Mondelinge vraag inzake het wettelijk voorgeschreven rendement voor groepsverzekeringen

8 november 2012

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de vice-eersteminister en minister van Pensioenen over "het wettelijk voorgeschreven rendement voor groepsverzekeringen" (nr. P1281)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, mijn actuele vraag is overgekomen uit de vergadering van de commissie voor de Sociale Zaken van 16 juli. Misschien kan onder uw frisse impuls  de commissie iets vaker worden samengeroepen worden.

75 % van de werknemers in de privésector heeft een groepsverzekering als aanvullend pensioen. De werkgevers die zo’n groepsverzekering afsluiten moeten een bepaalde rente garanderen, 3,25 % per jaar op de eigen bijdrage en 3,75 % op de bijdrage van de werknemer. Als die beleggingen te weinig opbrengen, dan moet de werkgever het tekort opvangen. De verzekeraars trekken aan de alarmbel en hebben de rente verlaagd met als resultaat dat de werkgevers de tekorten moeten bijpassen.

Ik heb twee concrete vragen. Mijnheer de minister, hebt u die problematiek al besproken met de verzekeringssector  en  dewerkgeversorganisaties? Wat leverde dit overleg op?

Ten tweede, welke initiatieven zult u, als minister van Pensioenen, nemen om de betaalbaarheid van de groepsverzekeringen te waarborgen?

Minister Alexander De Croo: Mijnheer de voorzitter, ik dank de vraagstellers om mij de gelegenheid te bieden een maidenantwoord te geven, alhoewel ik niet weet of het woord bestaat. (Applaus)

Ik hoop dat ik vanaf nu altijd een applaus krijg vooraleer mijn antwoord te geven. Dat is zeer motiverend.

De heer De Vriendt riep mij op om verstandige zaken te zeggen. Dank u. Ik speel de bal naar u terug, want ik hoop dat u vanaf nu ook alleen verstandige zaken zult zeggen.

Ik wil eerst en vooral zeggen dat men geruststellende bewoordingen moet gebruiken als men  het  heeft  over  de  tweede  pijler. Honderdduizenden dragen bij tot die tweede pijler. Ik wil daarover heel duidelijk zijn. Er is geen enkele reden om ongerustheid te zaaien of die tweede pijler wel zal bijdragen tot een pensioen waarop zij recht hebben. Meer zelfs, deze regering voert de politiek om de tweede pijler te verbreden en wil ervoor zorgen dat meer mensen toegang krijgen tot die tweede pijler.

Ik hoop dat ik in de komende maanden daarin mijn volle energie kan steken. Het verbreden van de tweede pijler is voor mij een essentieel element van een goed pensioensysteem.

Ik verdedig het feit dat er een gegarandeerd rendement is. Als mensen sparen voor hun pensioen, willen zij dat dit kapitaal gegarandeerd is, maar zij willen meer dan dat. Zij willen ook dat er een zeker rendement is op datgene waarvoor zij en hun werkgever sparen. Ik verdedig dat gegarandeerd rendement dus. Dat ligt ongeveer 1 tot 1,5 % boven de langetermijninflatie. Ik denk dat wij dat in stand moeten houden. Dat is ook het beleid van deze regering.

Ik wil even ingaan op wat specifiek in de wet staat. Het gaat over de WAP. Daarin wordt niet bepaald dat het rendement specifiek door de verzekeraars moet worden gegarandeerd. Dat rendement moet door de werkgever worden gegarandeerd.

Er is trouwens een verschil tussen de verzekeraars en de pensioenfondsen. Bij de verzekeraars moet men op elk moment een bepaald rendement naar voren kunnen schuiven. Bij de pensioenfondsen heeft men de mogelijkheid om meer op de lange termijn te spelen.

Dat is een van de elementen waarnaar wij volgens mij moeten kijken. Er is geen  level playing fieldtussen de verzekeraars en de pensioenfondsen.

In plaats van te spreken over het verlaten van het pad van de garantie op een minimumrendement is het nuttiger om te kijken op welke manier wij kunnen zorgen voor een level playing field tussen de verzekeraars en de pensioenfondsen. Ik meen dat dit een taak is voor het sociaal overleg. Dat werd hier al door een aantal mensen aangegeven. Ik ben bereid om zo snel mogelijk met de sociale partners rond de tafel te gaan zitten om te kijken op welke manier wij ervoor kunnen zorgen dat het minimumrendement behaald wordt, zonder dat de ene of andere op een overdreven manier daarvoor moet opdraaien.

Dans sa question écrite, Mme Fonck parlait de la façon de maîtriser les risques et du danger que les choses se passent mal.

Trois éléments entrent en ligne de compte à ce niveau. Tout d'abord, comme les fonds de pension sont externalisés, ils sont dissociés du risque du patrimoine de la société. C'est là une manière de garantir une diminution du risque. Ensuite, la surveillance prudentielle exercée par la FSMA et la Banque Nationale joue un rôle en la matière. Enfin, l'employeur a le devoir de combler le déficit, si nécessaire. Comme je vous l'ai dit, je vais me pencher sur les mesures à prendre afin d'éviter une intervention des employeurs dans ce cas de figure. Ces trois éléments visent à garantir au mieux la diminution des risques dans le deuxième pilier. Mais je suis prêt à examiner, avec les partenaires sociaux, la manière de diminuer encore les risques qui subsistent dans une moindre mesure actuellement.

Je pense ainsi avoir répondu aux questions "aspirées" ou non qui ont été posées. Certaines éléments évoqués par M. Thiéry touchent à des sujets très pointus. Je suis tout à fait prêt à y répondre par le biais de questions écrites.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik wil eerst even het woord richten tot collega De Vriendt.

Mijnheer De Vriendt, ik voelde mij in bepaald opzicht aangesproken. Ik heb niet gezegd dat de vraag niet actueel is. Ik heb gezegd dat de vraag toen al actueel was en nu nog altijd actueel is. Ik heb willen aangeven dat mijn vraag al dateert van 16 juli, maar nu pas kan worden beantwoord. Het is toch een heel belangrijke problematiek. Ik lanceerde daarom een oproep om de commissie wat vaker samen te roepen.

Mijnheer de minister, ik kom nu tot mijn repliek op uw antwoord.

U bent uw antwoord begonnen met te zeggen dat er geen ongerustheid hoeft te zijn over de tweede pijler.

De grote vraag die echter niet beantwoord werd, luidt wie dat zal betalen. Er zijn dienaangaande drie mogelijkheden. Ten eerste, ofwel garanderen de verzekeringsmaatschappijen de rente, maar dat kunnen zij naar eigen zeggen niet dragen. Ten tweede, als het percentage in de wetgeving gegarandeerd blijft, dan betekent dat extra kosten voor de werkgevers. Dat komt bij in de emmer die nu al heel vol is. Ten derde, een laatste mogelijkheid is een aanpassing van de wetgeving en de gegarandeerde rente naar beneden halen.

U zegt dat u geen voorstander bent van de laatste mogelijkheid, omdat de kosten dan op de rug van de werknemers terechtkomen. Ik heb u hier echter geen keuze horen maken in uw antwoord. U zegt dat wij moeten zoeken naar een manier, naar maatregelen, maar u blijft vaag. Volgens mij schuift u het probleem gewoon door.