Mondelinge vraag inzake uitzendarbeid in de binnenscheepvaart

26 januari 2011

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de vice-eersteminister en minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid, over "uitzendarbeid in de binnenscheepvaart" (nr. 1183)

Karolien Grosemans (N-VA): Het beroep van matroos op de binnenscheepvaart is een knelpuntberoep, waardoor bedrijfsleiders maar moeilijk geschikt personeel vinden, temeer daar uitzendarbeid in deze sector verboden is. Nochtans hebben de bedrijven nu meer dan ooit nood aan flexibiliteit om uit de crisis te geraken en worden er in de sector veel laaggeschoolden tewerkgesteld. Zijn er nog gegronde redenen om het verbod op uitzendarbeid in de binnenscheepvaart te handhaven?

Minister Joëlle Milquet: De wet geeft de Koning de bevoegdheid om, steeds op voorstel van het bevoegd paritair comité, de tewerkstelling van uitzendkrachten te verbieden in de beroepscategorieën van werknemers en de bedrijfstakken die hij bepaalt. Op aangeven van het betrokken paritair comité werd dit verbod voor de binnenscheepvaart opgelegd in het KB van 13 december 1999, ter vrijwaring van de veiligheid van personen en goederen aan boord van binnenschepen.

De Europese richtlijn 2008/104 betreffende de uitzendbaarheid verplicht de lidstaten om tegen 5 december 2011 alle verbodsbepalingen en beperkingen inzake uitzendarbeid opnieuw te overwegen, na overleg met de sociale partners. In de NAR is men daar nu mee bezig. Een opheffing van het verbod op de inzet van een uitzendarbeid in de binnenscheepvaart kan wettelijk slechts als ik daartoe een voorstel krijg van het paritair comité van de sector. Persoonlijk sta ik open voor het debat en ik zal het paritair comité schriftelijk verzoeken om een advies ter zake.

Karolien Grosemans (N-VA): De sector van de binnenscheepvaart is zich bewust van de evoluerende arbeidsmarkt en men heeft besprekingen opgestart om het verbod op te heffen.