Mondelinge vraag inzake het kritische interne rapport over Defensie

14 november 2012

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de minister van Landsverdediging over "het kritische interne rapport over Defensie" (nr. 13983)

Karolien Grosemans (N-VA): De N-VA is altijd heel duidelijk geweest. In tijden van financiële crisis is het onmogelijk om grote bedragen in Defensie te pompen. Wij hebben al heel vaak gezegd dat Defensie al heeft bespaard. Het leger wordt palliatief behandeld. Verder snijden betekent dat men euthanasie pleegt.

Een performant leger is wel nodig. Ik hield mijn hart vast toen ik vernam dat een interne nota van Defensie in de pers was gelekt. De huidige situatie en de toekomstperspectieven van ons leger worden hierin beschreven. Het schetst een grimmig beeld. Men wordt er niet echt vrolijk van.

In een eerste reactie op het rapport bevestigde u dat de auteurs een goede analyse hadden gemaakt. Tegelijk verweet u hun dat ze niet met oplossingen komen. U duwde de schrijvers in het hoekje van de ijzervreters en de Koude Oorlogrelieken. Intussen raakte bekend dat Defensie een intern onderzoek zou zijn gestart naar de schrijvers van het document.

Waarom haalde u zo uit naar de auteurs van het rapport?

Hoe reageert u op de kritiek dat grote investeringsdossiers vooruit worden geschoven?

Tijdens  de  begrotingsbesprekingen  in 2011 kondigde u de oprichting van een werkgroep over de grote investeringsdossiers aan. In de beleidsverklaring van december 2011 lees ik ook dat u in het verlengde van uw investeringsplan de problematiek van de grote vervangingsdossiers zou  bekijken.  Is  die  werkgroep  al samengekomen? Zo ja, hoeveel keer? Welke dossiers worden in de werkgroep behandeld? Wat zijn de voorlopige resultaten?

Hoe reageerde u op de aanklachten in de nota dat Defensie de enige post is waarin de voorbije jaren zwaar is bespaard, zowel op vlak van de financiële middelen als op het vlak van overheidspersoneel?

Vindt u het nog verantwoord dat er nog meer in Defensie wordt bespaard?

Bevestigt u de kritiek op de trend van een dalend operationeel vermogen?

Instroom en uitstroom bij Defensie zijn al enige tijd niet meer met elkaar in balans. Het feit dat aanwervingen slechts drie vierde van de reële behoeften dekken, wordt in het rapport als een van de oorzaken aangehaald. Hoe reageert u hierop?

Bent u bereid om de problematiek met het Parlement onder de loep te nemen? Bent u bereid om de militairen toestemming te verlenen naar onze commissie te komen en antwoord te geven op de verschillende vragen, die velen van ons ongetwijfeld hebben?

Vincent Van Quickenborne (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega’s, het is waarschijnlijk toeval dat dit debat volgt op hetgeen wij vanochtend hebben gehoord, onder meer van de vertegenwoordiger van de Hoge Vertegenwoordiger van de Europese Unie. Wij hebben allemaal gehoord dat in alle Europese landen op dit ogenblik wordt bespaard bij Defensie. De vraag die rijst is natuurlijk of er slim bespaard wordt. Met andere woorden: zijn wij in staat om met minder méér te doen? Dat is de essentiële vraag in dit debat.

Het is mijn eerste publieke zitting in de commissie voor de Defensie, maar ik ben eerlijk gezegd toch een beetje verwonderd. De voorgaande spreker komt hier zeggen dat er genoeg is bespaard, terwijl ik elke week in de plenaire zitting haar fractieleider hoor verklaren dat er moet worden bespaard, dat er moet worden ontvet, dat de overheidsuitgaven moeten worden teruggedrongen en dat men dat moet doen in plaats van iets te doen aan de inkomstenzijde. In de plenaire zitting hangt men dergelijk discours op en hier vertelt men iets totaal anders. Ik vind dat getuigen van het betere bochtenwerk. Het is een oppositie die op een skipiste slalomt en bochten maakt. Dat belooft.

In plaats van intentieprocessen te maken ten aanzien van de minister moeten wij gewoon het debat ten gronde voeren. Ik heb de nota ook aandachtig gelezen. Op het einde van die nota zegt men less is more, dat is zowat de slogan die men gebruikt bij besparingen. Het dreigt te verglijden naar less is less. Mijnheer de minister, is dat juist of niet juist? Kunt u ons bewijzen dat na uw herstructureringsplan van 2009, het leger sterker en beter is?

