiermee klaar te zijn? Hoe groot is het budget dat vrijgemaakt wordt om dit te realiseren?  

Hoeveel extra artsen heeft Defensie nodig om zijn operationele activiteiten niet in gevaar te brengen?

Op welke partnerlanden heeft Defensie reeds een beroep gedaan voor medische ondersteuning? Kunt u hiervan de kostprijs geven?

Minister Pieter De Crem: Mijnheer de voorzitter, in het transformatieplan is overgegaan tot het outsourcen van de eerstelijnsgeneeskunde. Het luik steun aan de operaties werd niet geprivatiseerd. Het luik steun aan de operaties omvat zowel eerstelijnsdokters als tweedelijnsdokters.

Van de 63 eerstelijnsdokters zijn er 20 inzetbaar. Van de 42 tweedelijnsdokters zijn er 10 inzetbaar. Ik veronderstel dat de vergadering het verschil tussen een eerstelijnsdokter en een tweedelijnsdokter kent. Dit is om evidente redenen toe te wijzen aan het feit dat de geneesheren, ik bedoel de vork tussen het aantal en de beschikbaarheid, de normale medische functies, bijvoorbeeld consultaties, behandelingen en ingrepen, alsook managementfuncties binnen de Medische component uitvoeren.

De algemene problematiek van de toegang tot het beroep van geneesheer, zoals die voorkomt in de zogenaamde burgerij, is ook van toepassing op de instroom en werving van geneeskundig personeel bij Defensie.

De aantrekkelijkheid van het beroep staat de laatste jaren wat onder druk. Dat is ook in de burgerij het geval. Men is in deze commissie ongetwijfeld op de hoogte van de krapte die zich onder andere steeds meer stelt bij de huisartsen en bij bepaalde categorieën van geneesheren-specialisten. De vervrouwelijking van het beroep, naar analogie van de burgerij, heeft ook een impact, daar zwangere medici omwille van evidente redenen niet inzetbaar zijn op buitenlandse operatietonelen.

Om de huidige operaties medisch autonoom te ondersteunen dient Defensie over 30 inzetbare dokters te beschikken. Deze zijn zoals daarnet gemeld beschikbaar. Normaliter worden dokters een keer per twee jaar in operatie gebracht. Het is eveneens een gangbare praktijk om een beroep te doen op medici van het reservekader. Bij de buitenlandse operaties wordt natuurlijk ook in een internationaal medisch kader gewerkt. Het toenmalige Belgische Rol 2-veldhospitaal in Libanon werd ook met een Luxemburgse arts en een Frans chirurgisch team aangevuld en in de ISAF-opdracht in Kandahar werd eerder een Nederlandse en thans een Franse arts getaskt.

Met betrekking tot het statuut werden op 30 maart 2010 een aantal fundamentele oriëntaties vastgelegd die via wetten en reglementen de wijziging van de wet van 5 maart 2006 en twee bijhorende koninklijke besluiten omvatten. De lopende zaken vanaf april 2010 lieten niet meer toe deze bepalingen ondertussen te wijzigen. Dit gebeurt sinds 6 december wel, sinds het aantreden van de nieuwe regering.

Ik zal binnenkort in samenspraak met de defensiestaf een aantal concrete voorstellen doen die in de lijn liggen van de eerder door mij uitgezette lijnen, zowel in mijn politieke oriëntatienota als in het plan “De voltooiing van de transformatie”. In elk geval is de medische steun bij operaties te allen tijde verzekerd, dit in hoge mate door ons eigen personeel dat naast dokters ook bijvoorbeeld apothekers en paramedici kan tellen.

Het zou ook interessant zijn om in deze commissie de typologie van de traumatologie en de behandelingen en consultaties mee te delen die men in buitenlandse verplaatsingen doet. Een groot deel daarvan behelst bijvoorbeeld breuken en verstuikingen, dus ongevallen die ook heel vaak voorkomen in de burgerij. 

Wat de dokters uit de reserve betreft, er is een beduidend aantal dokters aanwezig in de reserve. Wat de medici betreft, bestaat het reservekader uit heel gemotiveerde mensen die vaak zelf aanbieden om mee te gaan op een buitenlandse operatie.

Ten slotte, de Medische component is de component die het meest te lijden heeft gehad onder de opschorting van de legerdienst, omdat medici die, hetzij als geneesheer, geneesheer-specialist of paramedicus, hun legerdienst hadden volbracht, vrijwel automatisch in de reserve terechtkwamen. Dit stuk van de reserve is door de jaren heen fel afgenomen.