Mondelinge vraag inzake het statuut van het Militair Hospitaal Koningin Astrid

24 april 2013

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de vice-eersteminister en minister van Landsverdediging over "het statuut van het Militair Hospitaal Koningin Astrid" (nr. 17441)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, vier jaar geleden, in april 2009, hebt u in de commissie verklaard dat het statuut van het militair ziekenhuis van Neder-Over-Heembeek in de toekomst aan heel wat veranderingen onderhevig zou zijn. U was namelijk van plan de federale wet op de ziekenhuizen ook op het militair ziekenhuis toe te passen.

In november 2009 zei u dat werd onderzocht wat de gevolgen zouden zijn indien het hospitaal als een openbaar ziekenhuis van het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad wordt beschouwd. Onder andere op de regelgeving in verband met het taalgebruik zou dat een impact hebben.

Ondertussen begrijp ik uit uw antwoorden op schriftelijke vragen dat het plan definitief van tafel werd geveegd.

Mijnheer de minister, waarom wordt het statuut van het ziekenhuis dan toch niet aangepast? Bleken er grote nadelen verbonden te zijn aan een aanpassing van het statuut? Welk verschil inzake reglementering brengt het aparte statuut concreet met zich mee?

Ondertussen zijn er wel nieuwe procedures en structuren beschikbaar in het militair ziekenhuis, gelijkaardig aan die van de federale wetgeving, zoals een cel kwaliteitszorg met een ombudsdienst. Betekent het dat het ziekenhuis ondertussen ook over een commissie voor ethiek beschikt? Zo nee, waarom niet?

Klopt het dat de diensten van het militair ziekenhuis, vanwege hun speciaal statuut, geen overheidserkenning nodig hebben zoals de diensten in gewone openbare ziekenhuizen? Hebben de diensten die erkenning dan ook niet? Zijn er diensten die in hun huidige vorm niet aan de erkenningsvoorwaarden zouden voldoen, mocht dat wel verplicht zijn?

Minister Pieter De Crem: Zoals meegedeeld in het antwoord op uw schriftelijke vraag van 27 november 2012 zou het opheffen van het uitzonderingsstatuut van het militaire hospitaal Koningin Astrid de operationele vrijheid van Defensie in het gedrang kunnen brengen en zou het onder andere een weerslag op de beheersstructuren en statuten van het personeel hebben.

Bovendien zou het geen toegevoegde waarde hebben voor de patiënt, vermits het militair hospitaal in het belang van de patiënt ook nu reeds over de structuren en procedures beschikt, zoals een medische raad, een dienst ziekenhuishygiëne en een cel kwaliteitszorg met een ombudsdienst.

Het militair hospitaal doet een beroep op de commissie voor ethiek van het partnerziekenhuis UVC Brugmann of op de commissie van het ziekenhuis waarmee samen aan wetenschappelijk onderzoek wordt gedaan.

Gezien zijn uitzonderingsstatuut en zijn specificiteit is niet voor alle diensten van het militair hospitaal in een externe erkenning voorzien, maar de diensten van het hospitaal voldoen wel aan de voorwaarden.

Voor tal van diensten, de militaire bloedtransfusiedienst, de weefselbank, het klinisch laboratorium en nog een aantal andere, is er inmiddels wel een formele externe erkenning.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord.

Het is mij nog altijd niet helemaal duidelijk. U zegt dat u de federale ziekenhuiswetgeving zou toepassen op het militair hospitaal in Neder-Over-Heembeek. De intentie iser dus. Eind 2009 wordt ook daadwerkelijk onderzocht wat de gevolgen zijn. Als antwoord krijgen wij daarna een aantal, volgens mij, uitvluchten. Een uitvlucht is dat Defensie niet alleen kan handelen en dat men het advies en de medewerking van de departementen Openbaar Ambt en Volksgezondheid nodig heeft.

Een andere uitvlucht is dat Defensie niet dezelfde doelstellingen nastreeft als die opgenomen in de federale wet op de ziekenhuizen.

Ik hoor nu nog een uitvlucht, namelijk dat de operationele vrijheid van Defensie in het gedrang komt. Maar wat zijn de gevolgen voor de diensten? Daarop krijg ik geen antwoord.

Er is ook nog altijd geen commissie voor Ethiek. In Neder-over-Heembeek is er precies altijd eeninterne controle. Op ethische kwesties wordt binnen Defensie intern toezicht gehouden. Voor de keuken is er een interne controle.

Het militair ziekenhuis is – ik druk mij heel licht uit – niet transparant, wat natuurlijk altijd vragen en meer vragen blijft oproepen.

Minister Pieter De Crem: Wij handelen conform de voorwaarden. Ik verwijs naar mijn antwoord.

De voorzitter: Mevrouw Grosemans, u komt later mogelijk nog op de problematiek terug.