Mondelinge vraag inzake het pensioencomplement van ambtenaren

12 juni 2012

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de vice-eersteminister en minister van Pensioenen over "het pensioencomplement van ambtenaren" (nr. 12276)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, wanneer een statutair ambtenaar na de leeftijd van 60 jaar verder blijft werken krijgt hij een supplement op zijn pensioen. Dit supplement neemt toe per actieve maand na 60 jaar en dit tot de leeftijd van 65 jaar. De bedoeling is om ambtenaren te stimuleren om langer aan het werk te blijven. Door de pensioenhervorming zal de minimumleeftijd voor het vervroegd pensioen van ambtenaren in 2016 op 62 komen. Zonder wijziging van het systeem krijgen ambtenaren dus binnenkort een aanmoedigingspremie voor jaren die ze sowieso moeten werken.

U hebt in het radioprogramma “De Ochtend” al aangekondigd dat u het systeem van de pensioencomplementen voor ambtenaren nog dit jaar zult herbekijken. Ik heb dan ook enkele vragen. Gaat u akkoord met de berekening van het Planbureau?

Ten tweede, welke maatregelen zult u nemen om het systeem van de pensioencomplementen te hervormen? Zal die aanmoedigingspremie voor ambtenaren voor de leeftijd van 62 jaar volledig verdwijnen? Waarom hebt u de problematiek niet gelijktijd met de pensioenhervorming aangepakt?

Het Planbureau stelt dat het pensioenbedrag van de ambtenaren tegen 2014 maar liefst 9 % hoger zal liggen door het pensioencomplement. Zal die 9 % volledig verdwijnen? Hebt u zicht op de volledige budgettaire impact van die aanpassingen?

Minister Vincent Van Quickenborne: Mevrouw de voorzitter, collega, ik zie vier belangrijke principes die wij zullen gebruiken om het systeem van de pensioenbonus te hervormen.

Het eerste principe is dat wij de pensioenbonus in lijn brengen met wat wij gedaan hebben inzake de pensioenhervorming. U weet dat wij de minimumleeftijd en de loopbaanvereisten opgetrokken hebben. De volgende stap is dat wij het gewone systeem daarmee in lijn brengen.

Het is de logica zelve dat wij de pensioenbonus vastklikken aan de pensioenhervorming. De basisopzet van het pensioenbonussysteem moet blijven dat mensen aangespoord worden langer te werken. De bonus moet dus het verschil maken, vanaf het moment dat de mensen de keuze hebben tussen vervroegd met pensioen gaan en langer aan de slag blijven. Een bonus geven aan mensen die de minimumleeftijd voor vervroegd pensioen nog niet bereikt hebben, geeft geen enkele aansporing. Mensen die nog niet met vervroegd pensioen mogen, kunnen niet aangespoord worden dat niet te doen.

Wie wel vervroegd met pensioen kan gaan – en dus voldoet aan de voorwaarden – moet voortaan de mogelijkheid hebben de pensioenbonus te krijgen. De huidige loopbaanvoorwaarde van 44 jaar is dus waarschijnlijk te streng. U weet dat de huidige pensioenbonus voor 62-jarigen geldt na een loopbaan van 44 jaar. Iemand die op zijn 16e is beginnen werken, kan door de langeloopbaanvoorwaarden uitzonderlijk stoppen op zijn 60e of op zijn 65e. Als hij eerst nog een jaar moet doorwerken voor hij een bonus kan krijgen, zet dat niet aan tot langer werken.

Mijnheer De Vriendt, mevrouw de voorzitter, uit de cijfers blijkt dat vandaag vooral bedienden genieten van de pensioenbonus, en veel minder arbeiders.

Zo kom ik tot het tweede principe: wij moeten het systeem eerlijker en rechtvaardiger maken, en de pensioenbonus afstemmen op het regeerakkoord. Een arbeider die op zijn 18e begon te werken, zal vroeger aan de langeloopbaanvoorwaarden voldoen om met pensioen te gaan, dan iemand die pas op zijn 23e begon te werken.

Als wij mensen met een lange loopbaan willen aansporen aan de slag te blijven, zullen wij hun iets vroeger een bonus moeten kunnen geven. Mensen die later beginnen te werken en dus een kortere loopbaan hebben, zullen de bonus pas op latere leeftijd krijgen.

