Mondelinge vraag inzake het pensioen van de ex-mijnwerkers

20 maart 2012

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de vice-eersteminister en minister van Pensioenen over "het pensioen van de ex-mijnwerkers" (nr. 9492)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, voor alle mijnwerkers die op 31 december 2011 jonger waren dan 55 jaar zijn de pensioenvoorwaarden drastisch gewijzigd. Ondanks uw antwoorden in de commissie voor de Sociale Zaken en in de plenaire vergadering blijven er toch onduidelijkheden voor de ex-mijnwerkers bestaan. Zo blijft het Actiecomité Mijnwerkersstatuut aandringen op het integrale behoud van het mijnwerkersstatuut voor alle mijnwerkers zonder uitzondering. Het Comité heeft de minister daarom uitgenodigd op een vergadering op 11 maart 2012.

Bent u op die uitnodiging ingegaan? Wat is uw visie op het mijnwerkersstatuut?

Minister Vincent Van Quickenborne: De overgangsregeling die voor de mijnwerkers is uitgewerkt, komt volledig overeen met wat ik u eerder heb meegedeeld.

De ondergrondse en daarmee gelijkgestelde mijnwerkers die het bewijs leveren van een tewerkstelling in de ondergrond of van een daarmee gelijkgestelde activiteit en op 31 december 2011 minimum twintig jaar bereikt, kunnen ongeacht hun leeftijd op deze datum verder hun recht op het mijnwerkerspensioen laten gelden op de leeftijd van 55 jaar. Wie tenminste een tewerkstelling van 25 jaar in de ondergrond of van een daarmee gelijkgestelde activiteit kan bewijzen kan zijn mijnwerkerspensioen opnemen, ongeacht zijn leeftijd. De facto voldoen hiermee alle ondergronders en met ondergronders gelijkgestelden, zoals de kolenwassers, aan deze voorwaarden vanaf eind 2011.

De regering respecteert aldus de beslissingen die werden genomen bij de sluiting van de Kempische Steenkoolmijnen. De aan de mijnwerkers bij de sluiting toegekende verworven rechten worden hiermee gevrijwaard.

Er blijft een restcategorie van 12 bovengronders over. Die bovengronders konden onder de oude regeling ook pas op de leeftijd van 60 jaar met pensioen, net zoals alle andere normale werknemers in de private sector. Het is niet meer dan normaal dat voor deze beperkte groep de pensioenleeftijd, net zoals dat voor iedereen het geval is, opschuift naar 62 jaar.

Op dit ogenblik wordt het uitvoeringsbesluit gefinaliseerd en besproken binnen de regering. Kort daarna zal het worden overlegd in het beheerscomité van de RVP.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, als ik het goed begrepen heb, blijven de akkoorden die in 1989 door de Vlaamse regering gesloten zijn geldig. Dat is een goede zaak. De problematiek blijft beroeren, want op 11 maart, op een gewone zondagochtend, hebben zij toch weer 600 man op de been gebracht. Dat blijft daar enorm leven.

Wat de bovengronders betreft, hebben we al alle mogelijke cijfers gehoord, van een 12-tal tot een 600-tal. Dat zal mythisch blijven. Vanmorgen heb ik vernomen dat het Actiecomité Mijnwerkersstatuut nu 68 bovengronders heeft verzameld. Wij zullen waarschijnlijk nooit het juiste getal erop kunnen kleven.

Wanneer komt u met de teksten naar het Parlement? Veel mensen verkeren nu namelijk in juridische onzekerheid. Ik heb begrepen dat er op 22 april een nieuwe vergadering zou plaatsvinden waarvoor zij heel veel mensen willen mobiliseren, om extra druk te zetten en er voortgang in te krijgen. 

Minister Vincent Van Quickenborne: Wat de 22e april betreft, meen ik dat de teneur op de laatste vergadering, die op 11 maart heeft plaatsgevonden, positief was. Als men de artikelen daarover leest, dan blijkt dat dit zo is. Wij doen onze absolute best om het KB zo snel mogelijk te finaliseren. Wij moeten natuurlijk wel alle procedures respecteren, met name de behandeling door het beheerscomité van de RVP waarin de sociale partners vertegenwoordigd zijn. Zodra de teksten daar zijn gefinaliseerd, zullen wij die zo snel mogelijk naar het Parlement brengen en duidelijkheid verschaffen ten aanzien van de mensen aldaar.