Mondelinge vraag inzake het vervoer van met asbest besmet legermaterieel

9 oktober 2013

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de vice-eersteminister en minister van Landsverdediging over "het vervoer van met asbest besmet legermaterieel" (nr. 19636)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, uit informatie van een interne bron in het legermuseum blijkt dat men militair materieel zou hebben vervoerd dat met asbest was besmet, ondanks de voorschriften om dat niet te doen. De beweringen zijn zeer ernstig, en ik zou dan ook van u meer uitleg willen krijgen over de zaak.

Was u op de hoogte van de problematiek van asbest in de depots? Kunt u bevestigen dat deze praktijken, waarbij materieel dat niet correct werd gereinigd, toch werd vervoerd naar nieuwe sites, hebben plaatsgevonden? Zo ja, hoe is dat kunnen gebeuren? Hebt u reeds een duidelijk zicht op wat er precies fout liep? Zal er een aanvullend onderzoek worden ingesteld?

Wie is in de zaak precies in de fout gegaan? Welke maatregelen zullen worden genomen tegen de verantwoordelijken, indien zwart op wit bewezen kan worden dat er materieel werd vervoerd zonder dat het voldoende werd gereinigd?

Welke sites hebben ondertussen materieel ontvangen dat mogelijks met asbest is besmet? Wat zal Defensie met het materieel en de sites doen?

Hebt u reeds een zicht op de financiële gevolgen van de incidenten? Kunt u meedelen welke maatregelen genomen zullen worden en wat dat allemaal zal kosten?

Minister Pieter De Crem: Mijnheer de voorzitter, collega De Vriendt, in april 2009 deed de Koninklijke Militaire School een analyse van het stof in de depots van Kapellen en Vissenaken. Deze depots behoren toe aan Defensie, maar het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis is er huurder van.

De analyse heeft de aanwezigheid van heel kleine asbestdeeltjes op de collectiestukken — vooral voertuigen en vliegtuigen —aangetoond. De deeltjes zijn afkomstig van het dak van de oude loodsen. Het gaat om een gehalte van 0,01 vezel per cm³, de toegestane limiet voor een eenvoudige ontgiftingsbehandeling.

De algemene directeur van het KLM heeft de volgende maatregelen genomen. De toegang tot de besmette loodsen werd dadelijk verboden, behalve voor bevoegde personen uitgerust met de beschermingsuitrustingen zoals die zijn opgenomen in het koninklijk besluit van 16 maart 2006 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico’s verbonden aan blootstelling aan kankerverwekkende stoffen op de werkvloer.

Een actieplan werd opgesteld om zo snel mogelijk opnieuw vrije toegang tot de loodsen te verkrijgen en opnieuw over het besmette patrimonium te kunnen beschikken.

De algemene directeur van het museum heeft sinds 2009 elk jaar een dienstnota over het asbestprobleem, de evolutie van de situatie en de te nemen maatregelen verspreid. Het basisoverlegcomité, het BOC, werd ook geïnformeerd over de evolutie en de problemen.

Op de deuren van de loodsen te Vissenaken en Kapellen werden waarschuwingsborden aangebracht. De preventieadviseur van het museum heeft in 2012 aan alle vakbondsafvaardigingen een risicoanalyse overgemaakt in verband met de asbestverwijderingswerven in Vissenaken en Kapellen, georganiseerd door Defensie.

Gelet op de termijnen van de hele procedure voor de asbestverwijdering en om aan de aanvragen van organisatoren van evenementen en buitenlandse musea tegemoet te kunnen komen, besliste het museum reeds in 2009 om twee pistes te volgen. Begin 2010 volgden enkele militairen een asbestopleiding bij een gespecialiseerde firma, waardoor ze, uitgerust met de nodige beschermingsmiddelen, eenvoudige behandelingen op kleine besmette objecten konden uitvoeren. Voor de ontgifting van grotere of complexere voorwerpen heeft het KLM in 2009 op eigen kosten een beroep gedaan op een gespecialiseerde firma. Een twintigtal grote objecten — type tanks en containers voor uniformen, evenals twee loodsen met restauratieateliers — werden in Kapellen en Vissenaken op die manier behandeld.

Het materieel werd vervolgens naar andere musea en naar militaire kwartieren zoals Beverlo, Elsenborn en Bastenaken overgebracht. De verplaatsingen gebeurden na behandeling, dus ofwel na de eenvoudige reiniging door het bevoegd personeel, ofwel na de behandeling door een gespecialiseerde firma. Gelet op de omvang van de zuiveringswerken werd evenwel vlug duidelijk dat een gespecialiseerde firma diende te worden ingezet via een openbare aanbesteding.

