Mondelinge vraag inzake mijnwerkerspensioenen uitbetaald in het buitenland

12 juni 2012

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de vice-eersteminister en minister van Pensioenen over "mijnwerkerspensioenen uitbetaald in het buitenland" (nr. 12389)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, mijnwerkers hebben een stuk geschiedenis geschreven in Limburg. Heel wat van deze mijnwerkers waren migranten die na hun beroepsloopbaan terugkeerden naar hun thuisland. Kunt u meedelen hoeveel mijnwerkerspensioenen momenteel uitbetaald worden in het buitenland? Over welke nationaliteiten gaat het voornamelijk? Kunt u meedelen hoe en met welke frequentie de gepensioneerde mijnwerkers die in het buitenland verblijven gecontroleerd worden?

Minister Vincent Van Quickenborne: Mevrouw Grosemans, op 1 januari 2012 werden er 11 158 mijnwerkerspensioenen uitbetaald in het buitenland. Ik heb een tabel bij met een opdeling naar de meest voorkomende nationaliteitslanden. Het zal u niet verwonderen  dat  op  nummer 1  Italië  staat,  met  5 542 mijnwerkerspensioenen. Ik overhandig u de hele lijst.

De controle van de gepensioneerde mijnwerkers die in het buitenland verblijven, wordt jaarlijks gedaan aan de hand van een levensbewijs. De procedure voor levensbewijzen is de volgende. Alle gerechtigden die in het buitenland wonen, moeten jaarlijks een levensbewijs aan de RVP bezorgen. Zij krijgen daarvoor in hun geboortemaand een formulier toegestuurd en moeten het binnen de 30 dagen terugsturen. Op dat formulier moeten de volgende zaken worden ingevuld.

Ten eerste, door de gerechtigde: zijn of haar handtekening en, in geval van een gezinspensioen, ook die van de echtgenoot of echtgenote. Ten tweede, door een bevoegde administratieve autoriteit: een verklaring van in leven zijn, de gegevens van de gerechtigde en, in geval van een gezinspensioen, ook die van de echtgenoot of echtgenote, en een officiële stempel.

Indien het levensbewijs niet binnenkomt, worden de betalingen stopgezet en wordt een herinnering gestuurd. Bij een laattijdige binnenkomst van een geldig levensbewijs worden de betalingen hervat vanaf de stopzetting. De termijn kan, hangende de procedure, met een maand verlengd worden op verzoek van de gerechtigde.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

Een levensbewijs met een handtekening is een verklaring van in leven zijn. Is het niet mogelijk dat er daarbij fraude wordt gepleegd? Het gaat om heel wat meer mensen. Is er op termijn een andere en betere controle mogelijk? Ik vermoed dat de deur openstaat.

Minister Vincent Van Quickenborne: Ten eerste, de problematiek houdt de RVP heel sterk bezig. Een van de eerste vragen die ik na mijn aantreden als minister heb gesteld, was hoe het met de sociale fraude bij de pensioenen zat, met name inzake het uitbetalen van pensioenen aan niet-bestaande personen.

Herinner u ter zake het verhaal van Griekenland, waar blijkbaar aan duizenden niet-bestaande personen een pensioen werd uitbetaald.

Mij is door de RVP verzekerd — er zijn ook mensen van PDOS aanwezig; zij kennen waarschijnlijk in een kleiner aantal dezelfde problematiek — dat heel streng op dergelijke fraude wordt toegekeken.

Is een betere controle mogelijk? Uiteraard is dat mogelijk. Indien wij rechtstreekse toegang krijgen tot het Rijksregister van de landen waar mensen zijn gevestigd en zij wederzijds toegang tot ons Rijksregister krijgen, kunnen wij perfect nagaan of iemand al dan niet overleden is. Zulks hangt natuurlijk sterk af van de bilaterale verdragen die tussen landen worden gesloten en ook van de elementen van privacy, waar een en ander vaak mank loopt. Men wil lokale ambtenaren of pensioenambtenaren geen toegang verlenen tot gegevens uit het buitenland.

Er wordt voor een dergelijke toegang geijverd. Indien ik mij niet vergis, lopen er ter zake ook proefprojecten met een aantal landen, om een en ander precies uit te werken. Zeker in de landen waar veel van onze gepensioneerden verblijven, wordt heel streng op dergelijke fraude toegekeken.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, misschien is bijvoorbeeld samenwerking met Nederland mogelijk. In de landen waar zij heel wat gepensioneerden hebben, zijn de Britten ook effectief aanwezig. De gepensioneerden moeten zich daar jaarlijks laten zien, wat toch een betere controle is.

Medewerker van de minister: Wij hebben natuurlijk geen mijnwerkers, maar wij hebben wel een aantal burgers dat in het buitenland woont.

De procedure is identiek. Inzake de bilaterale akkoorden met het buitenland voor een soort samenwerking op het vlak van het Rijksregister staan wij met PDOS nog niet zover. Wij kijken echter met belangstelling naar wat de RVP doet. Er is ter zake waarschijnlijk synergie, zoals wij vanmorgen nog andere voorbeelden hebben vermeld. De procedure is echter dezelfde.

Ik heb heel toevallig onlangs collega’s uit een Europese associatie van overheidspensioeninstellingen, waarvan wij deel uitmaken, horen vertellen dat een en ander in het buitenland net zoals bij ons gebeurt, namelijk door levensbewijzen te vragen.

Minister Vincent Van Quickenborne: Werd er al gedacht aan een koppeling met de rijksregisters?

Medewerker van de minister: Dat is net wat ik zeg. Wij volgen het experiment van de RVP, omdat die dienst heel veel buitenlandse betalingen heeft, terwijl wij er relatief weinig hebben. Wij volgen het experiment. Indien de inspanningen van de RVP ter zake lonend zijn, is het voor ons een synergie om daarin mee te stappen.