Mondelinge vraag inzake het geheime akkoord met de Amerikanen over de modernisering van de kernwapens op Kleine-Brogel

25 november 2013

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de vice-eersteminister en minister van Landsverdediging over "het geheime akkoord met de Amerikanen over de modernisering van de kernwapens op Kleine-Brogel" 

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, in de media verscheen dat België in het geheim een akkoord zou hebben afgesloten met de Verenigde Staten betreffende de modernisering van de kernwapens die op de vliegbasis van Kleine-Brogel zouden liggen. Deze bewering kwam van de Amerikaanse kernwapenexpert Hans Kristensen. Er zou ook een akkoord zijn met de overige Europese NAVO-partners op wiens grondgebied kernwapens zijn opgeslagen.

Mijnheer de minister, graag zou ik u het volgende over deze kwestie willen vragen.

Wat is het standpunt van de regering omtrent de modernisatie van de kernwapens op het eigen grondgebied en de Amerikaanse kernwapens in Europa?

Bevestigt u dat er een akkoord is met Washington over het kernwapenarsenaal op het grondgebied van de Europese NAVO-partners? In hoeverre is deze beslissing doorgesproken met de rest van de regering? Zijn alle regeringspartijen op de hoogte van dit akkoord en steunen ze deze beslissing?

Eerder dit jaar hebt u het volgende verklaard: "Ik ben bereid alle initiatieven en inspanningen voor een wereld zonder kernwapens te steunen. Maar wij zijn ook lid van de NAVO, die nog steeds een nucleaire strategie volgt." Hoe staat u zelf tegenover de modernisatie van het Amerikaanse kernwapenarsenaal op Europees grondgebied? Is dit niet de uitgelezen kans voor de Europese NAVO-bondgenoten om met de Amerikanen te onderhandelen om de kernwapens van het grondgebied te verwijderen? In hoeverre is dit gebeurd?

Hebt u hier zelf reeds op aangedrongen of initiatieven genomen om dit te bespreken met de VS en de Europese bondgenoten? Zo ja, graag wat meer uitleg. Zo neen, waarom niet?

Minister Pieter De Crem: Mijnheer de voorzitter, ik antwoord in samenspraak met de eerste minister en de minister van Buitenlandse Zaken. Ik antwoord dan ook namens de regering.

Tijdens de Noord-Atlantische Raad van 1957 heeft België zich akkoord verklaard met het strategische concept van de NAVO waarbij de afschrikking gebaseerd is op conventionele en nucleaire capaciteiten. Tot de juiste omstandigheden zijn gecreëerd, die een wereldwijde eliminatie van nucleaire wapens toelaten, blijft de NAVO een nucleaire alliantie met een goed beschermde, veilige en efficiënte afschrikkingscapaciteit. In dit strategische concept worden de lasten en risico’s, die verbonden zijn aan de veiligheids- en de ontradingspolitiek van de NAVO, billijk gedeeld door zoveel mogelijk lidstaten.

Als verdragsrechtelijke bondgenoot van de NAVO steunt België het algemeen beleid van de alliantie en hecht het veel belang aan de solidariteit met de bondgenoten. Onze Amerikaanse bondgenoten dragen bij tot deze afschrikking door onder andere nucleaire wapens en strijdkrachten ter beschikking te stellen van de alliantie.

(In het Frans:) De beslissing om de Amerikaanse kernwapens operationeel te houden en de levensduur ervan te verlengen, komt uitsluitend toe aan de Verenigde Staten, wat ook beschreven wordt in het Amerikaanse beleidsdocument Nuclear Posture Review uit 2010. Het B61 Life Extension Program, dat daarin vermeld wordt, staat los van eventuele beslissingen van de NAVO en NAVO-goedkeuring.

In mei 2007 werd het politieke niveau op de hoogte gebracht van een verslag van de NATO Nuclear Planning Group over de modernisering van onder meer de B61’s.

De substrategische nucleaire wapens van de NAVO zijn wapens die als afschrikmiddel fungeren, om bevolkingen te beschermen tegen de bedreigingen die uitgaan van het gebruik van massavernietigingswapens. Dergelijke wapens, hoewel hun operationele positie ondergeschikt is aan de politieke rol die zij spelen, blijven een niet onbelangrijke rol spelen in de ontradingspolitiek van de alliantie, waarbij stapsgewijze aanpassingen van de paraatheid en preventieve ontplooiing van middelen zichtbare en vastberaden signalen zijn, die de NAVO in geval van een gewijzigde bedreiging kan geven.

Dergelijke maatregelen vormen eveneens een bewijs van de sterke cohesie binnen de alliantie.

(In het Frans:) Op lange termijn deelt België de visie van een wereld zonder kernwapens. Dat kan slechts bereikt worden indien allen zich daartoe via concrete, onomkeerbare en controleerbare stappen, waaronder de universele naleving van het door België geratificeerde non-profileratieverdrag, verbinden.

Ons land beschouwt de universele ontwapeningsovereenkomsten alsook elke maatregel die in nauw overleg met de andere NAVO-partners het vertrouwen en de transparantie vergroten, als een bron van stabiliteit en ziet deze initiatieven als een mogelijke stap in de richting van een verdere wereldwijde vermindering van het aantal nucleaire wapens. België steunt in dit kader de oprichting van het nieuwe NAVO-comité, the Special Advisory and Consultative Arms Control, Disarmament and Non-Proliferation Committee, dat voorstellen zal uitwerken die transparantie en vertrouwenwekkende maatregelen met Rusland promoten en die later op tafel zullen worden gelegd tijdens de NAVO-Rusland-besprekingen.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, u probeert van het betreffende dossier een spookdossier te maken. U geeft geen antwoord op onze vragen. U ontkent niet en u bevestigt ook niet. Zo is het natuurlijk enorm moeilijk praten en zijn democratie en parlementair debat ver zoek.

Wij willen echt duidelijkheid of die beslissing al is genomen. De modernisering is voor de N-VA immers het ideale moment om in de NAVO de aanwezigheid van de kernwapens te bespreken en te evalueren.

Minister Pieter De Crem: Mijnheer de voorzitter, voor alle duidelijkheid: het antwoord dat ik heb gegeven, past in de aanhoudende houding dat er noch bevestigd noch ontkend wordt. Ni confirmation, ni infirmation.

Ik heb dus het standpunt van de regering vertegenwoordigd en naar voor gebracht in het Parlement, dat tot stand is gekomen na overleg met de premier, Buitenlandse Zaken en Defensie, en ik zal binnen mijn mandaat om antwoord te geven geen andere elementen meer toevoegen dan deze die ik nu heb verstrekt.

Voor alle duidelijkheid, in dit antwoord heb ik vermeld dat in mei 2007 het politieke niveau in België op de hoogte werd gebracht van een verslag van de NATO Nucleair Planning Group met betrekking tot de modernisering van, onder meer, de B61’s.

Voor het overige, waarde collega’s, verwijs ik u naar het verslag van de heer Van der Maelen van 14 mei 2013, naar aanleiding van de georganiseerde hoorzittingen met experten, en waarvan u, mijnheer Van der Maelen, als verslaggever hebt gefungeerd, waarbij in uw verslag op pagina 41 over de modernisering van de B61’s wordt gesproken.