Mondelinge vragen inzake de nachtvluchten over Libië, de luchtmachtbasis Araxos en Foreign Object Damage

1 juni 2011

Mondelinge vragen van mevrouw Karolien Grosemans aan de minister van Landsverdediging over "de nachtvluchten over Libië" (nr. 4783), over "de luchtmachtbasis Araxos" (nr. 4781) en over "Foreign Object Damage" (nr. 4782) 

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, tot vrijdag 13 mei voerden wij enkel overdag luchtbombardementen uit in Libië.

Sinds kort zijn onze F-16-vliegtuigen ook ’s nachts actief. Dat kan in het kader van VN-resolutie 1973. De reden waarom er nu pas nachtvluchten worden uitgevoerd, ligt bij technische aanpassingen die moesten worden uitgevoerd op de luchtmachtbasis van Araxos.

Welke infrastructuurwerken zijn er op de basis precies gebeurd, zodat de nachtvluchten mogelijk werden? Door wie werden de werken bevolen? Wie draait op voor de kosten?

Waarom duurde het zo lang, vooraleer de startbaan in orde was? We waren toch al twee maanden aanwezig in Araxos?

In hoeveel vlieguren voorziet u voor de nachtvluchten in het luchtruim van Libië? Hoe staan die in verhouding tot de dagvluchten?

Is er nu meer personeel nodig op de basis van Araxos, nu er zowel dagvluchten als nachtvluchten plaatsvinden?

Zijn er ten slotte risico’s of nadelen bij nachtvluchten voor onze F-16-vliegtuigen? Zijn er misschien voordelen?

De voorzitter: Mevrouw Grosemans, op punt 16 staat er nog een vraag over de luchtmachtbasis in Araxos. Is dat hetzelfde? Gaat u die vraag nu laten aansluiten bij het vorige?

Karolien Grosemans (N-VA): Dat is niet hetzelfde, maar ik kan dat laten aansluiten. Dat is een dubbele vraag.

De voorzitter: Dan hebt u nog een vraag over de Foreign Object Damage.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, voor de operatie Odyssey Dawn opereren de Belgische F-16’s vanuit de Griekse luchtmachtbasis Araxos. De veiligheid van onze vliegtuigen en militairen ter plaatse is van het grootste belang.

Hoe wordt de veiligheid van de Belgische F-16-vliegtuigen in Araxos gegarandeerd? Wie staat er in voor de beveiliging van de luchtmachtbasis? Wie is de eindverantwoordelijke als er op die basis iets met een F-16 gebeurt?

Zijn er klachten geweest over de beveiliging van die luchtmachtbasis?

Bent u zelf tevreden over de keuze van deze basis als uitvalscentrum voor de operaties in Libië?

Aansluitend heb ik een vraag over Foreign Object Damage.

De luchtinlaatmotor van een F-16 is heel gevoelig voor Foreign Object Damage. Zo kan een steentje dat met een enorm grote kracht in de motor wordt gezogen, ernstige schade veroorzaken.

Op de luchtmachtbases van Florenne en Kleine Brogel wordt er heel veel aandacht aan geschonken. Voor de operatie Odyssey Dawn opereren de Belgische F-16’s vanuit de Griekse luchtmachtbasis Araxos.

Hoe wordt het probleem van de Foreign Object Damage aangepakt op de luchtmachtbasis van Araxos?

Zijn er, zoals op de basis van Kleine Brogel, roosters in het wegdek die foreign objects verwijderen van voertuigen die op de runway komen?

Minister Pieter De Crem: Mijnheer de voorzitter, waarde collega’s, in het Belgische operatieplan voor de opdracht in Libië staat duidelijk vermeld welke richtlijnen moeten worden gevolgd om de burgerbevolking maximaal te beschermen. Sinds het begin van de operaties werd door ons land een Red Card Holder in het Combined Operations Center te Poggio Renatico in plaats gesteld. Hij moet waken over de inzet van onze middelen. Tot 5 april werd de RCH bijgestaan door een juridische raadgever om zijn opdracht voor te bereiden.

De Red Card Holder is ermee belast om de richtlijnen, voorzien voor het beschermen van de burgerbevolking, te allen tijde te laten respecteren door de Belgische F-16’s. Daarvoor heeft hij duidelijke richtlijnen ter beschikking voor targeting en engagement. Anderzijds heeft ook de piloot een volledige controlelijst, een checklijst, ter beschikking die hij dient na te leven vooraleer hij de wapensystemen mag en kan inzetten op het doel.

Sinds 7 april zijn de aard en de types van de gronddoelen geëvolueerd. Onze vliegtuigen worden ook ingezet op voertuigen die vaak worden gebruikt door de Kadhafistrijdkrachten en –getrouwen, evenals op gebouwen die als materiaal- of munitiedepot kunnen worden gebruikt en ten slotte op militaire communicatiecentra of bunkers die dienen voor het commando. Het spreekt voor zich dat de risico’s op collaterale schade vóór elke aanval steeds zo gedetailleerd mogelijk worden bestudeerd.

In geval van enige twijfel wordt de opdracht onmiddellijk afgebroken, aborted, opgeschort of uitgesteld. Een potentiële collaterale schade die zou kunnen worden opgelopen door de burgerbevolking, kan ertoe leiden dat de aanval helemaal niet meer wordt uitgevoerd. Dankzij deze strikte toepassing van de opgelegde procedures aan en door de Belgische militairen heeft het departement Defensie tot op heden geen collaterale schade veroorzaakt.

