Mondelinge vraag inzake het BEST-programma (Belgian Soldier Transformation)

27 mei 2015

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "het BEST-programma (Belgian Soldier Transformation)" (nr. 4446)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, in 2011 ondertekende onze Defensie met Nederland en Luxemburg een overeenkomst over de ontwikkeling van een smart vest. Dit kaderde in het BEST-programma - Belgian Soldier Transformation - gelanceerd in 2003 en gericht op het verbeteren van de individuele uitrusting van onze militairen. Nederland werd aangesteld als single contracting nation.

Toen ik hierover het laatst een vraag stelde in januari 2014 werd verwacht dat het definitieve contract kon worden afgesloten in de eerste helft van 2014 en dat de eerste prototypes – een veertigtal – in 2015 konden worden geleverd.

Intussen werd de Nederlandse Defensie echter met verschillende problemen geconfronteerd zoals de diefstal van vertrouwelijke documenten aangaande het project, ICT-problemen en een rechtszaak aangespannen door een fabrikant die niet als voorkeurpartner werd gekozen.

Mijnheer de minister, ik wil u graag de volgende vragen stellen.

ln welke fase bevindt de ontwikkeling van het smart vest zich op dit moment? Wat is de precieze rol of taak van elk van de deelnemende landen?

Wordt onze Defensie actief betrokken bij de onderhandelingen over het lastenboek, de economische return en dergelijke meer? Heeft u zicht op de mogelijke economische return voor ons land? Ik bedoel dan of er een industriële bijdrage zal zijn voor ons land. Welke bedrijven komen hiervoor eventueel in aanmerking?

Welke gevolgen hebben de problemen in Nederland, en in het bijzonder de rechtszaak, voor het project en voor onze deelname daaraan? Wat zijn uw verwachtingen over het verdere verloop en de realisatie van het project?

Er werd eerder al een totaalbudget van 5 miljoen euro vastgelegd voor het project. Is dit geld nog steeds beschikbaar? Zal er meer nodig zijn om onze deelname tot aan het einde van het project te garanderen? Die 5 miljoen euro zou zijn voor de ontwikkeling en de productie van de prototypes. Er was toen sprake dat voor het volledige project 143 miljoen euro nodig zou zijn.

Minister Steven Vandeput: Mijnheer de voorzitter, mevrouw Grosemans, voor de verwezenlijking van het project BEST werd een gemeenschappelijk program office opgezet, waarin België en Nederland gezamenlijk instaan voor de uitwerking van alle modaliteiten, zoals het opstellen van het lastenboek, evaluatie, enzovoort. Luxemburg, dat ook deelneemt, wordt in het program office vertegenwoordigd door België.

Op basis van de gezamenlijke operationele en technische testen in 2013 en 2014 met de proefmodellen van drie potentiële leveranciers werd de voorkeursleverancier voor het smart vest bepaald.

Volgens de huidige planning zal Nederland als single contracting nation in juni 2015 een contract afsluiten met de voorkeurleverancier voor de levering van een voorreeks aan alle Benelux-landen en een reeks aan Nederland. Voor België werd voor die voorreeks een bedrag van 5 miljoen euro vastgelegd. De reeksen voor België en Luxemburg zijn in het contract opgenomen als een optionele voorwaardelijke schijf. De besluiten voor de reeks worden genomen na de gezamenlijke tests van de voorreeks, die plaatsvinden in de eerste helft van 2016. Na die tests beschikken België en Luxemburg contractueel over een periode van zes maanden om de optionele schijf te lichten.

Op basis van de resultaten van die tests en op basis van het strategisch plan van Defensie zal het totaal budget voor de reeks bepaald worden. De leveringen van de reeks zijn vervolgens voorzien vanaf 2017 tot 2019.

De rechtszaak die werd aangespannen door een van de afgewezen leveranciers tegen Nederland als single contracting nation heeft daarin momenteel geen verdere gevolgen. Een definitieve uitspraak wordt niet verwacht voor het einde van 2015.

De economische return zal zich verhouden tot het aantal systemen dat door elk deelnemend land zal worden besteld, volgens de informatie die mij werd meegedeeld.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, uw antwoord klinkt eigenlijk als goed nieuws, als een doorbraak. Dat dossier sleept intussen al tien jaar aan. Het is een heel belangrijk dossier, in ieder geval voor de landcomponent. Het is ook zeker belangrijk voor onze industrie. Ik ben dan ook blij dat er schot in de zaak zit.

Voor mij is ook de Benelux-samenwerking heel belangrijk. Volgens mij vindt nu voor de eerste keer een gezamenlijke Benelux-aankoop plaats op het gebied van landgebonden systemen. U weet heel goed dat wij de Benelux-samenwerking heel belangrijk vinden. Ik doel op het leger van de Lage Landen. Ik denk dat het een stap vooruit betekent in de samenwerking tussen die drie landen in conflictzones.