Mondelinge vraag inzake het meerjarenplan van Defensie

29 mei 2013

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de vice-eersteminister en minister van Landsverdediging over "het meerjarenplan van Defensie" (nr. 18218)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, in het regeerakkoord was er sprake van dat Defensie met een meerjarenplan of een nieuw herstructureringsplan op de proppen zou komen. Dat meerjarenplan zou rekening houden met het vernieuwd vastgelegd ambitieniveau en de stand van uitvoering van het transformatieplan.

Mijnheer de minister, graag zou ik u dan ook de volgende vragen willen stellen.

Wanneer denkt u het meerjarenplan aan het Parlement voor te leggen? In welk stadium bevindt dat plan zich nu? Welke tijdspanne zal dat meerjarenplan dekken?

Zal dat meerjarenplan afwijken van uw vorige herstructureringsplan? Kunt u meer uitleg geven bij de elementen die zouden afwijken?

Zijn er nog struikelblokken die de finalisatie in de weg staan? Zo ja, om welke struikelblokken gaat het en waar bevindt het probleem zich?

Minister Pieter De Crem: Mijnheer de voorzitter, collega Grosemans, het regeerakkoord is door de leden van de commissie goed nagelezen en dat stemt mij altijd bijzonder blij. Bij uw dagdagelijkse lezing hebt u ook kunnen vaststellen dat er een geactualiseerd meerjarenplan zal worden voorgelegd dat met het nieuw vastgelegd ambitieniveau rekening dient te houden en ook met de stand van de uitvoering van het transformatieplan.

Ik kan u zeggen dat het transformatieplan onverminderd werd uitgevoerd. Ik heb geoordeeld dat er geen nood was om het bestaande, uit het transformatieplan voortvloeiend, ambitieniveau op kwalitatief en kwantitatief vlak aan te passen.

Tijdens de presentatie van het transformatieplan in het Parlement, in de vorige legislatuur, heb ik benadrukt een plan voor te stellen dat binnen één legislatuur kon worden verwezenlijkt, om de toekomstige legislatuur er niet mee te belasten. Dat engagement is voor de volle 100 % uitgevoerd.

Met het transformatieplan-2009 heeft Defensie een belangrijke inspanning geleverd om haar effectieven en haar structuren te saneren. Op basis van een duidelijk omschreven ambitieniveau werden de structuren van Defensie hertekend, de kwartieren gehergroepeerd rond belangrijke oefenterreinen en de steuneenheden vastgelegd per plateau. De spiegeleenheden werden afgeschaft en er werd geopperd voor eenheden op maximale capaciteit.

Die reorganisatie heeft belangrijke inspanningen gevraagd aan het personeel van Defensie en dat alles ging inderdaad gepaard met een zeer aanzienlijke vermindering van het personeelsbestand, waar we het daarnet ook al over hadden.

Uitgaande van het hiervoor geschetste kader werd Defensie in het laatste regeerakkoord een aantal maatregelen opgelegd met een impact op het departement. De meest in het oog springende daarvan is een verdere vermindering van het personeelsbestand. Daarnaast worden ook de aan het departement toegewezen middelen geherkalibreerd.

Het regeerakkoord legt tegen 2015 het aantal personeelsleden vast op 32 000, waarvan 30 000 militairen en 2 000 burgers. In het akkoord wordt tevens gesteld dat, om die vermindering door te voeren, in de eerste plaats de staven en de hogere kaders dienen te worden gerationaliseerd en de operationele structuur dient te worden gevrijwaard. Dat aspect van het akkoord wordt momenteel uitgevoerd en is bijna bereikt.

De uitdaging blijft het vinden een evenwicht tussen het verminderen van het personeelsbestand en de instroom van nieuw gerekruteerde personeelsleden, zonder aan de operationaliteit te raken. In die zin worden de statuten van het personeel aangepast en worden 1 830 personeelsleden gerekruteerd.

In de vorige legislatuur, en in het bijzonder bij het uittekenen van de transformatie, werd de focus opnieuw op de kerntaak van Defensie gelegd. Met een gezond ambitieniveau de nadruk blijven leggen op het voeren van operaties voor vrede en veiligheid speelt daarin een eersterangsrol. De operaties zijn en blijven dus de core business. Het ambitieniveau van het transformatieplan wordt dus ook tot het einde van deze legislatuur aangehouden.

Hoewel de opgelegde budgettaire ingrepen een duidelijk impact hebben op de investeringscapaciteit van het departement, zijn we er allemaal in geslaagd om in 2012 het volledige investeringsplan te realiseren. Het plan voor 2013 zal aan de Ministerraad worden voorgelegd en dat zal gebeuren in de gangbare periode, eind juni-begin juli. Op het vlak van de infrastructuur wordt het transformatieplan ongewijzigd uitgevoerd volgens de oorspronkelijke basisprincipes waarbij aan het personeel een bruikbare en functionele werkomgeving wordt aangeboden.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, als repliek zal ik twee zinnen voorlezen uit een persbericht van Belga: “Minister van Defensie Pieter De Crem zal in de loop van de komende weken dieper ingaan op de veranderingen die hij de komende jaren wil doorvoeren. Hij presenteert binnen enkele weken een visie, een meerjarenplan, op de toekomst van het leger”. Dat was een persbericht van 6 januari 2012.

Het is nu bijna anderhalf jaar later en we wachten nog altijd op het plan-De Crem. In het regeerakkoord wordt inderdaad in een nieuwe inkrimping van het aantal manschappen voorzien. We hebben intussen ook al een hele hoop besparingen achter de rug. Dat kan niet anders dan een grote impact hebben op Defensie. Er is een heel vernieuwd ambitieniveau en dat vereist ongetwijfeld een nieuw plan. Dat wekt enkel het vermoeden dat u uw troepen niet op een lijn krijgt. Ik vraag mij af of ik nog moet wachten op een nieuw plan-De Crem.

Minister Pieter De Crem: Het transformatieplan is trouwens een van de weinige, zoniet het enige transformatieplan, van een openbare dienst in België dat volledig zijn doel heeft bereikt. De uitgangspunten waren gekend. De doelstelling is bereikt.

In de korte legislatuur die we eind 2011 zijn aangevat en nadien in de bespreking in de commissie – die twee keer heeft plaatsgevonden, een eerste keer naar aanleiding van het regeerakkoord en een tweede grote discussie bij de vaststelling van de begroting 2012 naar aanleiding van de maatregelen die budgettair werden genomen – werd de uitvoering van het regeerakkoord naar voren gebracht.

Dat was het bereiken van het doel van 32 000 militairen op het einde van deze legislatuur: 30 000 militairen en 2 000 burgers. Die doelstelling zijn wij aan het halen, wellicht nog vroeger dan verwacht.

Daarnaast is er het grote investeringsplan, dat jaar na jaar is uitgevoerd. Wij hebben jaren van nul investeringen gekend. Toen ik net minister was, moesten heel wat zaken worden afbetaald: in 2008 en 2009 met een lichte herneming, 242 miljoen euro voor het begrotingsjaar 2012, 242 miljoen euro voor de begrotingsjaren 2013-2014.

Ik denk dat wij opnieuw van gedachten kunnen wisselen op het moment dat het plan door de regering is goedgekeurd. Daaruit zal enerzijds blijken wat wij zullen investeren – daarover bestaat een grote eensgezindheid – en anderzijds wat onze engagementen in militaire operaties in 2014 zullen zijn.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik heb geen repliek. Ik heb mijn punt duidelijk gemaakt.