Wat de nachtvluchten vanuit Araxos betreft, kan ik stellen dat de werken aan de Griekse luchtmachtbasis sinds lang door de Griekse luchtmacht waren gepland. Zij zijn ondertussen volledig op Griekse kosten uitgevoerd en zij waren al in uitvoering vóór de ontplooiing van het Belgische detachement te Araxos. Er zijn ook geen extra kosten voor de Belgische Defensie met betrekking tot de werkzaamheden.

Sinds 21 maart tot de opening van de hoofdlandingsbaan op 11 mei jongstleden gebruikten onze F-16’s de secundaire landingsbaan met de gekende beperking dat op deze piste geen nachtvluchten konden worden uitgevoerd. De secundaire landingsbaan was immers te smal en niet uitgerust met de voor onze F-16’s vereiste nachtverlichting. Er worden geen bijkomende vlieguren vooropgesteld voor de nachtvluchten omdat het vluchtschema gewoon werd verplaatst van dag- naar nachtvluchten met maximum 4 opdrachten in een periode van 12 uur. Deze flying-windowperiode van 12 uur kan willekeurig overdag of ’s nachts worden gepland.

Ten slotte zijn er geen bijkomende risico’s voor onze piloten of andere nadelen in het kader van de nachtvluchtenoperatie. De Belgische piloten worden immers voor dit soort nachtoperaties opgeleid en getraind. Ook in België worden er twee dagen per week aan nachtvluchten besteed.

Collega Kindermans, wat de mogelijke inzet van Franse en Britse gevechtshelikopters in Libië betreft, sluit ik mij aan bij het antwoord dat de collega van Buitenlandse Zaken op 25 mei tijdens de gemengde Kamercommissie voor de Buitenlandse Zaken en de Landsverdediging heeft gegeven, en dat volledig in overeenstemming is met de politiek van mijn departement.

Met betrekking tot de luchtmachtbasis van Araxos, de veiligheid wordt gegarandeerd door de Griekse Force Protection Forces. De Griekse FPF zijn goed getraind en uitgerust en zoals in elk NAVO-land georganiseerd om versterkingsmaatregelen te nemen in geval van verhoogde dreiging.

Om de verbinding en de samenwerking met de Griekse PFP te garanderen zijn er bovendien twee militairen van de Belgische militaire politie samen met het detachement F-16 in Araxos ontplooid.

Bovendien heeft het detachement tot twee keer bezoek gehad van enkele agenten-raadgevers van de NATO Allied Command Counterintelligence. Zij evalueren de genomen veiligheidsmaatregelen en doen indien nodig aanbevelingen.

Tijdens het tweede bezoek hebben deze agenten laten weten dat ze tevreden waren met de genomen maatregelen.

Op de basis van Araxos is een operationele Griekse F-16-basis waar het probleem van de Foreign Object Damage wel degelijk zeer ernstig wordt genomen door de lokale diensten van het vliegveld. Dagelijks worden de nodige maatregelen genomen om een dergelijke FOD te vermijden op alle taxiwegen en op de landingsbanen.

De maatregelen in Araxos, genomen in Araxos, zijn gelijkaardig met de Belgische, zoals ze zijn beschreven in de F-16 operationele procedures.

Er zijn FOD-roosters beschikbaar en dagelijks worden de taxiwegen en de pistes geborsteld met speciale borstelwagens.

De bestaande procedures worden nageleefd, zowel door de vliegtuigen als door de andere voertuigen, om de FOD maximaal te voorkomen.

Tot op heden is het detachement zeer tevreden over de algemene samenwerking met de Grieken.

Tot daar mijn antwoord.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

Ik heb enkele korte opmerkingen. Het is jammer dat wij zo lang hebben moeten wachten voor de infrastructuurwerken op de luchtmachtbasis. Men zal wellicht moeite hebben gedaan om een en ander te bespoedigen, maar we waren, zo verneem ik, afhankelijk van de Grieken.

Wat de veiligheid in Araxos betreft, ik ben daar ter plaatse geweest en ik stelde die vraag, omdat ik niet echt een veilig gevoel had op die basis. Er stond een afgebrokkeld wachthokje met twee Griekse militairen, die half stonden te slapen. Ik had het gevoel dat Kleine Brogel zwaarder beveiligd is in vergelijking met Araxos.

Minister Pieter De Crem: De Grieken hebben geen geld meer.

Karolien Grosemans (N-VA): Ik hoor ook dat de Noren en de Nederlanders daar helemaal niet naartoe wilden gaan, alhoewel daar nog plaats was. Dat is jammer, want wij hebben een heel goede samenwerking gehad bij operaties boven ex-Joegoslavië.

Ik weet niet of de veiligheid een reden was waarom de Noren en de Nederlanders niet naar de luchtmachtbasis van Araxos wilden gaan. Ik hoor dat Defensie daarover wel tevreden is, dus dan is het voor mij in orde.

Wat de Foreign Object Damage betreft, ik heb nergens roosters in het wegdek gezien, maar er zijn daar blijkbaar veegwagens. Wij hebben geen geld om extra slijtage op te vangen, daarom mijn vraag om daaraan aandacht te besteden.