Mondelinge vraag inzake het personeelsbeleid bij ADIV

7 maart 2012

Mondelinge van mevrouw Karolien Grosemans aan de minister van Landsverdediging over "het personeelsbeleid bij ADIV" (nr. 9542)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, Le Soir publiceerde begin februari een artikel over het personeelsbeleid van de Algemene Dienst voor Inlichtingen en Veiligheid, de ADIV. Uit de audit van het Comité I blijkt dat de ADIV er niet in slaagt zijn rekruten te houden. 

Er is bij de ADIV een heel grote rotatie en een uitstroom van personeel. Het Comité I stelt vast dat sommige analysebureaus tot een minimumbezetting teruggevallen zijn. Als slechts één of twee personen met een bepaalde materie kunnen werken, dan is het natuurlijk moeilijk om informatie behoorlijk te verwerken. Dat houdt risico’s in en de kans bestaat dat de ADIV vroeg of laat niet meer aan de verwachtingen zal kunnen voldoen. De uitstroom van het personeel zorgt er natuurlijk ook voor dat er kennis verloren gaat. 

Het comité haalt in zijn rapport ook aan dat er veel geldelijke en administratieve verschillen zijn tussen de diverse personeelsgroepen van de ADIV, wat natuurlijk ook nefast is voor een goed personeelsbeheer. 

Kunt u meer uitleg geven bij die problematiek? Wat is volgens u de kern van het probleem? Er is nu een audit met aanbevelingen tot verandering en verbetering inzake personeelsbeleid. Zal Defensie maatregelen nemen om een job bij de ADIV aantrekkelijker te maken en om het verloop te verminderen? Wordt er misschien gedacht aan betere arbeidsvoorwaarden? Naar welke sectoren gaan de personen die uitstromen bij de ADIV? Hoeveel van hen blijven tewerkgesteld bij Defensie? Ik had misschien beter een opsplitsing gemaakt tussen de militairen en het burgerpersoneel, maar, wie weet, had u dat voorzien? 

Minister Pieter De Crem: Mevrouw Grosemans, afgaand op de cijfers kan men echt niet spreken van een leegloop, noch bij de militairen, noch bij de burgerpersoneelsleden, bij onze inlichtingendienst. Het personeelskader is voor 90 % opgevuld. Vorig jaar is er geen enkel statutair personeelslid vertrokken. Ook bij de contractuele analisten was er geen enkel ontslag. Er is één persoon met een regeling verlof zonder wedde vertrokken om deel te nemen aan een EU-delegatie in Jeruzalem, op grond van de kennis en kunde van onze personeelsleden. Na afloop daarvan keert de betrokkene normaliter terug bij onze inlichtingendienst. 

Bovendien blijkt uit de massale belangstelling voor de jongste wervingsexamens voor inspecteur, in 2007 en 2008, dat er meer dan 850 kandidaten waren. Voor commissaris-analist waren er in dezelfde periode bijna 1 400 kandidaten. Die jobs worden als bijzonder aantrekkelijk ervaren. 

Voor de zeer gespecialiseerde technische jobs in de informaticasector zijn er inderdaad slechts weinig kandidaten, maar dat is, zoals bekend, een algemeen maatschappelijk probleem, zeker met betrekking tot de overheidsdiensten. De kwalificaties en de voorwaarden waaraan kandidaten moeten voldoen om bij een inlichtingendienst te werken, worden ietwat anders ingeschaald dan voor een zogenaamd gewone overheidsdienst, gelet op de specificiteit van de job. 

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, dat is toch wel een verrassend antwoord. Het komt eigenlijk helemaal niet overeen met de inhoud van de audit van het Comité I. 

U zegt dat het personeelskader voor 90 % is ingevuld. De precieze cijfers zal ik schriftelijk opvragen.

Het Comité I zegt dat er vooral een probleem is bij de analysebureaus. Het Comité I gaat eigenlijk vrij ver in zijn audit. Het zegt: “De toestand waarin de ADIV zich nu bevindt, is op termijn niet houdbaar.” Volgens het comité kunt u ofwel de middelen en de organisatie bijstellen, ofwel moet u het ambitieniveau bijstellen en de risico’s die daardoor ontstaan, aanvaarden. 

Het slot van de audit is ook heel krachtig. Het Comité I gebruikt het beeld van een inlichtingenpaard. Het inlichtingenpaard is al een paar nagels kwijt. Er ligt ook al een hoefijzer langs de kant van de weg. De ADIV-ruiter zit wel nog op het paard. Dat komt door zijn motivatie, door zijn liefde voor het beroep. Dat is natuurlijk wel bewonderenswaardig, maar verre van benijdenswaardig.