Mondelinge vraag inzake het toezicht op het ISTAR-bataljon

9 oktober 2013

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de vice-eersteminister en minister van Landsverdediging over "het toezicht op het ISTAR-bataljon" (nr. 19436)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, in de commissievergadering van 29 mei heb ik u een vraag gesteld over het ISTAR-bataljon.

Volgens een krantenartikel had het Comité I in een brief aan Defensie het gebrek aan controle op die eenheid aangekaart. U hebt toen in de commissie meer uitleg gegeven over de werking van ISTAR. U hebt gezegd dat u de brief van het Comité I zou bekijken en dat Defensie een voorstel analyseert om het ISTAR-bataljon onder een gepast wettelijk raam te brengen.

Mijnheer de minister, ik zou u daarover graag om een stand van zaken vragen.

Hebt u de brief van het Comité I ondertussen persoonlijk kunnen lezen? Kunt u meer uitleg geven over de inhoud van de brief? Hebt u die brief beantwoord? Zo ja, waaruit bestond uw antwoord?

Hoever staat Defensie met haar analyse? Wat zijn de voorlopige conclusies?

Is reeds beslist of het ISTAR-bataljon al dan niet onder toezicht van het Comité I zal komen te staan? Kunt u een eventuele beslissing nader toelichten?

Minister Pieter De Crem: Mijnheer de voorzitter, mevrouw Grosemans, ik heb inderdaad reeds uitgebreid op die materie geantwoord tijdens onze vergadering van 29 mei.

Ik heb kennis genomen van de brief die het Vast Comité van Toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten daaromtrent naar de staf heeft gestuurd. Hoewel het mij uiteraard niet toekomt om brieven van het Vast Comité I toe te lichten en hoewel het Vast Comité I gehoord kan worden binnen het raam van de Senaatscommissie die daarvoor werd opgericht, ben ik steeds bereid geweest en blijf ik bereid om een en ander bijkomend te contextualiseren.

Ik heb u reeds uitvoerig ingelicht over wat ISTAR is en dat zal ik niet opnieuw doen. Sta mij toe om daarvoor te verwijzen naar mijn antwoord in de commissie van 29 mei.

De brief waarnaar u verwijst, bevat de bevindingen van het Vast Comité I naar aanleiding van zijn deelname aan een door Defensie georganiseerd werkbezoek aan het ISTAR-bataljon. Het Vast Comité I bedankt in de brief vooreerst de Defensiestaf voor de uitvoerige presentatie van en door het bataljon en voor de daarbij aan de dag gelegde openheid in het bijzonder. Op basis daarvan geeft het Vast Comité I een aantal overwegingen mee om bij te dragen tot een verdere constructieve dialoog. Samengevat komt het er volgens de eigen bewoordingen van het Vast Comité I op neer dat de operationalisering van het ISTAR-bataljon een meerwaarde betekent en dat het wettelijk raam waarbinnen de Belgische inlichtingendiensten functioneren, nog niet mee is geëvolueerd en aanpassing behoeft.

Op 12 juni heb ik het Vast Comité I per brief geïnformeerd dat binnen mijn departement een werkgroep werd opgericht om zich te buigen over de mogelijke pistes en initiatieven, om tegemoet te komen aan de aanbevelingen van het Vast Comité I. Er werd mij medegedeeld dat thans als specifieke piste, of voorlopige conclusie, zo u wil, binnen de werkgroep wordt onderzocht hoe het ISTAR-bataljon voor zijn werking onder controle van de algemene dienst Inlichtingen en Veiligheid zou kunnen worden geplaatst.

Op die manier zou ook het Vast Comité I worden betrokken bij toezicht op de activiteiten van het ISTAR-bataljon.

Ik herhaal evenwel dat dit een voorlopige conclusie is en wij niet overhaast te werk mogen gaan. Het betreft een complexe aangelegenheid met veel aspecten, zoals bijvoorbeeld het feit dat ISTAR-eenheden binnen Europa vaak worden gezien als een typisch domein waarin aan pooling and sharing kan worden gedaan. Wij moeten voorzichtig zijn om te vermijden dat wij internationale opportuniteiten tot samenwerking zouden missen wegens een te rigide, puur nationaal systeem van controle en toezicht.

Met andere woorden, over het huidige belang van ISTAR en de opportuniteiten in de toekomst bestaat niet de minste twijfel, maar wij dienen op een pragmatische manier deze zaak verder op te volgen met gepast oog voor de overwegingen die het Vast Comité I heeft uitgedrukt en in de constructieve dialoog waartoe het mijn departement heeft uitgenodigd. Ik bekijk dit dus met een positief oog.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik dank u voor uw duidelijke antwoord.

Ofwel is ISTAR een bataljon van verkenners en dan is er geen controle nodig. U zegt nu echter dat ISTAR eigenlijk een inlichtingendienst is en dat er een controle moet zijn. U hebt eigenlijk ook al op 29 mei gezegd dat dit niet conform het wettelijke kader inzake inlichtingen- en veiligheidsdiensten is.

Er wordt een werkgroep opgericht en ISTAR is een inlichtingendienst die controle nodig heeft. Er zijn volgens u dan twee mogelijkheden: ofwel ISTAR onder de ADIV plaatsen, ofwel de wet uitbreiden naar ISTAR. Die keuze is echter nog niet gemaakt op dit ogenblijk?

Minister Pieter De Crem: (…)