Mondelinge vraag inzake payrolling

26 april 2011

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de vice-eersteminister en minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid, over "payrolling" (nr. 3011)

Karolien Grosemans (N-VA): Mevrouw de minister, payrolling is een vorm van terbeschikkingstelling van medewerkers waarbij een bepaald bedrijf zijn personeelsleden plaatst op de loonlijst van een payrollbedrijf. Het payrolbedrijf verhuurt dezelfde personeelsleden met een uitzendcontract vervolgens terug aan het oorspronkelijke bedrijf vanwaar de medewerkers kwamen.

Het payrollbedrijf is echter verantwoordelijk voor alle administratie en is dus de feitelijke werkgever. Dat systeem is voor bedrijven goedkoper dan de klassieke uitzendarbeid, omdat zij niet via een uitzendbureau medewerkers hoeven aan te werven.

De selectie blijft de taak van de opdrachtgever. De klassieke uitzendkantoren krijgen een vergoeding voor het rekruteren, met de payrollbedrijven valt de vergoeding weg.

In Nederland is het systeem reeds heel populair. Er zijn naar schatting 140 000 payrolllwerknemers bij onze noorderburen. In ons land is payrolling echter nog heel nieuw. Sinds kort biedt het bedrijf Easymatch het systeem echter aan in België. De wetgeving in België is echter veel strenger dan deze in Nederland inzake het ter beschikking stellen van personeel. Het is in ons land zelfs bij wet verboden, behalve bij uitzendarbeid.

Hoe beoordeelt u het systeem van payrolling?

Zijn er juridische bezwaren tegen?

Kunnen bedrijven die niet erkend zijn als uitzendkantoor, diensten van payrolling aanbieden?

Minister Joëlle Milquet: Uw vraag is het gevolg van een artikel verschenen in De Standaard van 22 februari, dat refereert naar de Nederlandse wetgeving en praktijken die evenwel zeer sterk verschillen van onze reglementering op het vlak van uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers aan gebruikers. Het artikel is ook een beetje tendentieus en onvolledig.

Payrolling bestaat erin dat een gebruiker een kandidaat-werknemer voorstelt aan een bureau.

Dat bureau neemt de werknemer in dienst en vervult alle formaliteiten die hij als werkgever moet vervullen. Nadien stelt hij de werknemer dan ter beschikking van een gebruiker. Het voordeel van dat systeem zou erin bestaan dat de gebruiker de kosten vermindert die hij moet betalen aan de tussenpersoon, omdat de gebruiker zelf de kandidaat rekruteert en selecteert.

Er moeten zeker andere redenen bestaan voor het succes van het systeem in Nederland, want een dergelijke vorm van tewerkstelling is toch wel precair voor de werknemer. Indien dat systeem in België wordt toegepast, zijn er twee mogelijkheden. Ofwel is de tussenpersoon erkend als uitzendbureau. De terbeschikkingstelling van personeel valt dan onder de reglementering van uitzendarbeid en de tussenpersoon moet dan alle voorziene verplichtingen respecteren, zowel wat de wetgeving als de collectieve arbeidsovereenkomsten van het paritair comité voor de uitzendarbeid betreft. Ofwel is het bureau niet erkend als uitzendbureau. In dat geval worden de bepalingen van artikelen 31 en 32 van de wet van 1987 overtreden. De activiteit die hij dan uitoefent, is immers verboden.

Een afwijking kan niet worden toegestaan door de arbeidsinspectie wanneer het bureau in hoofdzaak geen andere activiteit heeft en zeker niet als de uitlening geen toevallige activiteit is. In dat geval wordt automatisch een arbeidsovereenkomst gesloten tussen de gebruiker en de werknemer die onwettelijk ter beschikking werd gesteld.

Ik zie dus het nut van die praktijken in ons land niet in. Wij beschikken hier immers over erkende sociale secretariaten, die volkomen wettelijk de volledige administratieve formaliteiten voor een werkgever kunnen vervullen, waardoor de aanwerving van werknemers wordt vergemakkelijkt.

Het nut van uitzendarbeid bestaat erin de werkgever vrij te stellen van de selectie en de aanwerving van kandidaten. Indien dat niet het geval is, bestaat het enige doel van payrolling in de creatie van een nieuwe categorie precaire werknemers. Dat kan niet de bedoeling zijn.

Karolien Grosemans (N-VA): Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord. Het bedrijf Easymatch, dat dit systeem nu al in België aanbiedt, werkt dus niet wettelijk?

Minister Joëlle Milquet: Nee.

Karolien Grosemans (N-VA): Zij omzeilen. Zij zeggen dat zij geen uitzendbureau zijn, maar zij beweren dat zij gelieerd zijn aan een erkend uitzendbureau, met name Flexpoint.

Minister Joëlle Milquet: Misschien is het een deel van een uitzendbureau of is er een juridische link met het uitzendbureau. Normaal moeten zij de verschillende bepalingen van de wet over uitzendarbeid respecteren, anders is het niet mogelijk.

Karolien Grosemans (N-VA): Dat is vreemd.

U zegt dat het artikel tendentieus is. Wat klopt er dan niet precies in het artikel? U zegt dat er andere redenen moeten zijn voor het succes.

Minister Joëlle Milquet: Het imago van de situatie in Nederland is niet volledig correct. Wij beschikken over heel wat mogelijkheden in België. Wij hebben een goede reglementering voor uitzendarbeid en bieden bovendien dezelfde voordelen. Met het sociaal secretariaat bieden wij alle hulp aan ondernemingen inzake de formaliteiten. Voor de aanwerving hebben wij de voordelen van de uitzendarbeid. Dat is in feite heel simpel. Er zijn meer waarborgen voor de werknemer.