Mondelinge vragen inzake de detectie van explosieven en het RDD

23 november 2011

Mondelinge vragen van mevrouw Karolien Grosemans aan de minister van Landsverdediging over "de detectie van explosieven" (nr. 7033) en over "het Radiological Dispersal Device (RDD)" (nr. 7048)

Karolien Grosemans (N-VA): Geachte meneer de minister, Om de dreiging van Improvised Explosive Devices (IED’s) aan te pakken wordt er steeds meer gebruik gemaakt van zogeheten ‘jammers’. Deze ‘jammers’ storen via elektromagnetische straling de signalen die geïmproviseerde bermbommen doen ontploffen.

Tijdens de militaire operaties in Afghanistan en Irak waren er bij onze NAVO partners regelmatig problemen bij de detectie van explosieven. Meer bepaald kwam het vaak voor dat het signaal van deze ‘jammers’ het signaal van metaaldetectoren verstoorde. Ook de radiocommunicatie werd soms verstoord door deze ‘jammers’ met alle risico’s van dien.

Daarnaast zijn er ook indicaties dat het herhaaldelijk blootstellen van personeel aan elektromagnetische straling ernstige gevaren met zich meebrengt. In de jaren negentig kwam bijvoorbeeld de radar van de Hawks om die reden in opspraak. In 2008 waren er over de straling van deze ‘jammers’ al verschillende klachten van Belgische militairen die gestationeerd waren in Afghanistan (interview website ‘Stopumts’ met Emanuel Jacob, 27/08/2008).

Graag had ik de minister hierover volgende vragen willen stellen: Van welk type ‘jammers’ maken de Belgische troepen in het buitenland gebruik? Welk type ‘jammers’ gebruiken onze NAVO bondgenoten in Afghanistan? Is er binnen Defensie al een onderzoek geweest naar de mogelijke gevolgen van de elektromagnetische stralen van ‘jammers’ op de gezondheid van onze militairen? Worden de militairen hierover geïnformeerd? Welke voorzorgsmaatregelen zijn er al genomen? Hoeveel gezondheidsklachten bij militairen zijn er al binnengekomen sinds 2005? Zijn er al problemen gemeld dat de signalen van deze ‘jammers’ andere signalen, zoals radiocommunicatie, metaaldetectie,… verstoren? Is hier al een studie rond uitgevoerd? Wat waren de conclusies hiervan? Voor welke oplossingen opteert Defensie?

Daarnaast is de dreiging van CBRNE-wapens is het afgelopen decennium toegenomen. Naast de vele internationale instellingen in ons land zijn ook onze grootsteden een mogelijk doelwit van een terroristische aanslag.

Een Radiological Dispersal Device (RDD), ook wel een ‘vuile bom’ genoemd, is een springtuig waarbij conventionele explosieven gecombineerd worden met radioactief materiaal. De Dienst voor Opruiming en Vernietiging van Ontploffingstuigen (DOVO) heeft als opdracht springtuigen zoals RDD’s onschadelijk te maken. Graag had ik hierover de minister volgende vragen willen stellen: welke procedure volgt DOVO in het geval een RDD zou worden ontdekt in een gebied met hoge bevolkingsconcentratie? Zijn er technische specialisten met de nodige expertise rond een RDD tewerkgesteld bij DOVO? Met welke (civiele) partners wordt er samengewerkt? Welke criteria bepalen of een ‘vuile bom’ ter plaatse wordt ontmanteld? Beschikt Defensie over aangepaste voertuigen of toestellen om een RDD te transporten? Is er materiaal voorhanden om een RDD wel in stedelijk gebied te ontmantelen? Hoe vaak zijn er in de laatste jaren specifieke oefeningen georganiseerd om het afgaan van een RDD in de buurt van een stad te simuleren? Wat was de uitkomst van deze oefeningen? Welke lessen trekt defensie uit deze oefeningen?

