Mondelinge vraag inzake het pensioenplan in functie van de Europese aanbevelingen

9 juni 2011

Vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de minister van Pensioenen en Grote Steden over "het pensioenplan in functie van de Europese aanbevelingen" (nr. P0373)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, dat er niets gebeurt in ons pensioendossier is zelfs voor de grootste optimisten onder ons een ontnuchtering. Dat dossier ligt al jarenlang op de tafel. We weten allemaal dat er iets moet gebeuren, maar de discussie wordt zelfs niet gestart.

Voor ons is een zaak heel belangrijk: dat is de discussie over de periode waarin men niet werkt, want daar loopt het echt mank. Het kan toch niet dat niets doen beter is voor het pensioen dan werken.

Ik geef een voorbeeld. Het kan toch niet dat het interessanter is om werkloos te blijven dan om zelfstandige te worden in de pensioenopbouw.

Mijnheer de minister, iemand snijdt verdorie in zijn vlees door actief te worden.

Mijnheer de minister, wij weten allebei dat er een recente studie is die dit probleem aankaart, maar het Parlement en het publiek krijgen die studie niet te zien. Is die dan zo erg dat wij die niet mogen zien? Staan daar zaken in die wij niet mogen weten? Is het misschien uw partij, de PS, die de publicatie van de studie tegenhoudt?

Mijnheer de minister, maak die studie bekend en laat ons daar samen iets aan doen. Laat nu eindelijk eens in uw kaarten kijken. Wilt u alstublieft dat debat eens openen!

Minister Michel Daerden: Mijnheer de voorzitter, mevrouw Grosemans, de Commissie vraagt aan België om maatregelen te nemen om de levensvatbaarheid  van de overheidsfinanciën op lange termijn te verbeteren. Het gaat vooral over het instellen van een strategie om de kosten van de vergrijzing de baas te kunnen, vooral door het vervroegd verlaten van de arbeidsmarkt te verhinderen om de daadwerkelijke pensioenleeftijd te doen stijgen en door de wettelijke pensioenleeftijd te verbinden met de levensverwachting.

Persoonlijk ben ik steeds voorstander geweest van het volgende. Ten eerste, moet men de wettelijke pensioenleeftijd op 65 jaar houden.

Ten tweede, moet de werkgelegenheidsgraad van de 55 tot 64-jarigen verbeteren, vooral via stimulerende voorwaarden. Ik denk hier aan een pensioenbonus. De pensioenbonus wordt volgende week in de commissie besproken. Alle fracties hebben het ondertekend. Het is waar, mevrouw, u was de eerste.

Rekening houden met de levensverwachting kan, mijns inziens, alleen invloed uitoefenen op de effectieve leeftijd en niet op de wettelijke leeftijd.

Ik hoop dat de regering deze principes zal verdedigen tijdens de volgende Europese bijeenkomst van het COREPER, tijdens de EPSCO-raad, tijdens de Ecofin-raad en tijdens de Europese Raad van 24 juni. Dat is mijn positie en ik hoop ook de positie van de regering.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik heb aan dit antwoord niets en de bevolking heeft er nog veel minder aan. U zorgt hier vaak voor amusement, maar waar is uw beleid? Europa schudt ons wakker, maar uw roes blijft voortduren. Wij willen actie!