Mondelinge vraag inzake islamitische aalmoezeniers in het leger

27 mei 2015

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "islamitische aalmoezeniers in het leger" (nr. 3890)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, in Nederland heeft een wetenschappelijke onderzoekscommissie geconcludeerd dat veel Nederlandse militairen met een islamitische achtergrond te maken krijgen met kritiek uit hun privéomgeving op de missies die ze uitvoeren in moslimlanden als Irak en Afghanistan. Zelfs voor de strijd tegen het extreem gewelddadige IS zouden ze zich in familie- en vriendenkring vaak moeten verantwoorden, wat tot morele problemen kan leiden.

De hoofdkrijgsmachtimam van het Nederlandse leger pleit daarom voor intensieve begeleiding van de militaire moslimgemeenschap en een verdubbeling van het aantal islamitische geestelijken binnen de krijgsmacht. De Nederlandse Defensie liet weten het voorstel te bestuderen om met vier in plaats van twee imams te werken.

Ook in ons leger zijn werknemers van verschillende religies en levensbeschouwingen welkom. Defensie beschikt over een dienst voor religieuze en morele bijstand voor het leger. De aalmoezeniers en morele consulenten van deze dienst dragen bij tot het welzijn en de psychologische en emotionele stabiliteit van het personeel, in het bijzonder tijdens buitenlandse opdrachten en bij kritische situaties.

In de commissie voor de Landsverdediging van 4 juni 2008 zei uw voorganger, minister van Defensie Pieter De Crem, dat hij van plan was om ook in ons leger in een aalmoezeniersdienst van de islamitische eredienst te voorzien. Hij zei dat het een verplichting was, want dat we anders niet conform de wettelijke bepaling opereerden en dat iedere erkende godsdienst op zijn minst één eigen aalmoezenier moest hebben.

Naar aanleiding van de Nederlandse studie wil ik u enkele vragen stellen over de situatie in ons land.

Hoeveel aalmoezeniers van de katholieke, protestantse en Israëlische eredienst telt ons leger momenteel en hoeveel morele consulenten? Beschikt Defensie intussen ook over een islamitische aalmoezenier? Zo ja, sinds wanneer? Zo neen, waarom niet?

Het Nederlandse leger zou ongeveer drieduizend militairen met een islamitische achtergrond tellen. In ons land houdt Defensie geen informatie bij over de religieuze of levensbeschouwelijke achtergrond van militairen, aangezien deze informatie tot de persoonlijke levenssfeer van de personeelsleden behoort.

Is het desondanks mogelijk om een schatting van het aantal militairen met een islamitische achtergrond te geven?

Kan de studie uit Nederland ons volgens u iets leren over de situatie in eigen land?

Heeft Defensie weet van religieuze of sociale dilemma’s bij militairen met een islamitische achtergrond die op missie gaan in moslimlanden? Zo neen, heeft het volgens u zin om de situatie in eigen land te onderzoeken?

Moet Defensie de invoering van een aalmoezeniersdienst van de islamitische eredienst overwegen als een middel om ook moslimmilitairen moreel beter te kunnen ondersteunen?

Minister Steven Vandeput: Mevrouw Grosemans, mijnheer Yüksel, het eerste plan dateert inderdaad van juni 2008. Bij mijn overname van het departement waren er nog geen stappen gezet, maar daar zijn bepaalde redenen voor.

Op dit ogenblik werken bij de Dienst voor Religieuze en Morele Bijstand van Defensie in totaal 16 aalmoezeniers. Hiervan behoren er 13 tot de katholieke, 2 tot de protestantse en 1 tot de Israëlitische eredienst.

Naast de aalmoezeniers werken er ook 6 morele consulenten voor de dienst.

Tot op heden beschikt Defensie niet over een vaste vertegenwoordiger van de islamitische eredienst wegens het ontbreken van het statutair kader. Dat is de formele reden. Dat statutair kader is er niet omdat contacten met vertegenwoordigers van de islamitische eredienst niet hebben geleid tot de identificatie van voor deze geloofsgroep representatieve vertegenwoordigers, gezien de verschillende strekkingen binnen de islam.

Telkens de behoefte zich voordoet, wordt punctueel een beroep gedaan op een islamitische vertegenwoordiger. Punctueel worden dus wel mensen buiten Defensie gevraagd om op te treden.

Wat de religieuze overtuiging van militairen betreft, wordt er inderdaad geen registratie bijgehouden. Het zou straf zijn mocht Defensie dat wel doen. Bijgevolg is een schatting van het aantal islamitische militairen bij Defensie onmogelijk. Defensie heeft maar weet van één enkele situatie waarbij een islamitisch militair gewetensbezwaren had tegen een operationele inzet in moslimlanden.

Ten slotte is het belangrijk de precieze rol van de religieuze en morele bijstand voor ogen te houden. Het kan soms een goed idee lijken om bepaalde diensten bijkomende opdrachten te geven, maar de opdracht van de religieuze en morele bijstand bestaat erin de erediensten te verzekeren en de nodige morele en religieuze steun aan het personeel van Defensie te verschaffen indien het daarom vraagt. Defensie beschikt in het kader van radicalisering over andere diensten die moeten instaan voor de veiligheid en de strijd tegen de radicalisering.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

In Nederland werkt het anders. Daar hebben ze blijkbaar wel die concrete cijfers en vinden ze het geen probleem dat het tot de persoonlijke levenssfeer behoort. Hier hebben we er geen zicht op.

Tussen haakjes, als men vraagt of er mensen van adel zijn binnen Defensie, krijgt men wel lijsten, terwijl dat misschien ook tot de persoonlijke levenssfeer kan behoren.

Als het echt een wettelijke bepaling is, is het misschien goed om een zicht te krijgen op het aantal moslims bij Defensie. Stel dat het maar om een tiental mensen gaat, lijkt mij dat niet echt nodig, maar als het gaat om honderden mensen, is het misschien wel interessant om bij de Nederlandse collega’s na te gaan hoe zij dat precies aanpakken met de verschillende strekkingen binnen de islam.

Ik heb nog een opmerking over de vraag van collega Yüksel. Mijnheer Yüksel, ik vind dat een gevaarlijke vraag, omdat u de indruk wekt dat militairen op de een of andere manier gemakkelijker vatbaar zijn voor radicalisering. Ik denk dat radicalisering binnen het leger tegengaan niet de enige reden mag zijn om een aalmoezenier in dienst te nemen. Wij moeten erop letten dat die islamitische aalmoezeniers zeker niet mogen worden gezien als verklikkers, maar dat ze echt dienen voor geestelijke bijstand aan militaire moslims.

Minister Steven Vandeput: Mevrouw Grosemans, mijnheer Yüksel, ik zal vragen aan Defensie dat men opnieuw contact opneemt met de vertegenwoordigers van de islam om te kijken of er een oplossing mogelijk is. Dat is een belofte die ik kan maken.