Mondelinge vraag inzake het regeringsstandpunt over de inkomensgarantie voor ouderen

31 mei 2012

Vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de vice-eersteminister en minister van Pensioenen over "het regeringsstandpunt inzake de inkomensgarantie voor ouderen" (nr. P1009)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, het was de voorzitter van het OCMW van Oostende die de kat de bel aanbond. Hij zei dat er nogal wat niet-EU-burgers ons land binnenkomen die, na een dag hier te hebben gewerkt, recht hebben op een inkomensgarantie voor ouderen. Deze uitkering geeft extra financiële hulp aan 65-plussers die het moeilijk hebben.

Mijnheer de minister, in april bent u met een campagne in de media gekomen. U zei dat wij de voorwaarden voor de IGO moeten verstrengen. Mensen zouden er niet langer recht op hebben na een dag te hebben gewerkt, maar na 312 dagen.

In de commissievergadering van 2 mei heb ik u hierover enkele vragen gesteld. Ik citeer uw antwoord: “De maatregel is geen aankondiging. Het is een beslissing van de regering die wordt uitgevoerd via de programmawet.” Ik heb u dan opnieuw gevraagd of hierover een akkoord bestond in de regering, waarop u antwoordde: "Ja, absoluut!”

In de commissievergadering van 29 mei werd u op een onbeschrijfelijke manier op uw plaats gezet door de PS, CD&V en het cdH. U bent haast fysiek aan de kant geduwd door de vakbond. De PS heeft gewoon uw voorstel tot verstrengen van de agenda gehaald, de voorzitter zei dat daarover niet zou worden gestemd en u had niets meer te zeggen.

Mijnheer de minister, ik heb dan ook een heel concrete vraag. Hoe zit het met het akkoord over die aanpak van de misbruiken rond de IGO? Is er een akkoord in de regering of neemt u uw wensen voor werkelijkheid?

Minister Vincent Van Quickenborne: Mevrouw Grosemans, ja, er is een akkoord binnen de regering en dit sedert 11 mei. Ik verwijs naar het desbetreffende artikel in de programmawet.

Het is evident dat de regering daarover niet verdeeld is, maar dat er grote eensgezindheid bestaat. Alleen is er het recht van het Parlement, en van de commissie, om vragen te stellen aan de minister. Men heeft mij gevraagd of het mogelijk zou zijn om de impact te bekijken van het voorstel op de OCMW’s. Ik heb natuurlijk gezegd aan de commissievoorzitter en aan uzelf, dat dit geen enkel probleem vormt. Dinsdag aanstaande zal de staatssecretaris toelichting komen geven. Laat er evenwel geen misverstand over bestaan dat de regering eensgezind is met betrekking tot de aanpak van dit probleem.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, ik heb in de commissie voor de Sociale Zaken iets helemaal anders gezien. Als oppositiepartij hebben wij van nabij gezien hoe u door de andere partijen, de meerderheidspartijen, werd weggelachen en als het ware zelfs werd afgeslacht. U werd eigenlijk als een klein kind bij het oor gegrepen en in de hoek gezet van de commissiezaal. Over een klein, maar flagrant misbruik is blijkbaar geen consensus te vinden binnen de regering.

Wat doet Open Vld eigenlijk in deze regering? Deze regering neemt telkens alleen maar maatregelen om de werkende mens steeds meer te belasten en uit te persen, terwijl de groep waarvan sprake na één dag te hebben gewerkt meteen een uitkering krijgt en niet wordt aangepakt! Mijnheer de minister, moeten wij het OCMW van de wereld worden?

Als u maatregelen neemt om misbruiken tegen te gaan die onze sociale zekerheid ondergraven, kunt u zeker rekenen op de 27 stemmen van degenen die daar zitten.