Mondelinge vraag inzake telegeleide antitankraketten

16 maart 2011

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de minister van Landsverdediging over "telegeleide antitankraketten" (nr. 3387)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, wij konden in de kranten lezen dat het Belgische leger heeft beslist alle telegeleide antitankraketten van het type MILAN minstens tijdelijk uit gebruik te nemen.

Defensie is daardoor niet langer in staat pantservoertuigen of versterkte doelwitten op middellange afstand uit te schakelen en verliest dus een van de tussenkomstmogelijkheden.

De beslissing werd door Defensie uit veiligheidsredenen genomen. De missiles vallen buiten de gegarandeerde werkingsperiode. De kruiten die de voortstuwing verzorgen, breken af door ouderdom. De materie droogt uit en er komen barsten in, waardoor zij afbreken en verbranden. Dat kan tot gevolg hebben dat de controle over de missiles wordt verloren, met alle gevolgen van dien. Zo waren er in november 2009 enkele incidenten tijdens een training. Op dit ogenblik wordt er nog geoefend met de MILAN, maar zonder munitie. Een vervanger is pas gepland voor 2016.

Mijnheer de minister, ik wil u hierover graag de volgende vragen stellen. Ten eerste, over hoeveel MILAN-afvuursystemen en –missiles beschikt het Belgisch leger nog? Wat zal er met de afvuursystemen gebeuren? Wat zal er met de verouderde munitie gebeuren? Indien deze vernietigd zou worden, hoeveel exemplaren zullen precies worden vernietigd? Wat is de kostprijs van deze operatie? Zal DOVO de vernietiging uitvoeren of zal hiervoor een gespecialiseerde externe firma onder de arm worden genomen?

Ten tweede, kan Defensie meer uitleg geven over de uitgebruikname van MILAN?

Ten derde, kan Defensie een korte uiteenzetting geven over de rapporten die zijn opgesteld naar aanleiding van de incidenten met de MILAN?

Ten vierde, over hoeveel incidenten gaat het in totaal? Hebben personen bij deze incidenten ook letsels opgelopen? Ten vijfde, wat is de budgettaire ruimte voor de aankoop van een opvolger van de MILAN-raketten? Hoever is dit dossier gevorderd? Welke impact heeft de uitgebruikname van de MILAN op het tijdskader voor de aankoopprocedure van de opvolger?

Ten slotte, voor welke tussenoplossing opteert Defensie? Wat is hiervan het budgettaire kader?

Minister Pieter De Crem: Mijnheer de voorzitter, mevrouw Grosemans, de initiële opdracht van het MILAN-systeem – Missile d’Infanterie Léger Antichar – was samengesteld uit 416 schootsposten met bijhorend materieel –testbanken, individuele simulatoren en een aantal andere zaken – en 1 800 MILAN-raketten.

Het geheel werd in 1976 aangeschaft voor een globaal bedrag van omgerekend ongeveer 20 miljoen euro.

Het wapensysteem is niet buiten gebruik gesteld. Het is de bedoeling om de tactische opleiding met gedemilitariseerde schootsposten verder te zetten en een zeker aantal posten in operationele reserve te houden teneinde te kunnen beantwoorden aan elke punctuele operationele behoefte.

De raketten van het type MILAN werden buiten gebruik gesteld omwille van een ongeval met een gekwetste tijdens een oefening in Bergen-Hohne in november 2009. Het onderzoek heeft geen enkel gebrek aangetoond betreffende de schootsposten. Deze kunnen verder worden gebruikt. De uitgebreide onderzoeken worden gevoerd op restanten van het ongeval en op het betrokken munitielot.

Ze waren zowel van theoretische als van destructieve en nondestructieve aard. Daaruit bleek dat raketten die dertig jaar oud zijn risico’s voor het gebruikend personeel zouden kunnen inhouden waardoor een uitdienstneming van de volledige stock verantwoord werd geacht. Die beslissing is definitief.

De buiten dienst gestelde raketten zullen worden vernietigd door een bedrijf dat zich in die materie heeft gespecialiseerd. Het bedrijf werd geëngageerd via het partnerprogramma rond de demilitarisering van munitie in de NAVO, meer bepaald via NAMSA, het NATO Maintenance and Supply Agency.

Er zijn geen risico’s op het vlak van de stockage. De raketten blijven dan ook opgeslagen in de daartoe voorziene munitiebunkers tot ze afgevoerd worden voor vernietiging ten vroegste in 2012. Het betreft 926 raketten.

De kostprijs van de vernietiging van de raketten bedraagt 140 000 euro, 150 euro per raket.

Ten einde op korte termijn de mogelijke operationele behoeften gekoppeld aan het verlies van die capaciteit in te vullen, onderzoekt de Belgische defensie een oplossing via partnerlanden die nog voorraden van MILAN-raketten in goede staat hebben.

Voor de toekomst is een prospectie lopende om het wapensysteem MILAN te vervangen. De definitie van minimale functionele karakteristieken en de studie van de mogelijkheden van de markt zijn lopende. De lijst van de eventuele kandidaten is nog niet vastgelegd. De omvang van de noodzakelijke budgettaire middelen voor die oplossing zal voortvloeien uit de resultaten van de hiervoor vermelde analyses.

Karolien Grosemans (N-VA): Dank u voor uw antwoord, mijnheer de minister.

Volgens mij heb ik iets gemist. Het ging enorm snel, is er iets gezegd over mijn laatste vraag in verband met de tussenoplossing? Raketten met partnerlanden? Is het de bedoeling om eventueel jongere munitie aan te kopen?

Minister Pieter De Crem: Ik ga hier geen engagementen doen die buiten het dossier en het toepassingsgebied van de vraag vallen. Ik kan en wil u daar graag antwoorden op geven, maar dan moet u die aangelegenheden specifiek in de vraagstelling vermelden. Geen enkel antwoord is immers neutraal, en deze zouden dat zeker niet zijn.