Wat het personeel betreft, kent u natuurlijk het traject dat is afgelegd met betrekking tot de besparing op personeel, het aantal dat sterk aan het verminderen is. Is het juist dat het objectief van 30 000 zal worden gehaald voor het einde van de regeerperiode? Als dat sneller wordt gehaald, gaat u dan verder naar beneden of blijft u hangen op die 30 000?

Wat de investeringsprojecten betreft, is het juist dat er ook bespaard wordt op investeringen, ik geef dat grif toe. Mijnheer de minister, misschien is het ook goed om eens te kijken naar de balans bij Defensie tussen personeel aan de ene kant en investeringen aan de andere kant. Wat zijn de grote investeringsprojecten geweest die u de laatste drie jaar hebt kunnen doen, in 2009, 2010 en 2011? Wat staat er nog gepland?

Mijnheer de voorzitter, wij hebben vanochtend gesproken over pooling and sharing. Daar is trouwens gezegd dat België een prima voorloper is met betrekking tot pooling and sharing. Wij zien dat zowel bij de marine als bij de luchtcomponent. Waarom bestaat er op dit ogenblik nog geen pooling and sharing bij de landcomponent?

Dan kom ik aan slimme besparingen, er moet slim worden bespaard. Er zijn hier en daar nog mogelijkheden om op bepaalde posten nog verder te besparen. Ik verwijs naar één concreet project. Defensie is van plan een eigen overheidsopdracht uit te schrijven voor de postdiensten, terwijl het groeperen van een dergelijke overheidsopdracht kan zorgen voor een hoeveelheidkorting. Zal die overheidsopdracht nog plaatsgrijpen?

Ten slotte, wat is de bijdrage van Defensie aan de sanering van de overheidsfinanciën sinds 2007? Wat is volgens de huidige stand van het conclaaf de bijdrage die Defensie in 2013 tot een globale besparing zal leveren?

Ik heb in de krant gelezen dat u zich tegen een besparing van 200 miljoen euro hebt verzet. Klopt het dat die besparing heel wat minder zal zijn dan wat initieel door uw collega’s was gevraagd?

Mijn laatste vraag gaat over het statuut van de nota. Ik heb mijn collega van CD&V gehoord. Uit curiositeit wil ik graag weten wat het statuut van de nota is. Kan elke stafofficier een dergelijke nota opstellen? Valt de nota onder de geheimhoudingsplicht? Ik weet niet wat de geplogenheden zijn bij Defensie.

Werd de nota vóór het uitlekken ervan in de pers met de leden van uw kabinet of met uzelf besproken? Wat was uw reactie toen?

Klopt het dat de nota een vals rangnummer heeft gebruikt, aldus krantenberichten? Ik weet niet wat een rangnummer is, maar ik zal mij aanpassen aan het discours dat bij Defensie wordt gehanteerd. Is er een vals rangnummer in het spel in het dossier?

Pieter De Crem, ministre: Monsieur Dallemagne, la réponse que je donnerai pourra sans aucun doute satisfaire à une éventuelle question.

Bien que les intervenants aient introduit leur question en néerlandais, je tenterai de répondre partiellement en français.

Dames en heren, om te antwoorden op de vragen van de collega’s met betrekking tot de recente publicatie van een anoniem defensierapport, kan ik meedelen dat een intern onderzoek heeft aangetoond dat in de media een rapport werd gepubliceerd dat geen intern rapport van Defensie is. Er werd noch aan, noch door de staf van Defensie een rapport gevraagd en er werd ook geen rapport geschreven. De manier waarop het document is opgesteld is misleidend omdat wordt voorgewend dat het een officieel karakter heeft waardoor het imago van Defensie schade oploopt.

Er wordt een formele strafklacht tegen onbekenden ingediend bij de federale procureur met betrekking tot deze manipulatie voor valsheid in geschrifte. Verder betreur ik dat deze poging tot desinformatie van onze publieke opinie heeft plaatsgevonden die getuigt van een totaal gebrek aan respect, niet alleen voor het personeel van Defensie maar ook voor ons hele democratische bestel. Er is hier ook sprake van misbruik van de pers. Zoals net gesteld werd dit rapport niet door Defensie besteld of geschreven.

