Mondelinge vraag inzake het investeringsplan 2012-2014

22 mei 2012

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de minister van Landsverdediging over "de kritiek van de Inspectie van Financiën op het investeringsplan 2012-1014" (nr. 11640)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, op 10 mei konden wij in de krant de kritiek van de Inspectie van Financiën op het investeringsplan 2012-2014 lezen.

De 490 miljoen die u nodig zou hebben om het programma ten uitvoer te brengen, zou niet voorhanden zijn. De staatsschuld zou bijgevolg verder aandikken, omdat de marge voor investeringen nihil is. Verder zouden de bijkomende kosten die gepaard gaan met de aankopen systematisch zijn onderschat. Ook enige vorm van motivering waarom bepaalde aankopen volgens Defensie broodnodig waren, ontbrak volledig.

In het advies staat bijvoorbeeld het volgende: “De reële budgettaire marge voor de uitvoering van deze legeraankopen is dus de facto nihil. De uitvoering van dit programma zal de staatsschuld met minstens 500 miljoen euro laten aangroeien. De komende generaties zullen deze aangroei gedurende vele decennia moeten dragen, boven op de vergrijzingskosten.”

Verder las ik: “Vermits Defensie geconcipieerd wordt als een onderdeel van een internationale, militaire gemeenschap zou men verwachten dat de operationele behoeften beschreven worden vanuit de specifieke rol die het Belgisch leger in een internationale context nog kan spelen. In dit dossier vinden wij ter zake geen enkele duiding.” Ten slotte staat er: “Wat de berekening van wat wij de kritische noodzakelijke aantallen zouden kunnen noemen, bevat het dossier geen intrinsieke motivering.”

Mijnheer de minister, ik heb de volgende vragen.

Hoe is het investeringsprogramma tot stand gekomen? Welke partijen werden betrokken in het opstellen van het programma? Wie nam de definitieve beslissing welke investeringen zouden worden doorgevoerd en welke niet? Hoe reageert u op de kritiek van de Inspectie van Financiën?

Het antwoord op mijn volgende vraag heb ik al gedeeltelijk in de krant kunnen lezen. Hoe verliep de discussie omtrent uw dossier in de Ministerraad? Wat was het verdict? Kunt u daarbij nog meer toelichting geven? Hoe zullen de aankopen in de tijd worden gespreid?

Minister Pieter De Crem: Mijnheer de voorzitter, collega’s, het investeringsprogramma werd door de Defensiestaf opgesteld en is het resultaat van een consensus binnen Defensie, rekening houdende met de budgettaire realiteit en de kwantitatieve vermindering naar 32 000 personeelsleden, militairen en burgers samen.

Het plan werd na advies van de Inspectie van Financiën door mij voorgelegd aan de Ministerraad, die het heeft goedgekeurd, nadat het met vertegenwoordigers van alle regeringspartijen in een interkabinettenwerkgroep werd besproken. De Ministerraad heeft dus met volledige kennis van zaken, met inbegrip van het advies van de Inspectie van Financiën, het dossier goedgekeurd.

Het plan houdt rekening met de vooruitzichten voor het budget van Defensie na de meest recente begrotingscontrole. Voor het plan worden geen bijkomende middelen gevraagd.

De individuele dossiers zullen met naleving van de formaliteiten betreffende de administratieve en begrotingscontrole aan de parlementaire commissie Legeraankopen en aan de Ministerraad worden voorgelegd. Bij deze gelegenheid zullen de gedetailleerde kwantitatieve en kwalitatieve behoeften worden uiteengezet.

Het plan voorziet in de aankoop van onontbeerlijk materieel om onze eenheden en ons personeel adequaat uit te rusten, met het oog op, enerzijds, de uitvoering van de taken die door de regering aan Defensie worden toevertrouwd en, anderzijds, de verzekering van de veiligheid van onze troepen.

Het gaat vooral om het vervangen van obsoleet of verouderd materieel, waarvan het operationeel karakter niet langer kan worden gewaarborgd of waarvoor de onderhoudskosten buitensporig worden.

Het is fundamenteel dat deze programma’s worden verwezenlijkt, teneinde te vermijden dat Defensie op middellange termijn bij gebrek aan gepaste middelen basiscapaciteiten verliest.

Het investeringsplan bestaat uit drie schijven, die over 2012, 2013 en 2014 zijn verspreid. Het plan wordt in vijf domeinen opgedeeld, zijnde de voortzetting van de wederuitrusting van de landcomponent, het in gebruik nemen van recent aangekochte systemen, het behoud van bestaande capaciteiten, het vervolg van de voltooiing van de transformatie en de middelen nodig voor de opdrachten van de ADIV of de Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid.

Conform de beslissing van de Ministerraad van 11 mei 2012 — ik herhaal dat het programma door de Ministerraad werd goedgekeurd — zullen de programma’s van de schijf 2012 worden vastgelegd, met name voor, ten eerste, de voortzetting van de wederuitrusting van de landcomponent, zoals ik reeds vermeldde, via het verwerven van, ten eerste, de antistructuur- en antigepantserde voertuigen en raketten op korte afstand of AFAB SR, ten tweede, de Personal Defense Weapons en, ten derde, de zelfverdedigingssystemen voor de Light Multirole Vehicles, de LMV’s.

Zij zullen, ten tweede, worden vastgelegd voor de inwerkingstelling van recent aangekochte systemen via de deelname aan een internationale logistieke steun voor de NH90-helikopters en voor de aankoop van munitie voor de Armoured Infantry Vehicles, de AIV’s.

