Mondelinge vragen inzake de Belgische medische ondersteuning van de Franse operatie in Mali en de plaats van ontplooiing van de A109-helikopters

30 januari 2013

Mondelinge vragen van mevrouw Karolien Grosemans aan de minister van Landsverdediging over "de Belgische medische ondersteuning van de Franse operatie in Mali" (nr. 15442) en over "de plaats van ontplooiing van de A109-helikopters" (nr. 15533)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, op 15 januari heeft het kernkabinet beslist over de Belgische steun aan het Franse leger in Mali. Defensie biedt onder andere medische ondersteuning, bestaande uit een detachement met een medisch uitgeruste A109 helikopter en een reserve helikopter voor de evacuatie van gewonden.

De toestellen zouden, volgens de pers, ten laatste op 28 januari worden overgevlogen met behulp van een ingehuurd Antonovtransporttoestel. Op 24 januari verscheen op de website van Le Vif L’Express dat zo een transporttoestel nog niet gevonden was, maar dat Defensie ze desnoods één voor één zou overbrengen met een eigen C-130.

Belangrijker nog, is dat er onvoldoende militaire urgentieartsen zouden zijn om deel te nemen aan missies in het buitenland. We weten al langer hoe nijpend het artsentekort binnen het leger is. Blijkbaar moeten daarom ook reservisten deelnemen aan dit soort operaties.

Over deze problematiek zou ik graag de volgende vragen stellen:

Zijn de A-190 helikopters nog op tijd op hun bestemming in Mali geraakt? Op welke manier zijn die helikopters overgebracht? Dat hebben we intussen in de pers al kunnen lezen. Wat is de kostprijs voor Defensie? Hoeveel medisch personeel neemt er deel aan de operatie in Mali? Moet Defensie om dit aantal te bereiken ook een beroep doen op reservisten? Klopt het dat reservisten slechts een maand inzetbaar zijn? Hoelang kan men op deze manier de medische ondersteuning garanderen en voorziet u problemen?

U wil de betrekking van artsen in het leger aantrekkelijker maken via een aanpassing in het statuut. Kunt u een stand van zaken geven in dit dossier? Wanneer voorziet u in een bespreking hierover in de commissie?

Aansluitend, mijn vraag over de plaats van ontplooiing van de A109 helikopters.

De twee A109 helikopters die ons land voor medische ondersteuning naar Mali heeft gestuurd, zouden inmiddels met wat vertraging moeten zijn aangekomen. Ze worden dus later ingezet dan voorzien. Maandag lazen we in de kranten dat de frontlinie waarachter de helikopters zouden worden ingezet verder en sneller dan verwacht naar het noorden van Mali is opgeschoven. Daarom kwam er die dag een interministeriële werkgroep bijeen om te onderzoeken waar de toestellen precies kunnen worden ingezet. Maandagavond had deze werkgroep nog niets beslist. Frankrijk zou niet hebben gevraagd de helikopters verder naar het noorden in te zetten.

Mijnheer de minister, graag wil ik u ter zake de hiernavolgende vragen stellen.

Waarom zijn de medische helikopters niet op maandag 28 januari 2013 naar Mali vertrokken, zoals de dag voordien nog officieel werd aangekondigd? Dezelfde vraag hebben wij inmiddels ook in de pers kunnen lezen.

Wat waren de oorspronkelijke afspraken tussen ons land en Frankrijk over de plaats van ontplooiing van de toestellen?

Waarom werd binnen een werkgroep naar een eventuele nieuwe plaats gezocht?

Heeft de werkgroep ondertussen een beslissing genomen? Werd Frankrijk bij de beslissing betrokken?

De frontlinie zal tijdens de operatie in Mali nog vaker opschuiven. Hoe zal in de toekomst worden beslist om, indien nodig, het inzetgebied van de helikopters te veranderen?

Minister Pieter De Crem: Mijnheer de voorzitter, collega’s, met betrekking tot een aantal argumenten in deze vragen: de helikopters waarover wij gesproken hebben worden overgebracht met een gecharterd transportvliegtuig type Iljoesjin-76. Dat is een Russisch strategisch transporttoestel ingezet via SALIS, een Stategic Airlift Interim Solution contract. De kostprijs voor het huren van dit vliegtuig bedraagt 199 320 euro. Dit toestel is op 29 januari om 20 uur vertrokken vanuit Melsbroek en is deze nacht in Bamako geland. Momenteel wordt een escorte A-190 per C-130 van Banako naar Sévaré, het vliegveld in de nabijheid van Mopti, overgevlogen en in de planning volgt morgen de 2e helikopter.

