Mondelinge vraag inzake het beheer en de toekomst van het Legermuseum

27 mei 2015

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "het beheer en de toekomst van het Legermuseum" (nr. 4191)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, op 31 maart 2014 kwam het mandaat van de vorige algemeen directeur van het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis, het Legermuseum, ten einde. U bent ongetwijfeld op de hoogte van de toen heersende malaise. Het was geen fraai beeld in de pers.

In de commissievergadering van 2 april heeft uw voorganger, minister De Crem, gezegd dat hij aan het Legermuseum had gevraagd om het besluit tot vaststelling van de opdrachten van het Legermuseum te actualiseren. Gezien de hernieuwing van de opdrachten en de mogelijke gevolgen op de functieomschrijving werd het mandaat van algemeen directeur van het Legermuseum niet vacant verklaard.

Minister De Crem heeft daarom twee wetenschappers van het Legermuseum belast met het dagelijks beheer van de instelling. Volgens enkele artikelen in de Franstalige pers zou er opnieuw sprake zijn van wanbeleid in het museum en loopt er een intern onderzoek.

Mijnheer de minister, mijn vragen hierover zijn de volgende.

Wat is de dotatie van het Legermuseum voor 2015? Hoeveel burgers en hoeveel militairen stelt het museum momenteel tewerk?

Werd het voorlopige beheer van het museum geëvalueerd? Kloppen de berichten over een onderzoek naar wanbeleid in het museum?

Zal de functie van algemeen directeur opnieuw vacant worden verklaard? Wanneer en volgens welke procedure zal dat gebeuren? Welke nieuwe invulling zal aan de functie worden gegeven?

Werd het besluit tot vaststelling van de opdrachten van het Legermuseum geactualiseerd? Welke zijn de opdrachten? Welke gevolgen heeft de hernieuwing voor de concrete werking van het museum?

Welke toekomst is er voor het Legermuseum weggelegd binnen Defensie? Zal het museum een parastatale blijven of wordt dat nog bestudeerd?

Minister Steven Vandeput: Voor het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis, waar momenteel 183 personeelsleden zijn tewerkgesteld, waarvan 77 burgers en 106 militairen, wordt in 2015 een dotatie voorzien van 2 740.000 euro. Ten opzichte van 2014 is dit een vermindering van 20 % op de werkingsuitgave, dezelfde vermindering door de regering als bij alle instellingen van openbaar nut met een notificatie van 15 oktober 2014.

De dotatie komt in dezen van Defensie, maar het is wel dezelfde vermindering die voor de andere instellingen is afgesproken.

Volgens de informatie, verkregen van het KLM, werden bij de voorbereidingen van het verlaten van het depot van Kappellen geen collectiestukken vernietigd.

(In het Frans:) De werking, de organisatie en de opdrachten van het KLM zullen afhangen van het resultaat van twee studies: de visie van de historische pool van Defensie inzake het behoud en de exploitatie van het militaire patrimonium, en het onderzoek naar de werkingsproblemen bij het KLM door de Algemene Inspectie.

Om de openstaande functie van algemeen directeur van het KLM te kunnen invullen moet er door het bevoegde orgaan, een jury, een functiebeschrijving worden opgesteld die in overeenstemming is met de competenties waarover een algemeen directeur dient te beschikken. Na de weging van deze functiebeschrijving en mits akkoord van de inspecteur van Financiën kan Selor een selectieprocedure opstarten. Een eventuele nieuwe invulling van de functie ligt echter ter studie. Eerst wachten we tot historische pool met een voorstel komt zodat we een duidelijk zicht hebben over de aard van de managementproblemen in het Legermuseum.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, het is een heel ongezonde situatie. Ik heb het gevoel dat de situatie daar al jaren aan een stuk heel erg verziekt is.

Er zijn twee mogelijk oplossingen. Ofwel zet men er een volledig nieuw management. Voor het personeel moet het enorm demotiverend zijn om daar te werken. Het is een slechte situatie voor het prachtige museum zelf. We moeten er eens met de commissie naartoe. Ofwel brengt men het onder in een ander museumbeheer, zoals het Jubelparkmuseum. Dat kan ook een mogelijke piste zijn.