Er zijn heel wat collega’s die vragen hebben gesteld. Als reactie op al die vragen ga ik mij niet uitlaten over de inhoud van het document dat is opgesteld op grond van een strafrechtelijke inbreuk. Dat er echter structureel met de militaire top en met de vakbonden wordt overlegd is vanzelfsprekend. Dat is een meerdere keren terugkerende vraag. Ik zal daar ook de nodige aandacht aan blijven besteden. Er zijn regelmatige contacten tussen de Chef Defensie en mij en bijna dagelijkse contacten tussen het kabinet en de staf van Defensie. Bovendien bestaan er eveneens tussen de vakbonden, mijzelf, het kabinet en de staf van Defensie structurele contacten in de domeinen van de voorziene overlegmaterie, dit conform de syndicale wet. Dit mag voor deze legislatuur uit volgende cijfers blijken. Er heeft 46 keer een technische vergadering met de vakbonden plaatsgevonden en er waren 22 officiële onderhandelingsmomenten  of  overlegbijeenkomsten,  dit  sedert 7 december van vorig jaar. Ik meen dat we daarmee aantonen dat het ons menens is om een goede overlegstructuur te behouden.

Mevrouw Grosemans heeft mij net als andere collega’s gevraagd waarom ik zo uithaal ten overstaan van de auteurs en hoe ik reageer op de inhoudelijke kritiek. Wat het eerste betreft, is het duidelijk dat de handelwijze gevolgd door de opstellers van de nota meer is dan een deontologische fout. Wat het investeringsdossier en de evolutie van de personeelseffectieven betreft, voer ik loyaal het regeerakkoord uit. Ja, Defensie heeft meer dan haar deel gedaan. 807 miljoen euro werd bespaard en voor 1,2 miljard euro aan lopende schulden voor genomen engagementen werd afbetaald zonder dat er ook maar één engagement was om daarvoor in middelen te voorzien.

Mijnheer Van Quickenborne, buur in de Ministerraad, zoals ik u nog altijd noem, ik heb in de krant gelezen dat u mijn grootste fan bent geworden. Het hangt echter af van de krant die ik heb gelezen. De ene krant was immers minder positief dan de andere.

Ik heb een aantal zaken beantwoord. Er zijn vragen over investeringsprojecten  van  de  voorbije  jaren  en  ook  over pooling and sharing.

De heer Van Quickenborne vervoegt ons nu in de commissie. Ik ben dan ook graag bereid op een volgende bijeenkomst van de commissie nogmaals de stand van zaken in de investeringsdossiers te geven.

Ongeveer 106 à 107 miljoen euro van het vooropgestelde investeringsbudget van 242 miljoen euro voor 2012 is reeds toegewezen. De grote investeringsprojecten zijn in essentie tot het grote opvolgingsdossier F-16 terug te brengen. Het regeerakkoord bepaalt ter zake dat het in de volgende legislatuur zal worden uitgevoerd. Aan dit dossier is, behoudens een aantal andere dossiers, ook de vernieuwing van onze huidige fregatten gekoppeld.

Een en ander is echter tijdens de regeringsonderhandelingen heel duidelijk in de legislatuurpost 2014 gepositioneerd.

U hebt samen met een aantal andere collega’s een vraag gesteld over het personeel.

Defensie is het enige departement waarvan de getalsterkte of de personeelsterkte in het regeerakkoord is vastgelegd. Het gaat om 30 000 militairen en 2 000 burgers, zijnde in totaal een aantal van 32 000 personeelsleden. Men kan ter zake dus de grote chapeau nemen voor Defensie.

Genoemd aantal zal in normale omstandigheden midden 2014 exact worden gehaald, zijnde op het einde van de legislatuur. Het kan dat het aantal wat vroeger wordt gehaald. Het zal zeker niet later worden gehaald, maar het zal approximatief op enkele tientallen of zowat een honderdtal eenheden na worden gehaald.

U hebt ook nog een vraag over postbedeling en Optifed gesteld.

Men gelove of men gelove het niet, maar ook ter zake is Defensie een voortrekker. Wij zijn immers een jaar vroeger klaar dan alle andere departementen. Wij hebben ons volume reeds vastgelegd, ook in het raam van de liberalisering van de markt.

Ook vanochtend is daaromtrent met een aantal andere departementen een vergadering doorgegaan. Zij zijn bij ons ervaring komen opdoen en bekijken op welke manier wij het hebben aangepakt, om ter zake een voortrekkersrol te kunnen spelen.

