Mondelinge vraag inzake niet-Belgen in het dienstenchequestelsel

8 februari 2011

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de vice-eersteminister en minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid, over "niet-Belgen in het dienstenchequestelsel" (nr. 2367) 

Karolien Grosemans (N-VA): In Knack van 26 januari 2011 werden enkele scheeftrekkingen in het dienstenchequestelsel onder de loep genomen. Het stelsel werd gecreëerd om laaggeschoolde landgenoten aan werk te helpen, maar wordt sinds de invoering van het vrij verkeer van werknemers in de EU in mei 2009 misbruikt door inwoners van de nieuwe lidstaten.

Volgens Knack richten sommige bedrijven zich specifiek op een bepaalde nationaliteit om mensen in het stelsel tewerk te stellen. Het stelsel kost de overheid handenvol geld en deze scheeftrekkingen bedreigen de toekomst van het stelsel. Hoeveel niet-Belgen werken er in het dienstenchequesysteem? Komt de betaalbaarheid van het systeem in gevaar? Welke maatregelen zijn nodig?

Minister Joëlle Milquet: In 2009 was 78,2 procent van de dienstenchequewerknemers Belg en 15 procent kwam uit landen van de EU. Daarvan kwam 7,67 procent uit de nieuwe EU-lidstaten. De werknemers met een buitenlandse nationaliteit zijn voornamelijk Polen, Fransen en Nederlanders. Er zijn ook 6,7 procent werknemers met een niet-EU nationaliteit. Het gaat vooral om Marokkanen. Het algemene fraudebeleid bestrijdt misbruiken en inbreuken door om het even wie – niet-Belg of Belg – om het systeem in de toekomst betaalbaar te houden. In de Europese regelgeving is de tewerkstelling van onderdanen uit de nieuwe lidstaten in de dienstenchequesector volledig legaal. Aspecten die op onregelmatigheden en misbruiken zouden wijzen, komen in de controles aan bod. Het totaal aantal controles steeg tot meer dan 1.100 in 2010. Zo werd 42 procent van de ondernemingen gecheckt.

Indien niet-Belgische werknemers in de gecontroleerde bedrijven zijn tewerkgesteld, wordt steeds nagegaan of de wetgeving inzake de tewerkstelling van vreemde arbeidskrachten wordt gerespecteerd. De kans op mogelijke misbruiken kan echter nooit volledig worden uitgeschakeld. Ik onderzoek thans de mogelijkheid om een bijkomende voorwaarde op te leggen aan de ondernemingen, namelijk de tewerkstelling van een bepaald percentage vergoede werklozen of PWAwerknemers.

Karolien Grosemans (N-VA): Het probleem bestaat sinds 1 mei 2009. Het gaat over mensen uit Polen, Estland, Letland, Litouwen, Hongarije, Slovenië en Tsjechië. Ik vrees dat wij vooral buitenlandse werknemers aan het subsidiëren zijn. Dat die jobs ingevuld geraken, toont dan weer aan dat er een gebrek is aan gemotiveerde Belgische werknemers.

Minister Joëlle Milquet: De Polen in kwestie wonen hier al lang en werkten vroeger in het zwart.

Karolien Grosemans (N-VA): We moeten in elk geval de regelgeving dringend herbekijken en een kwaliteitscharter invoeren. Het systeem is ons financieel en organisatorisch boven het hoofd aan het groeien.