Ten derde is er het behoud van bestaande capaciteiten. Daartoe gaan wij over tot de verwerving van brandweervoertuigen voor de vliegtuigbasissen, de terminals voor de satellietcommunicatie, Sniper Pods voor de F-16’s, systemen voor de voorwaartse waarnemers of FAC’s, zijnde de Forward Air Controllers, de Ready Duty Ships of RDS en het verzekeren van opdrachten van ADIV via de aankoop van systemen van Single Intelligence.

Sommige programma’s zijn gepland voor vastlegging in 2013, maar worden ook in 2012 in het substitutiedossier voorbereid en vastgelegd, indien de opportuniteit zich voordoet.

Het gaat meer bepaald over de aankoop van precisiewapens, multifunctionele karabijnwapens, lucht- en grondradio’s en de evolutie van de configuratie van de F16.

Wat de voertuigen betreft is de aankoop van verschillende wapensystemen verspreid in de tijd. Prioritair heeft de landcomponent behoefte aan het zelfverdedigingssysteem voor de Light Multirole Vehicles. Dit programma maakt deel uit van de schijf 2012 van het investeringsplan. Vervolgens voorziet de schijf voor het jaar 2013 Rapid Reaction Vehicles, RRV, voor de eenheden van de lichte brigade en een beperkt aantal Armoured Infantry Vehicles, AIV, in bepaalde configuraties. Daarnaast voorziet de schijf voor het jaar 2014 een bijkomende bescherming van de Pandoer verkenningsvoertuigen.

De programma’s waarvoor de internationale samenwerking, in het bijzonder in de Benelux-omgeving; een toegevoegde waarde brengt, werden geïdentificeerd en zullen ook in dat kader worden verwezenlijkt. Hierbij wordt onder andere gedacht aan de logistieke steun van de NA90 in samenwerking met Nederland, aan de terminals voor satellietcommunicatie met Luxemburg en aan de evolutie van de configuratie van de F16 met onze partners van het programma MNFP, de Multinational Fighter Program.

En ce qui concerne la question plus spécifique de la maintenance des NH90, la participation de la Belgique à la capacité d'appui international, avec nos partenaires européens en général et avec les Pays-Bas en particulier, se concrétisera en pratique sous la forme d'un stock de pièces de rechange calculé sur la base des besoins de l'ensemble des partenaires et géré en commun.

Une fois le stock constitué par l'apport des contributions nationales, la Belgique, comme chaque participant, bénéficie, dans la mesure de ses besoins et dans le respect des règles communes de gestion, d'un accès inconditionnel aux pièces de rechange. Il ne s'agit donc pas d'une intégration de la maintenance, mais bien de la gestion en commun d'un stock optimalisé de pièces de rechange avec les économies que cela suppose pour les partenaires.

La maintenance premier et deuxième échelons des NH90, c'est-à-dire l'ensemble des activités de maintenance qui, de par leur nature, doivent pouvoir être exécutées au cours et en soutien d'engagements opérationnels, tant à l'étranger que sur le territoire national, comme des missions de sauvetage en mer, devra impérativement pouvoir être effectuée organiquement par la Défense.

Finalement, en cas d'arrêt de la coopération avec d'autres nations, en particulier avec les Pays-Bas en matière de stock de pièces de rechange NH90, la Belgique récupérerait la quantité équivalente de pièces qu'elle aura acquises au profit de l'effort commun. Ces pièces constitueraient un premier élément du stock national que la Belgique devrait alors constituer pour assurer la maintenance de ses hélicoptères.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, wij hebben altijd een lans gebroken voor meer investeringen. Wij hebben geen maanden, maar jaren gewacht op het investeringsprogramma. Dat is er nu uiteindelijk, maar het wordt al volledig gefileerd. Wij lezen dat de verschillende programma’s een voor een op de Ministerraad moeten komen en worden goedgekeurd. Uiteindelijk is er geen geld en geen visie. Wij hebben de indruk dat uw coalitiepartners klaar staan om de poten van uw stoel poot per poot weg te zagen. Wij hebben altijd gezegd dat nieuwe investeringen absoluut noodzakelijk zijn, dat is genoeg benadrukt. Wij hebben echter ook weinig geld en dus moeten wij de middelen wijs investeren. Twee dingen zijn daarvoor belangrijk.

Ten eerste, wij moeten erover nadenken welke richting wij met onze krijgsmacht willen uitgaan en wij moeten onze investeringen daarop afstemmen. De recente intentieverklaring, de samenwerkingsverbintenis met de Benelux, biedt de mogelijkheid om meer te specialiseren, wat in samenspraak met de verschillende partners moet gebeuren. Als ik dan het investeringsprogramma bekijk, kan ik slechts constateren dat die denkoefening niet werd gemaakt. Wij moeten die reflectie behouden want anders kunnen wij het ons niet meer permitteren en bovendien moeten wij evolueren naar multinationale samenwerking. U hebt zelf de mond vol over pooling, sharing en smart defense. Wij moeten een investeringsplan opstellen, maar dat gebeurde nu zonder bondgenoten of partners te consulteren.

Ten tweede, en dat is ook erg belangrijk, moet elk dossier, dossier per dossier, in de commissie Legeraankopen worden besproken alvorens het aan de Ministerraad wordt voorgelegd. Alleen zo kunt u zich verzekeren van voldoende steun.