Mondelinge vraag inzake het jaarverslag van het Comite I in verband met de inlichtingendiensten van het leger

16 juni 2011

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de minister van Landsverdediging over "het jaarverslag van het Comité I in verband met de inlichtingendiensten van het leger" (nr. P0394)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, dinsdag werd het jaarverslag voorgesteld van het Comité I. Dat rapport is vernietigend voor de werking van de Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid. Uit het rapport blijkt dat de verschillende divisies onderling niet communiceren. Een veiligheidsdienst die niet communiceert, dat is nefast. De divisies hebben ook een afzonderlijk datasysteem. Il faut le faire. Elke chef leeft daar op zijn eigen eiland. Het Comité I is van oordeel dat de goede werking van de ADIV in het gedrang komt. Nog straffer, vijf jaar geleden hebben ze dit probleem ook al aangekaart. Er lagen toen plannen op tafel. Die werden niet uitgevoerd. Aan uitvluchten geen gebrek. Beste collega’s, de situatie is bittere ernst. Wij huisvesten hier verschillende internationale organisaties. Buitenlandse inlichtingendiensten opereren hier aan de lopende band. Daarom is het belangrijk dat wij een goed werkende veiligheidsdienst hebben.

Mijnheer de minister, sinds wanneer bent u op de hoogte van de falende communicatie bij de militaire inlichtingendiensten? Waarom werd hier niets aan gedaan? Wat doet u concreet om dit probleem zo snel mogelijk weg te werken?

Minister Pieter De Crem: Mijnheer de voorzitter, waarde collega’s, chers collègues, voor de duidelijkheid in dit dossier, de vragen, gesteld door de leden in deze question time, handelen over het activiteitenverslag van 2010 van het Vast Comité van Toezicht op de inlichtingendiensten, het Vast Comité I. Niettegenstaande de vermelding van het jaartal 2010, waarde vraagstellers, slaat het activiteitenverslag eveneens op feiten van voor 2010, met inbegrip van feiten uit de periode van voor mijn aantreden.

Chers collègues, conformément à l'article 35 de la loi organique du 18 juillet 1991 concernant le contrôle des services de police et de renseignement et de l'organe de coordination pour l'analyse de la menace, le Comité permanent R a rendu à cette Chambre et au Sénat un rapport général d'activités, qui couvre la période du 1er janvier au 31 décembre de l'année précédente. Ce rapport a été transmis aux présidents de la Chambre et du Sénat ainsi qu'aux ministres de la Justice et de la Défense.

Wat betreft de in het jaarverslag vermelde incidenten met betrekking tot het verlies van geclassificeerde informatie en persoonsgegevens buiten beveiligde sites – daarover gaat het – die zich zouden hebben voorgedaan voor mijn aantreden als minister, besluit het Vast Comité I dat deze vooral te wijten waren aan de wijze waarop individuele personeelsleden omgingen met geldende reglementeringen en voorschriften.

Collègue Moriau, le Comité permanent R a dit que "les règles et les instructions qui s'appliquent lorsque des collaborateurs du SGRS sont contraints de se déplacer avec des données classifiées et/ou à caractère personnel en dehors d'un site protégé sont claires, praticables et aisément accessibles".

Les instructions mettent essentiellement l'accent sur la protection et la préservation des données classifiées. Le Comité permanent R a constaté que l'existence et le contenu des lois, arrêtés, instructions, règlements et consignes ont été portés à la connaissance de tous les membres du SGRS lors de leur entrée en service par le biais d'un briefing de sécurité générale. En partie à la suite de recommandations antérieures du Comité permanent R, des briefings de sensibilisation ont été régulièrement organisés. Le Comité permanent R en déduit que ces consignes sont connues du personnel.

Het Vast Comité I stelt vast dat de menselijke factor de zwakste schakel in elk veiligheidssysteem blijft.

Daaruit concludeer ik en is het voor mij zeer duidelijk dat de geldende reglementering moet worden nageleefd. Dit is een absolute plicht voor ieder personeelslid. Deze incidenten uit het verleden stonden los van het probleem van de informatiehuishouding.

Wat die informatiehuishouding bij de Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid van de Krijgsmacht, de ADIV betreft, heeft het Vast Comité I na een toezichtonderzoek dat in 2005 is gestart, besloten en vastgesteld dat er geen geïntegreerd beheer van de informatie is.

Er werden reeds bepaalde veranderingen doorgevoerd, maar eind december 2010 werd beslist om de aanpak van dit probleem in een globale audit te onderzoeken. Op 31 augustus 2010 heb ik per brief aan de voorzitter van het Vast Comité I laten weten dat ik geen bezwaar had tegen het publiek maken van het verslag van het Vast Comité I over deze materie.

Ik kijk dus uit naar de auditresultaten die wat mij betreft moeten helpen om, indien nodig, de aanpak van de administratie bij te sturen.

Het is belangrijk dat de ADIV over een geïntegreerd beheer van informatie kan beschikken en dat het ook het need to know-principe, een bijzonder belangrijk principe, kan blijven hanteren en respecteren. Wij spreken hier immers over gevoelige informatie.

De aanpak van de defensiestaf werd reeds eind vorig jaar volgens de regel van de beperkte verspreiding toegelicht in de begeleidingscommissie van het Comité A. In het licht van de taakomschrijving, de materie en de periode van de lopende zaken meen ik dat dit het passende forum is om de zaak verder te bespreken en op te volgen.

Ik wil u ook de nuancering meegeven die gisteren door het Vast Comité I tijdens het middagjournaal van de VRT werd meegedeeld. De algemene teneur is dat de ADIV een behoorlijk parcours aflegt maar dat het altijd beter kan. Dat is natuurlijk totaal iets anders dan een inlichtingendienst die compleet vierkant draait.

Tot slot wil ik erop wijzen dat de lezing aan een zeer positief gegeven voorbij is gegaan.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, we hadden het dus over het jaarverslag van het Comité I. Mijnheer de minister, dat de situatie zo lang aansleept, is onverantwoord. In 2005 heeft het Comité I hiervan trouwens reeds melding gemaakt en een van de oud-chefs van de inlichtingendiensten heeft u bij uw aantreden zelfs persoonlijk op de hoogte gebracht. Is het niet de verantwoordelijkheid van het hoofd van de inlichtingendiensten om de goede werking te garanderen? Wanneer zal hij eens zijn verantwoordelijkheid nemen?

Ik heb hier een lijst van incidenten van 2004 tot 2007, waaruit blijkt dat er een structureel probleem heerst bij de inlichtingendiensten. Mijnheer de minister, het is tijd dat u uw verantwoordelijkheid neemt en hier orde op zaken stelt.