Mondelinge vraag inzake het standpunt van Defensie inzake het MUSIS-programma

24 april 2013

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de vice-eersteminister en minister van Landsverdediging over "het standpunt van Defensie inzake het MUSIS-programma" (nr. 17386)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, ik verwijs voor de achtergrond van deze vraag naar het verslag van de commissievergadering van 16 april. Ik wil herhalen dat het dossier voor mij van grote symbolische waarde is, omdat het is niet alleen belangrijk is voor de toekomst van de militaire samenwerking binnen Europa, maar ook voor de ondersteuning van militaire operaties.

Het MUSIS- of CSO-programma is momenteel slechts een voorwaardelijk programma in het ontwerpplan Investeringen voor Defensie en Veiligheid 2013-2014. Ik wil u daarom graag opnieuw enkele vragen stellen over het standpunt van Defensie aangaande de deelname aan het programma.

Mijnheer de minister, wat is de officiële deadline die Frankrijk ais pilootland heeft bepaald voor deelname aan het programma? Hebt u Frankrijk al op de hoogte gebracht van de huidige positie van Defensie inzake het programma, al dan niet officieel? Zo ja, wat was de reactie? Zo neen, lijden wij geen gezichtsverlies door niet of laattijdig te reageren? Krijgt Defensie daarover geen vragen vanuit Frankrijk?

Hebt u uw collega van Wetenschapsbeleid op de hoogte gebracht van de huidige plannen van Defensie? Wat was zijn reactie?

Kunt u de interne studie die tot doel had het niveau van deelname te onderzoeken, ter inzage voorleggen aan het Parlement? U zegt dat Defensie geen nood heeft aan 5 % van de CSO-capaciteit. Aan hoeveel procent is er volgens de studie dan wel nood?

Ten slotte, werd de mogelijkheid onderzocht om andere landen die nog niet bij MUSIS betrokken zijn, zoals Nederland, via ons land te laten instappen in het CSO-satellietsysteem om op die manier onze financiële last te verlichten? Kunt u daarover een stand van zaken geven? Indien niet, waarom niet?

Minister Pieter De Crem: Mevrouw Grosemans, het pilootland Frankrijk had gevraagd om in verband met de instap in MUSIS over een aandeel van 5 % in het ruimtesegment, bepaald op 75 miljoen euro, een standpunt kenbaar te maken voor de zomer van 2012. Aangezien België een bedrag van 50 miljoen euro via BELSPO heeft geïnvesteerd, werd gevraagd welke return het kan krijgen voor dat bedrag, in plaats van het initieel bedrag van 75 miljoen euro als instapvoorwaarde en tegelijk welke investeringen er noodzakelijk zijn voor het grondsegment. Frankrijk heeft daarop nog geen antwoord geformuleerd en onderzoekt momenteel diverse offertes omtrent de uitbouw van het grondsegment. Pas bij de Franse ondertekening van het contract rond de zomer van dit jaar, zullen de investerings- en de werkingskosten concreter worden. In het tweede semester van dit jaar wordt het standpunt van België verwacht om de technische deadline te respecteren.

In 2014 is de effectieve opbouw van het grondsegment nodig om, na de testfase van 2015, de lancering van het ruimtesegment in 2016 niet in het gedrang te brengen. Er wordt dus gewerkt aan de hand van die planning.

De huidige positie van België wordt verklaard en gevolgd via de Belgische liaison officer bij de Direction Générale de l’Armement in Parijs, de verantwoordelijke dienst voor het programma. Het departement Wetenschapsbeleid volgt vooral de investeringen die gepaard gaan met de voorbehouden 50 miljoen euro voor het ruimtesegment op. Het departement Wetenschapsbeleid is ervan op de hoogte dat Defensie niet wenst te investeren in het ruimtesegment.

De investeringen van Defensie betreffende het grondsegment van MUSIS vormen een exclusieve bevoegdheid van Defensie. De interne studie van Defensie betreft geen uniek document doch een aantal zeer technische briefings en documenten tussen de stafdepartementen die de verschillende opties toelichten. De initiële behoeftestellingen van ADIV gingen uit van 5 % van de hoeveelheid beelden. De latere studiedocumenten tonen aan dat de kwantiteit van de beelden van ondergeschikt belang is aan de kwaliteit. Vandaar dat Defensie geen nieuw percentage heeft vastgelegd, maar een onderhandelingsbasis zoekt met Frankrijk, op basis van de 50 miljoen euro, om te vermijden dat de deelname zou leiden tot een rangschikking van participerende landen puur gebaseerd op kwantiteit. Een overeenkomst met Frankrijk betreffende MUSIS zal dus noodzakelijke elementen van zowel kwantiteit als kwaliteit moeten bevatten. Zoals reeds vermeld, voldoet de huidige kwantiteit, 2,5 % van het programma Hélios, om de behoefte van Defensie te dekken.

België heeft geen concrete stappen ondernomen naar andere partners. Dat komt ons niet toe, daar Frankrijk het pilootland is in het betreffende dossier.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, ik leer dat wij eigenlijk doofstom blijven tot de zomer van 2013, omdat wij dan meer zicht zullen hebben op de kosten en omdat dan pas het contract definitief wordt ondertekend.

Minister Pieter De Crem: Wij zijn niet echt doofstom; we stellen ons afwachtend op, een beetje dans l’expectative.

Karolien Grosemans (N-VA): Ik leer ook dat die interne studie eigenlijk niet bestaat, het is geen studie maar een verzameling van technische gegevens en fiches.

U hebt tijdens de vorige commissievergadering gezegd dat wij de satellietbeeldverwerking voor inlichtingendoeleinden zullen bewaren via de NATO en via Europa en zo onze IMINT-capaciteit behouden. Volgens mij is dat echter niet juist, want de NATO en de EU hebben geen eigen capaciteit, die moeten zelf ook een beroep doen op onder andere de Héliospartners om aan beelden te komen. Dus als wij onze capaciteit afschaffen en hun capaciteit gebruiken, dan moeten wij dat ook doen volgens hun prioriteiten en die hebben natuurlijk wel andere interessegebieden dan België.

U zei ook dat wij reeds OSINT en HUMINT hebben en dat dat voldoende is, maar OSINT en HUMINT zijn complementair met IMINT. Ik heb dat vorige keer ook gezegd, wij zullen beide nodig hebben. OSINT en HUMINT hebben wij nodig voor zones waar wij gemakkelijk toegang krijgen tot informatie, terwijl IMINT duidt op zones waar wij geen toegang krijgen of waarvan wij eventueel zelfs valse informatie krijgen.

Ik blijf erbij dat IMINT zeer belangrijk is om inlichtingen te krijgen van strategisch belang, om analyses te maken ten voordele van onze toekomstige en aan de gang zijnde operaties. Ik hoor steeds van u dat buitenlandse operaties onze corebusiness zijn en ik betreur dan ten zeerste dat wij die capaciteit niet behouden.