Mondelinge vraag inzake reservisten

17 januari 2018

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de reservisten" (nr. 23036)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, in een recent antwoord op een schriftelijke vraag gaf u een overzicht van de situatie van de reserve en ook van de toekomstperspectieven. Defensie telt op het ogenblik 5 265 reservemilitairen. 1 171 daarvan zijn getrainde reservisten. In 2030 beoogt Defensie over 6 000 reservemilitairen te beschikken in een aantal categorieën zoals specialisten, ondersteuning en ook een operationele reserve van vijf compagnieën voor de landmacht, ongeveer 600 man sterk.

Verschillende formules om de reserve te versterken, werden in het verleden uitgeprobeerd, denk maar aan de vrijwillige militaire dienst, die in het leven werd geroepen door uw voorganger Pieter De Crem, maar geen ervan had veel succes. Dat is waarschijnlijk ook te wijten aan een gebrekkig statuut en aan onvoldoende steun vanuit de samenleving, in het bijzonder de publieke en private werkgevers. Er is nu een werkgroep opgericht die zich over de problematiek buigt en nieuwe concepten, wetteksten en reglementswijzigingen in het vooruitzicht stelt.

Ten eerste, wanneer kan de commissie gebrieft worden over de resultaten van die werkgroep? Zullen er nog concrete stappen gezet worden voor het einde van de legislatuur? Hoe worden de werkgevers en eventueel de vakbonden, betrokken bij de studie? Hoe kan de overheid als publieke werkgever eventueel helpen een dienst als reservemilitair aantrekkelijk te maken?

Ten tweede, één op vier van de huidige reservemilitairen is thans getraind. Wordt die verhouding aangehouden? Ligt de focus vooral op de niet-getrainde reserve?

 

Minister Steven Vandeput (N-VA): Defensie telde in 2017 5 296 reservisten, van wie 1 160 tot de getrainde reserve behoren.

De verhouding tussen getrainde en niet-getrainde reserve zal gestaag evolueren naar 1 op 2. De focus ligt vandaag totaal niet op de niet-getrainde reserve, noch in het verleden, noch vandaag, noch in de toekomst. Het gaat immers om landgenoten met militaire verplichtingen die nog voortvloeien uit de dienstplicht of uit hun ontslag als actief militair.

Het aantal reserveofficieren zal over verscheidene jaren geleidelijk worden opgetrokken. De Defensie-staf buigt zich over een mogelijke uitbreiding van de taken van de reserve, met operationele taken en met opdrachten in het kader van hulp aan de Natie.

Defensie wil de reservisten een gevarieerder takenpakket aan-bieden. 

Het aantrekkelijk maken van het statuut van de reservemilitairen ligt nog steeds ter studie bij de Defensiestaf en gaat naar mijn aanvoelen erg traag. Een werkgroep onderzoekt momenteel verschillende opties, gebaseerd op de inzetmogelijkheden en de opdeling van de reservemilitairen in de subgroepen, waarvan de leden waarschijnlijk de voorbije week via de media een en ander konden vernemen. De verhouding tussen de subgroepen maakt eveneens van de studie deel uit, de niet-getrainde reserve inbegrepen.

Bij het uitwerken van het gedeelte employer support – er is immers niet alleen de reservemilitair zelf maar ook zijn werkgever, een deelconcept dat bij werkgevers en de sectoren met een doelpubliek welwillendheid beoogt te creëren om reservemilitairen te rekruteren of om punctuele interventies te doen, zoals een cyber reserve force, zullen de werkgevers nauw worden betrokken. Het employer-supportconcept vergt middelen ter compensatie van de afwezigheid van de werknemers, van financiële vergoedingen en/of tegenprestaties.

Collega's, aangezien een en ander ter studie ligt, is het voor mij te vroeg om uitspraken te doen. Ik heb daarover echter ideeën. Ik ben van mening dat de reserve voor onze Defensie in verschillende functies een absolute toegevoegde waarde kan betekenen. Ondertussen zijn de geesten bij Defensie ook gerijpt en wordt ook de meerwaarde van de reserve ingezien. Daarom ook uit hier en daar een generaal zich al eens over de mogelijkheden via de media. Een en ander is echter nog heel prematuur. Neem evenwel van mij aan dat ik tijdens de huidige legislatuur ter zake nog heel concrete stappen wil doen.

 

Karolien Grosemans (N-VA): Net als de andere sprekers vind ik het heel positief dat ook wij nu, zoals in een aantal buurlanden, stappen doen om het reservekader te vergroten. Ik zal regelmatig naar een stand van zaken vragen, zodat iedereen die daar werk van maakt, gemotiveerd blijft. In dat kader lijkt het mij ook een goede zaak dat wij een hoorzitting organiseren om het thema van de reservisten op de kaart te blijven zetten.