De helikopters zullen worden ingezet voor de evacuatie van patiënten van een door Frankrijk beveiligde, medische installatie waar de stabilisatie van de patiënt plaatsvindt, de zogenaamde roll one, naar een ander evacuatiepunt, waar een chirurgische capaciteit aanwezig is, in vaktermen beter bekend als de roll two of rol twee, le rôle deux.

De oorspronkelijke ontplooiing van die roll two werd gepland in Bamako, maar wordt, gezien de evolutie van de Franse operaties, op verzoek van Frankrijk momenteel voorzien te Sévaré. Onze heli landt om 16 uur vanmiddag in Sévaré en is dus vanaf dat moment operationeel. Dat gebeurt omtrent deze tijd.

Er worden twee personen van de medische component ingezet voor de versterking van de medische steun ten voordele van de Fransen. Het gaat om een urgentieverpleegkundige, met een “aeromedical evacuation”-kwalificatie, voor de begeleiding van patiënten in een niet-levensbedreigende situatie, in de A109, en een ambulancier, met dezelfde kwalificatie, voor de voorbereiding van het medische materieel aan boord van de helikopter. In dat kader wordt geen personeel van het reservekader ingezet.

De Belgische regering heeft haar goedkeuring gehecht aan die steun tot en met 28 februari 2013. De kostprijs voor die periode bedraagt 6,9 miljoen euro bruto en 0,9 miljoen euro netto. Volgens het advies van de inspecteur van Financiën kan “dat bedrag probleemloos gedragen worden door het beschikbare budget voor buitenlandse operaties”.

De verwijzing naar een interministeriële werkgroep die maandag jongstleden heeft plaatsgehad, doelt op de bijeenkomst van een werkgroep beleidscoördinatie, die in uitvoering van de beslissing van de Ministerraad van 18 januari belast is met het waken over de naleving van de modaliteiten van de operationele en financiële betrokkenheid.

Voor een laatste stand van zaken omtrent de situatie, verwijs ik u, gezien de vertrouwelijkheid van bepaalde gegevens, graag naar de vergadering van de opvolgingscommissie, die morgenochtend om 9 u 30 zal plaatsvinden en waar de EU training mission in Mali opgevolgd wordt.

In antwoord op wat collega Waterschoot ten berde bracht, kan ik meedelen dat er deze ochtend een vergadering heeft plaatsgevonden, een aanvankelijk planningscomité, waar enkele voorstellen werden geformuleerd. Morgen zal ik enkele concrete zaken kunnen voorleggen.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, ik wil even reageren in verband met de medische component. Het is voor onze medische component een testcase. De expertise van ons medisch personeel wordt ook echt als een troef uitgespeeld.

Het personeel zal ongetwijfeld heel bekwaam zijn, daar twijfelen wij niet aan. Wij vragen ons wel af of het praktisch haalbaar is om de medische component nu al op die manier uit te spelen? Er doen zich immers verschillende praktische problemen voor.

Ten eerste, wij zijn niet op tijd ter plaatse geraakt. Dat geeft geen blijk van een goede organisatie. De Fransen hadden gevraagd om op 27 of ten laatste 28 januari ter plaatse te zijn, onmiddellijk operationeel. Dat is pas dagen later gebeurd.

Ten tweede, wij hebben echt een artsentekort. Daarvoor is er al heel vaak aan de alarmbel getrokken.

Als die medische component dus onze  niche of excellence is, dan moeten er meer maatregelen worden genomen en dan is een betere organisatie nodig.

Minister Pieter De Crem: Mijnheer de voorzitter, staat u mij toe daarop nog even te antwoorden.

Mevrouw Grosemans, wij zijn ter plaatse met onze helikopters, zoals voorzien en gevraagd was door de Fransen. Ik weet echt niet waar u het haalt dat wij op 21 of 22 januari ter plaatse hadden moeten zijn.

Wij zitten onder het Frans commando. Het Frans commando heeft de aanvraag voor de inzetbaarheid vastgesteld op 29 en 30 januari. Wij zijn ter plaatse.

Er heeft daarnaast nog geen enkele oproep plaatsgevonden van het Frans commando om op een of andere manier op onze capaciteit een beroep te doen. Gelukkig maar, zou ik zeggen. Ik hoop echter niet dat we in de omgekeerde redenering terechtkomen als zou onze aanwezigheid daar betekenen dat er absoluut gewonden moeten vallen.

Onze performantie is bijzonder op prijs gesteld en wij zitten volledig in de gevraagde chronologie. Echt volledig.

Karolien Grosemans (N-VA): Ik baseer mij op de berichten van Belga. Daarin staat dat er vertraging opgelopen is en dat de Fransen gevraagd hebben om 27 of 28 januari ter plaatse te zijn, en onmiddellijk operationeel te zijn. Vandaag is het 30 januari.

Minister Pieter De Crem: Wij zijn operationeel binnen het gevraagde tijdskader.