Mondelinge vraag inzake het strategisch plan Defensie

2 juli 2015

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "het strategisch plan Defensie" (nr. P0670)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, in de commissievergadering van 27 mei hebt u de recentste planning gegeven inzake het strategisch plan. Eerder hebt u dat plan al aan de regering voorgesteld. Er werd een politieke werkgroep in het leven geroepen die nog een aantal elementen moet uitwerken en daaraan de correcte budgetten moet koppelen. Die strategische keuzes zouden worden gemaakt en goedgekeurd door de regering voor het zomerreces. Na het reces zou de verdere uitwerking en invulling volgen.

Mijnheer de minister, wij zijn niet ver meer verwijderd van het reces en daarom vraag ik u naar de stand van zaken van het strategisch plan. Kunt u het strategisch plan al wat meer toelichten? Welke grote lijnen, principes en strategische keuzes houdt het in?

Hoe verwacht u dat de verdere uitwerking ervan na het reces zal verlopen?

Minister Steven Vandeput: Mijnheer de voorzitter, heren en dame, uw vragen gaan over een belangrijk onderwerp. Het strategisch plan voor Defensie werd, zoals voorgeschreven door het regeerakkoord, op 8 mei voorgesteld aan de regering. Ik heb dus gedaan wat in het regeerakkoord staat, mijnheer Yüksel. Het positieve aan een recyclage van vragen, is dat ook de antwoorden gerecycleerd kunnen worden. U probeert de zaken enigszins anders voor te stellen dan ze in werkelijkheid zijn.

In de commissievergaderingen heb ik al bij herhaling gezegd dat ik een voorstel van omgevingsanalyse heb gemaakt, dat werd goedgekeurd door het kernkabinet. Op basis van die omgevingsanalyse heb ik een voorstel geformuleerd inzake de specifieke strategische keuzes die wij moeten maken met betrekking tot onze kerntaken. Ik heb een voorstel ingediend omtrent de capacitieve invulling die daaraan gekoppeld zou kunnen zijn. Dat is een voorstel door mij geformuleerd in mijn hoedanigheid van minister en het ligt thans voor om te worden behandeld. Daaraan is uiteraard een budget gekoppeld.

Het klopt dat het bedrag van dat budget, zoals her en der in de pers verschijnt, neerkomt op 1,6 % van het bbp. Voor de volgende vijftien jaar stel ik voor om niet meer of niet minder te doen dan het gemiddelde van wat onze Europese partners doen. Zo exuberant is dat dus niet. Ik zet de zaken dan ook niet op hun kop.

De jongste tijd hebben wij nogal wat vergaderingen gehouden met de technische werkgroepen. Naar mijn weten, volgens de verslagen die ik daarvan ontvang, zat daarin telkens ook een vertegenwoordiger van uw partij, mijnheer Yüksel. In die technische werkgroepen zijn er stappen voorwaarts gezet.

Het is inderdaad zo dat een belangrijke discussie als deze over het strategisch plan, een regeringsbeslissing vergt.

Ik heb ook altijd gezegd dat er maar een strategisch plan zal zijn als de regering zich akkoord heeft verklaard met een strategisch plan.

Mijnheer De Vriendt, als u het dan bijvoorbeeld heeft over Europese samenwerking en een efficiëntere werking, dan ben ik helemaal met u mee. Internationale en interdepartementale samenwerking zijn overigens essentiële onderdelen van het voorgestelde plan. Men moet echter wel heel goed beseffen dat samenwerken ook betekent dat men samen de rekening moet betalen. Op het ogenblik dat men beslist om samen te werken met de Fransen, Nederlanders of Duitsers, moet men met andere woorden ook bereid zijn om de nodige centjes op tafel te leggen. Dat is een grote en zware discussie. Ik ben er mij als minister van Defensie ten zeerste van bewust dat het gaat over heel grote bedragen.

Ik ben alvast klaar voor de finale discussie en het nemen van beslissingen. Het wordt een beslissing van de regering en niet alleen van de minister van Defensie. We zullen zien wat de komende weken zullen brengen.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, ik lees vandaag in de krant dat het strategisch plan al klaar is sinds 6 april. Het werd voorgesteld aan de regering, we hebben al werkgroepen gehad met defensiespecialisten en nu ligt het nog altijd op de tafel van de regering.

Onze Defensie heeft echt nood aan een krachtig en heel moedig plan om Defensie te hervormen en te redden, om de ongerustheid weg te nemen en het leger opnieuw een toekomst te geven.

Ik twijfel er niet aan dat het een heel krachtig en moedig plan zal worden. Daarom roep ik de coalitiepartners CD&V, Open Vld en de MR op hier spoed achter te zetten en de laatste knopen door te hakken vóór het reces.