Mevrouw Ponthier heeft mij over de inhoud van het interne rapport geïnterpelleerd. Mijn antwoorden zijn duidelijk.

Na de huidige commissie wordt de klacht bij de federale procureur ingediend, omwille van de inbreuken die, ons inziens, zijn gepleegd. Ik zal het dossier nu aan Justitie overlaten.

Zoals collega Kindermans al gezegd heeft, geen enkele structuur in de openbare sector, noch een FOD noch een departement als Defensie dat om allerlei redenen indertijd niet is opgenomen in de FOD-structuur, maar ook geen enkele grote structuur in de privésector, kan een dergelijke manipulatie zonder gevolg laten. Dat is niet aanvaardbaar, daar zal iedereen het wel over eens zijn. Daarom heb ik de stappen ondernomen die ik vandaag in deze commissie aankondig.

Tot daar mijn antwoord, voorzitter.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik hoor hier langs alle kanten dat men niet wil ingaan op de inhoud van die nota. Nu lees ik in de pers wel dat u zegt dat het leger fundamenteel werd hervormd en dat wij een andere marsrichting zijn ingeslagen. Ik ben toch bang voor die “niets-aan-de-hand-show” want wij ontvangen toch wel duidelijk andere signalen.

De vakbonden geven de auteurs van het rapport volmondig gelijk. De vorige CHOD heeft de situatie ook heel vaak aangeklaagd. Dit is trouwens ook niet het eerste kritische rapport. Defence Planning and Capability Review heeft de situatie in België al enorm zorgwekkend genoemd.

De voorbije drie zittingen van het NAVO-parlement kregen wij bovendien dezelfde boodschap. Het lijkt mij dringend om orde op zaken te stellen en een toekomstdebat over Defensie op te starten.

Onze fractie pleit voor een debat via hoorzittingen of in een werkgroep.

Ik hoor hier ook zeggen dat die nota geen oplossingen biedt. Oplossingen zijn politieke keuzes en die moeten niet worden aangereikt in die nota. Het is aan de politiek om beslissingen te nemen en een antwoord te geven op een aantal vragen. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de volgende vragen. Welke operaties willen wij nog doen? Wat wordt onze bijdrage aan de NAVO? Wat is een aanvaardbaar, geloofwaardig en verantwoordelijk niveau voor defensiebestedingen? Wat met internationale samenwerking? Als wij niets ondernemen, is er inderdaad sprake van schuldig verzuim tegenover onze militairen en onze bevolking. Mijnheer de voorzitter, ik wil met uw goedvinden toch ook even reageren op de woorden van de heer  Van Quickenborne. Ten eerste, de activiteiten van de Open Vld in deze commissie liggen al vier jaar stil. U moet ons hier niet de les komen spellen.

Vincent Van Quickenborne (Open Vld): (…)

Karolien Grosemans (N-VA): Ten tweede, het is duidelijk dat u pas de tweede keer aanwezig bent in deze commissie want anders zou u heel goed weten dat de situatie binnen het departement zeer ernstig is en dat er al voldoende bespaard is. Er kan zelfs niets meer worden bespaard, want verder besparen zou ervoor zorgen dat wij afglijden naar een Spaans operetteleger. Ik weet niet of het dat is wat u wilt.

Vincent Van Quickenborne (Open Vld): Van tweeslachtigheid weet ik alles, mevrouw Grosemans, want ik heb met u over de pensioenen gediscussieerd. Telkens wij wilden hervormen, ging het voor u te ver en vroeg u om uitzonderingen. Dat u hetzelfde doet in Defensie weten wij ondertussen.

Mijnheer de minister, als er strafrechtelijke inbreuken zijn gebeurd, is het legitiem om ter zake klacht in te dienen, maar ik denk nog altijd dat de beste defensie de aanval is. Daarmee bedoel ik dat u concreet bij machte moet zijn en bent om te weerleggen wat er in die nota staat.

U hebt dat hier deels gedaan, maar ik denk dat u heel duidelijk moet zeggen dat het leger na uw hervorming vandaag wel degelijk sterker en beter is. U kunt dat ook illustreren.

De heer Kindermans heeft naar onze missies in het buitenland verwezen. Die lopen goed. Dat weet u.

Ik denk dat u dat ook op andere terreinen moet bewijzen. Dat maakt u als minister sterker ten aanzien van wat in de nota wordt verteld. Het formele is een zaak, maar u moet ten gronde achter de zaak staan en die verdedigen.