Mondelinge vraag inzake het paritair comité 218 en de sector van de callcenters

12 januari 2011

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid, over "het paritair comité 218 en de sector van de callcenters" (nr. 1667)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, mijn vraag gaat over de sector van de callcenters. De medewerkers van callcenters zijn de dupe van een scherpe concurrentiestrijd. Er is een hoge prestatiedruk. Een degelijke opleiding ontbreekt soms. Een en ander veroorzaakt uiteraard stress. Ondanks de stress en de steeds toenemende druk op de callcentermedewerkers krijgen zij heel weinig erkenning. Integendeel, het imago van de medewerker van een callcenter is veeleer negatief.

Ondernemingen schakelen steeds vaker dergelijke externe callcenters in, omdat het eigen personeel de grote volumes aan oproepen niet langer zelf kan verwerken. De callcenters doen er alles aan om een klant aan de haak te slaan. Callcenters weten de laatste maanden van het contract dus niet of zij het contract en dus de klant zullen kunnen behouden. De klant kan bovendien op elk moment naar een ander callcenter overstappen, wanneer dat voor hem financieel voordeliger is. Vooral de werknemers zijn van het voorgaande het slachtoffer. Zij komen immers op straat te staan.

Om een oneerlijke concurrentiestrijd tegen te gaan, moeten bedrijven bepaalde regels worden opgelegd, zodat zij niet steeds meer kunnen vragen. Een apart paritair comité kan minimumvoorwaarden opleggen, waardoor de klant niet zomaar bij een ander extern callcenter terecht kan.

Callcenters vallen onder het paritair comité 218, zijnde het nationaal paritair comité voor bedrijven en bedienden die niet in de bestaande paritaire comités passen. De situatie is echter niet aangepast aan de realiteit van de callcenters, die een sector vormen die momenteel ongeveer 55 000 medewerkers vertegenwoordigt. Mevrouw de minister, graag had ik daarom ter zake de volgende vragen willen stellen. Hebt u al een verzoek tot oprichting van een dergelijk apart paritair comité van de werkgevers of werknemersorganisaties binnen voornoemde sector gekregen? Zal u daartoe zelf een initiatief nemen, indien de vraag tot oprichting er niet komt? Welke maatregelen kan u treffen om voormelde scheefgetrokken situatie recht te trekken?

Minister Joëlle Milquet: Mijnheer de voorzitter, tot nu toe heb ik geen verzoek van de werkgevers- of werknemersorganisaties, dus van de sociale partners, gekregen om een paritair subcomité op te richten dat specifiek voor de sector van de callcenters bevoegd zou zijn. De normale procedure tot oprichting van een paritair comité is dat de sociale partners gezamenlijk dan wel de werkgevers- of de werknemersorganisaties apart een verzoek tot oprichting aan de minister richten. Theoretisch kan ook de Koning op eigen initiatief een dergelijk comité oprichten.

Het voorgaande is echter niet zinvol, wanneer in de fase van de samenstelling van het comité zich geen representatieve organisaties kandidaat stellen. In voorkomend geval kan het comité niet worden samengesteld en kan het dus ook niet werken. De overheid kan de sociale partners niet verplichten hun kandidatuur te stellen. Een regeling inzake arbeidsvoorwaarden bij overdracht van contracten behoort tot het domein van het collectieve overleg. Het komt dus aan de sociale partners toe om eventueel over een cao ter zake te onderhandelen, waarbij zij afspraken over de werkzekerheid bij een mogelijk vertrek van een klant kunnen maken.

De regelgeving inzake de voorkoming van psychosociale belasting veroorzaakt door het werk, legt de werkgevers, dus ook de callcenters, een aantal verplichtingen op. De controle op de naleving van die verplichtingen valt onder de bevoegdheid van het toezicht op het welzijn op hetwerk.

Tot slot wil ik stellen dat het paritair comité 218, nu bevoegd voor de werkgevers van de callcenters, een goed werkend paritair comité is. Ik heb tot nu toe geen klachten gekregen. Daar worden, zoals in de andere comités, tal van cao’s afgesloten aangaande loon- en arbeidsvoorwaarden, de syndicale afvaardiging, outplacement enzovoort.

Karolien Grosemans (N-VA): Mevrouw de minister, ik was van mening dat de werksituatie van de bedienden in de sector van de callcenters toch niet eenvoudig is. Men verwacht veel flexibiliteit en inzetbaarheid. In de context van vertrekkende klanten, reorganisaties en herstructureringen, staan die werkomstandigheden onder druk. Ik dacht dat een apart paritair comité daar misschien een oplossing in kon brengen.

Ik verneem nu van u dat de betrokken organisaties zelf het initiatief moeten nemen om zo’n paritair comité op te richten. Ik heb mij geïnformeerd op de website van de federale overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, waarop staat dat de procedure tot oprichting van een paritair comité heel lang en ingewikkeld is, maar dat de oprichting van een paritair comité ook kan gebeuren op initiatief van de minister, na raadpleging.

Minister Joëlle Milquet: Er zijn inderdaad twee mogelijkheden, maar ik heb een initiatief van de sociale partners nodig om zelf een initiatief te nemen. Daar sta ik volkomen voor open. Als zij dat willen, dan kunnen zij een brief met een verzoek sturen. Dat is tamelijk simpel. Maar we moeten wel op een initiatief van de sociale partners rekenen om te bewegen.