Deze procedure werd in 2013 afgerond. De gekozen firma is nu klaar met de werken in het depot van Vissenaken, waarna Kapellen aan de beurt komt. De volledige ontgifting zal dus in de loop van 2014 zijn beëindigd.

De kosten bedragen ongeveer 300 000 euro en worden door Landsverdediging gedragen.

In april 2013 organiseerde de preventiedienst van het museum ten slotte in de twee landstalen een informatiesessie over de betrokken werf ter attentie van het museumpersoneel dat toegang tot de loodsen zou kunnen hebben. De militair die verschillende parlementsleden aanschreef, werd eveneens op de genoemde sessie uitgenodigd.

Met betrekking tot de andere kwartieren kan ik u het volgende mededelen. Tussen 2000 en 2009 werden door gespecialiseerde burgerfirma’s asbestinventarissen opgesteld voor alle gebouwen van Defensie. Op basis van de inventarissen werden programma’s inzake risicobeheer door de aanwezigheid van asbest voorgesteld.

Er bestaat geen wettelijke verplichting, om alle in de infrastructuur aanwezige asbest te verwijderen. Asbesttoepassingen in goede staat en waarvoor bij normaal gebruik van de infrastructuur geen risico bestaat dat ze worden beschadigd, mogen ter plaatse blijven. Zij moeten enkel minstens eenmaal per jaar visueel worden gecontroleerd.

Bij aanwezigheid van beschadigd asbesthoudend materiaal en wanneer uit de risicobeoordeling resulteert dat het betrokken personeel een onafhankelijk risico van blootstelling aan asbest loopt, worden de nodige preventiemaatregelen genomen en wordt het materiaal, via de bestaande contracten van Defensie, verwijderd door gespecialiseerde en erkende firma’s. Aldus heeft Defensie alle prioritaire posten inzake beschadiging en risico voor het personeel in de asbestinventarissen reeds behandeld. Ook wordt de komende jaren aan de vervanging van het aanwezige asbesthoudende materiaal voortgewerkt.

Landsverdediging respecteert alle regelgeving ter zake. De opvolging ervan maakt tevens deel uit van het syndicale overleg met de vakorganisaties.

Mijnheer de voorzitter, aldus rond ik mijn antwoord af over een problematiek die mij bijzonder na aan het hart ligt.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord, maar kan mij niet van de indruk ontdoen dat het legermuseum ter zake een klassieke zoektocht heeft gemaakt, om de hele zaak te minimaliseren.

De firma die de betrokken voertuigen heeft gereinigd, heeft ze inderdaad reglementair en heel punctueel gereinigd. Het ging echter slechts om een heel klein aantal. Ik heb er een lijst van.

Militairen hebben een asbestopleiding gevolgd. Zij mogen enkel en alleen kleine stukken reinigen. Zij hebben echter ook de grote stukken gereinigd. Grote, zware tanks werden gewoon met een brandslang afgespoten. Afvalwater werd niet opgevangen. Er was ook geen staalname nadien. Er waren inderdaad voldoende beschermingsmiddelen. Zij werden echter niet gedragen. Stukken die uit vervuilde loodsen kwamen, komen nu virtueel uit veilige loodsen. Ik vind dat een schande.

Hier is heel slordig met de volksgezondheid omgesprongen. De tanks in kwestie zijn naar evenementen en festiviteiten gegaan. Kinderen hebben in de tanks rondgereden. Ik hoop dat de verantwoordelijken zich daarvan goed bewust zijn.

Niet al het personeel was op de hoogte. Er werken ook burgers en collectioneurs, die meehelpen in die loodsen om te inventariseren. In 2002 vonden er al graafwerken plaats en werd er grond onderzocht. 4RCI heeft toen al gemeld dat er een probleem was tussen loods 16 en loods 17. In 2007 was de asbestbesmetting al bekend bij alle instanties. Pas in 2009 verscheen er een eerste dienstnota.

Nu wordt dat grondgebied vervreemd. Het wordt woongebied en er komen sociale woningen op. Er zal een sanering nodig zijn van het hoogste niveau.

De laatste meetgegevens ken ik nog niet. Wat is de bodemhistoriek? We beschikken over meetgegevens van 1999-2000 en toen bleken er nog geen maatregelen nodig. Ondertussen is er veel activiteit geweest. Nu wordt die site vervreemd. Wat is de bodemhistoriek tot 2013? Hebt u daar een zicht op?