Mondelinge vraag inzake soldaten met salafistische overtuigingen

3 december 2012

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de minister van Landsverdediging over "soldaten met salafistische overtuigingen" (nr. 14432)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, de problematiek werd voldoende geschetst door collega Ponthier. Ik ga onmiddellijk over naar de vragen.

Een soldaat is niet verplicht om zijn geloofsovertuiging of gedachtegoed bekend te maken. Op welke manier is men er achter gekomen dat deze soldaten salafistische overtuigingen hebben? Bleken ze bijvoorbeeld lid te zijn van een salafistische organisatie of groepering?

Indien de nieuwe wetgeving waaraan u heeft gewerkt – met name: de wet tot wijziging van de wet van 27 maart 2003 betreffende de werving van de militairen en het statuut van de militaire muzikanten en tot wijziging van verschillende wetten van toepassing op het personeel van Landsverdediging – ten tijde van de rekrutering van deze militairen van kracht zou zijn geweest, zouden deze personen dan nog steeds aan de aandacht van de rekruteerders zijn ontsnapt? Waarom wel of waarom niet?

Houdt de ADIV of de Veiligheid van de Staat op dit moment andere militairen in de gaten vanwege hun gedachtegoed? Om hoeveel personen gaat het?

Ten slotte, La Libre Belgique geeft enkele voorbeelden van Belgische militairen die zich tot jihadstrijder ontwikkelden. Hoeveel dergelijke gevallen uit de afgelopen tien jaar zijn er bij u bekend?

Minister Pieter De Crem: Mijnheer de voorzitter, collega’s, momenteel moet een postulant bij Defensie of voor een militaire functie een bewijs van goed gedrag en zeden voorleggen. Daarnaast heeft Defensie in het kader van de werving wel toegang aangevraagd tot het Centraal Strafregister bij Justitie, doch deze is nog niet verleend. Verder moet elke militair blijk geven van loyaliteit tegenover de Belgische Staat, dient hij of zij de rechten die zijn vastgelegd in de Grondwet en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens te onderschrijven en moet zijn of haar gedrag in overeenstemming zijn met zijn of haar hoedanigheid als militair.

De Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid staat binnen Defensie onder meer in voor de veiligheid van het personeel en houdt in die hoedanigheid ook toezicht op alle vormen van extremistisch gedrag.

Aan vaststellingen van zo’n gedrag, dat overigens volledig indruist tegen de hoedanigheid van militair, wordt gevolg gegeven door toepassing van het militaire statuut. Gebeurlijk salafisme binnen Defensie wordt niet getolereerd en salafisme leidt dus onherroepelijk tot ontslag.

Ik kan en mag hier niet ingaan op individuele dossiers.

De wet betreffende de werving van 2003 werd dit jaar aangepast om een mogelijke screening van de postulant door het stafdepartement Inlichting en Veiligheid mogelijk te maken en om de postulant te kunnen weigeren wanneer dit stafdepartement een negatief veiligheidsadvies geeft. Deze wetsaanpassing is gebeurd via de wet van 22 april 2012 en is op 1 oktober 2012 in werking getreden.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, het is enorm moeilijk om die mensen ertussenuit te halen, om hen te vatten. Het is heel moeilijk om garanties te creëren. Zij moeten trouw zijn aan de Staat, maar zij kunnen natuurlijk ook nog extremistische visies krijgen na hun rekrutering.

Wat gebeurt er als een militair ontslagen wordt nadat hij zijn opleiding heeft gekregen? Dat kan natuurlijk ook nog altijd. Kan er dan misschien strafrechtelijk worden opgetreden? Anders kunnen zij na hun ontslag rechtstreeks het vliegtuig op en dan zijn zij ook weg. Misschien kan daarover eens nagedacht worden, zonder meteen een heksenjacht te openen. Dat is ook niet de bedoeling.