Minister Pieter De Crem: Defensie beschikt over drie types jammers die bedoeld zijn om de grondtroepen te beschermen tegen de ontploffing van Radio Controlled Improvised Explosive Devices of RCIED’s. De ECM-uitrusting – Electronic CounterMeasures – verhindert de ontploffing door het actief storen van het te ontvangen radiosignaal dat nodig is voor de detonatie van de RCIED. Onze voertuigen worden dus uitgerust met een soort stoorzenders.

DOVO kan tussenkomen wanneer gespecialiseerde diensten de bewaring moeten verzekeren van bewijsstukken met actieve onderdelen of elementen van geïmproviseerde tuigen, voor zover ze niet besmet zijn met CBRN-agentia (chemisch, biologisch, radiologisch, nucleair). DOVO zal het geactiveerde crisiscentrum bijstaan met raad betreffende het explosiegevaar.

DOVO beschikt ook over specialisten voor het neutraliseren van de Improvised Explosive Devices of IED. Ook de neutralisatie van de ontstekingsmechanismen van een vuile bom

behoort tot de bevoegdheid van DOVO. Er wordt ook samengewerkt met de medische en psychosociale hulpdiensten, de federale politie, de civiele bescherming en de brandweer. De laatste twee zijn verantwoordelijk voor de CBRN-metingen en voor de eventuele ontsmetting van zowel de site als het personeel. Eventueel kan een beroep worden gedaan op de gespecialiseerde operationele CBRN-capaciteit binnen Defensie.

De interventies van DOVO hebben steeds een einddoel: verhinderen dat de daders hun objectieven kunnen bereiken. Bij tuigen met een CBRN-lading is het doel voornamelijk de verspreiding van het agens. Een grondige analyse van het pakket is noodzakelijk om de juiste neutralisatiemethode te bepalen. Indien de vuile bom beschikt over een actief ontstekingsmechanisme zal dit door DOVO onschadelijk worden gemaakt. Het transport van radioactief of nucleair materiaal is geen bevoegdheid van DOVO. Hiervoor wordt een beroep gedaan op gespecialiseerde voertuigen en gevormd personeel.

DOVO organiseert regelmatig oefeningen met CBRN-explosieven. Dit heeft al geleid tot de aankoop van bijkomend materieel en de erkenning van bijkomende vormingsbehoeften. Soms worden ook civiele autoriteiten uitgenodigd.

Sinds 2010 neemt DOVO ook deel aan de multinationale IODCBRN-oefening die door de NAVO wordt georganiseerd in Canada. Tijdens deze oefeningen moeten IOD-operatoren met reële CBRN-agentia werken en worden zij geconfronteerd met CBRN-explosieven. In oktober 2010 werd in Brussel een gemeenschappelijke demonstratieoefening georganiseerd.

Karolien Grosemans (N-VA): Werd er binnen Defensie al een onderzoek gevoerd naar de mogelijke gevolgen van de elektromagnetische stralen van de jammers op de gezondheid van onze militairen?

Minister Pieter De Crem: Interne tests hebben uitgewezen dat de navigatie- en communicatie-uitrustingen door het gebruik van de jammers kunnen worden verstoord. Het probleem werd opgelost door de installatie van specifieke filters in de frequentiebanden van de gestoorde uitrustingen die in alle omstandigheden toelaten de betrokken signalen te blijven ontvangen.

Er is tevens een impact op de metaaldetectors die bij de ontmijningsdienst in gebruik zijn. Dit probleem is internationaal erkend en ligt intern ter studie voor. Tot op heden zijn er echter nog geen oplossingen.

Karolien Grosemans (N-VA): Worden de gezondheidsproblemen intussen geregistreerd?

Minister Pieter De Crem: Tot op heden zijn geen klachten inzake jammers geregistreerd. Er zijn wel referentieproeven uitgevoerd in de Koninklijke Militaire School die hebben uitgewezen dat de normen op geen enkele plaats in de voertuigen werden overschreden. Bij de medische controle is er wel een aantal klachten over hoofdpijn geweest. De relatering met het eigenlijke gebruik van jammers stond evenwel niet altijd vast. Er is echter een goede registratie van eventuele klachten en de opvolging ervan.