Het derde principe is dat men een grotere bonus krijgt naarmate men langer werkt. De bonus evolueert mee met de tijd. Wij passen het principe van de progressiviteit dus toe op de bonus. Wij hebben echter nog niet in detail vastgelegd wat het exacte bedrag zal zijn.

Het is nu 2,25 euro per dag. Wij gaan kijken met simulaties wat dat geeft.

Wij moeten sowieso altijd het budgettair effect bekijken, mijnheer De Vriendt. U weet dat we in budgettair strakke tijden leven.

Ik wil verschuiven, want besparen geeft geen zin, denk ik. We kunnen niet plotseling aan iedereen de hemel op aarde en grote bonussen beloven. We moeten zien dat wij het pensioensysteem altijd betaalbaar houden.

Ten vierde, het principe om mensen tijdig te informeren. Hoe gaan wij dat doen? Ik betwijfel of een grootschalige informatiecampagne echt noodzakelijk is. Een pensioen is een individueel dossier. Mensen met grote televisiecampagnes van een bonus of van het bestaan van dat systeem overtuigen heeft pas relevantie als mensen met hun pensioenplanning bezig zijn.

De informatie bij de werknemers gebeurt vandaag op basis van het digitaal dossier MyPension, dat kan worden geconsulteerd. Daarnaast krijgt men op 55-jarige leeftijd ook een brief met een eerste inschatting.

Op die momenten moet het element van de pensioenbonus goed worden vermeld, zodat mensen die beslissen om vervroegd op pensioen te gaan een duidelijke keuze maken: stoppen of verder werken en dat levert dan zo veel op. Als men dat op het juiste moment aan de mensen duidelijk maakt, is dat juist informeren. Ik geloof niet in grote campagnes over de bonus. Dat moet in het eigen leven, in het eigen dossier doorsijpelen.

Hoeveel mensen genieten daar concreet van? Op 1 januari 2011 ontvingen 67 688 gepensioneerden uit de werknemers- en zelfstandigenregeling een pensioenbonus. Het gaat om 47 894 mannen en 19 794 vrouwen of om 20 % mannelijke en 10 % vrouwelijke gepensioneerden van 62 tot 68 jaar.

In januari 2011 bedroegen de uitgaven voor de bonus 7 358 626 euro per maand. Op jaarbasis kosten de bonussen dus ongeveer 88 miljoen euro.

Nu, het leeftijdscomplement. Daarvan heb ik wel cijfers, maar ik heb de Studiecommissie voor de vergrijzing gevraagd om, zoals zij een rapport heeft gemaakt over de pensioenbonus, dat ook te doen voor het complement. Einde deze maand zal er ook een studie beschikbaar zijn over de effecten van het leeftijdscomplement, dus de pensioenbonus voor de ambtenaren. Ik kan u nu al de cijfers geven.

Vandaag genieten er 34 675 ambtenaren van het pensioencomplement of 9,64 % van het totale aantal ambtenaren. Het totale bedrag op jaarbasis is 21,7 miljoen euro.

Waarom hebben we dat niet onmiddellijk gedaan? Ik ben blij dat mevrouw Grosemans die vraag stelt. Als ik dat ook had gedaan, had ik waarschijnlijk een stakend Parlement gekregen: ik deed al zoveel. De reden is eenvoudig: in het regeerakkoord staat dat er eerst een advies van de Studiecommissie voor de vergrijzing moet zijn en dan pas de hervorming. Uiteraard moeten we wel snel handelen. Ik heb het gezegd op mijn persconferentie, maar het werd helaas niet opgepikt door de pers: dankzij het Parlement hebben we de pensioenbonus kunnen redden. Ik heb zelfs een aantal namen van mensen vermeld, maar ik ben vergeten dewelke.

Het is belangrijk dat we voor het einde van het jaar het nieuwe systeem beschikbaar hebben. We zullen dat ook voor het Parlement brengen en daarover discussiëren. Het wetsvoorstel van Groen/Ecolo is een interessante opmerking. Toch vertelt een aantal mensen mij dat het beter is om iedereen een jaartje langer te laten werken dan te focussen op een bepaalde groep die drie jaar langer werkt, van 62 naar 65. Dat idee leefde. Het is niet onmiddellijk uw idee noch het mijne, maar ik zal toch een aantal simulaties uitvoeren. Het belangrijkste is om een zo groot mogelijke groep mensen te bereiken die zo lang mogelijk kan en wil werken. Dat is zowat het antwoord op uw vragen.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, ik dan u voor de toelichting, ik heb geen verdere vragen.