Mondelinge vragen inzake de toestand van de Belgen in Tunesië en over de Tunesische overgangsregime

25 januari 2011

Mondelinge vragen van mevrouw Karolien Grosemans aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Institutionele Hervormingenover "de toestand van de Belgen in Tunesië" (nr. 2008) en over "de Tunesische overgangsregime" (nr. 2181)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, De politieke situatie in Tunesië staat, enkele dagen na het vertrek van oud-president Ben Ali, nog steeds onder hoogspanning. De Tunesische minister van Binnenlandse Zaken maakte begin deze week bekend dat tijdens de opstanden inmiddels 78 doden en 94 gewonden vielen.

Om de rust terug te brengen heeft voormalig premier Mohammed Ghannouchi een regering van nationale eenheid gevormd. Deze zou stand houden tot de volgende presidents- en parlementsverkiezingen georganiseerd worden. Ook de oppositie is in dit orgaan vertegenwoordigd en wordt aangevuld met leden uit het maatschappelijk middenveld. Van het oude regime blijven nog 6 regeringsleden op post. Namens oppositieleider Moncef Marzouki wordt opgeroepen om de Rassemblement Constitutionnel Démocratique , de partij van Ben Ali, te ontbinden.

De omstandigheden in Tunesië laten niemand onberoerd. Ook de Amerikaans president Obama roept op om vrije en legitieme verkiezingen zo goed mogelijk te begeleiden. De Europese Unie is bereid om onmiddellijke steun te verlenen bij de voorbereidingen op democratische verkiezingen. Ondanks deze goede intenties, groeit de vrees dat de gevestigde oppositie over onvoldoende tijd beschikt om zich te organiseren voor de vervroegde verkiezingen. Hierachter schuilt het gevaar dat islamistische groeperingen zich opnieuw manifest kunnen ontplooien.

Daarom stel ik bijgevoegde vragen : Welk standpunt neemt België in ten opzichte van de Tunesische overgangsregering ? Legitimeert u, namens ons land, het voorlopige bewind?  Kan u de hulpverlening die de Europese Unie wil opzetten toelichten ? Welke engagementen zal ons land hierin opnemen?  Welke consequenties hebben de Tunesische revolutie voor de Belgische diplomatie? Welke inzichten heeft u, na contact met de Tunesische ambassadeur in ons land, verworven?  Welk stappenplan heeft de Belgische ambassade in Tunis afgewerkt om onze landgenoten in veiligheid te brengen?

Minister Steven Vanackere: Na een maand van aanhoudende rellen vlucht president Ben Ali op 14 januari naar Saudi-Arabië. Na zijn vertrek wordt de noodtoestand afgekondigd. Het leger treedt op om een einde te maken aan de plunderingen. Het leger verzet zich tegen de lijfwacht van Ben Ali en arresteert ook aanhangers van het regime die hadden geprobeerd de opstand neer te slaan. Fouad Mebazaa, de parlementsvoorzitter, wordt op 15 januari door de Constitutionele Raad beëdigd als interim-president. Hij vernieuwt het mandaat van premier Mohamed Ghannouchi en draagt hem op een regering van nationale eenheid te vormen. Op 17 januari stelt Mohamed Ghannouchi de nieuwe regering van 24 ministers voor, van wie er acht deel uitmaakten van het oude regime. Op dat moment demonstreren duizenden Tunesiërs nog altijd om de ontbinding van de partij van de verdreven president te eisen. De premier kondigt aan dat er binnen zes maanden parlements- en presidentsverkiezingen zullen worden gehouden. Het protest houdt aan en verscheidene ministers van de oppositie nemen ontslag. Er worden maatregelen genomen om de gemoederen te bedaren: de partij van de expresident sluit zeven leden uit, onder wie Ben Ali en zijn naaste adviseurs, en premier Ghannouchi en president Fouad Mebazaa stappen uit de RCD. De premier belooft onder meer de vrijlating van de politieke gevangenen, de legalisatie van alle politieke partijen, totale persvrijheid en de opheffing van het verbod op de activiteiten van ngo’s, waaronder de Tunesische liga voor de mensenrechten. 

Bovendien wordt er een onderzoek gestart naar prominenten die van corruptie worden verdacht. De toestand blijft evenwel onzeker, temeer daar het verzet tegen de regering blijft voortduren. Zo zijn de Tunesische onderwijzers op maandag 24 januari massaal voor onbepaalde tijd in staking gegaan. Ze protesteren tegen het aanblijven van aanhangers van Ben Ali en willen voorstaken tot ze aftreden. Een en ander toont nog maar eens aan in welke precaire situatie de Tunesische autoriteiten zich bevinden. Ondanks het niet aflatende protest gaat de veiligheid er van dag tot dag op vooruit. De Tunesiërs zijn weer aan het werk gegaan en alsmaar meer winkels en banken hebben opnieuw de deuren geopend.

Er zijn 1.483 Belgen ingeschreven in het register van de Belgische ambassade in Tunis, daarnaast hebben nog 203 Belgen hun contactgegevens meegedeeld. Van vrijdag 14 tot zondag 16 januari 2011 werden 1.317 Belgische toeristen gerepatrieerd door Thomas Cook en Jetair, 32 personen weigerden de repatriëring. De vluchten van ons land naar Tunesië werden stopgezet op 14 januari. De Belgische ambassade communiceert met de Belgische gemeenschap in Tunesië via een piramidesysteem met sectorhoofden die de informatie van de ambassade doorspelen aan de landgenoten in hun sector. Er wordt ook overlegd met de Belgische reisorganisatoren. Daarnaast is er permanent ad-hocoverleg met de delegatie van de EU en de belangrijkste EU-ambassades. Buitenlandse Zaken staat in contact met deAssociation of Belgian Touroperators. Het huidige reisadvies luidt dat niet-essentiële reizen naar Tunesië worden afgeraden.

De laatste dagen normaliseert de situatie en doen onze landgenoten minder vaak een beroep op de ambassade. Er zijn nog geen maatregelen genomen om EU-burgers uit de regio te evacueren. Mijn diensten hebben geen weet van Belgische onderdanen die tijdens de betogingen gewond zijn geraakt. Iemand met de dubbele Belgisch-Tunesische nationaliteit werd opgepakt, maar kort nadien weer vrijgelaten. Onze post in Tunis (net als de posten van de andere Europese lidstaten) beschikt over bekwaam personeel, dat efficiënt heeft gereageerd op de noodsituatie. Er werden ter plaatse coördinatievergaderingen georganiseerd tussen onze posten. Ik kom tot de reactie van de Europese Unie op de gebeurtenissen. De Hoge Vertegenwoordiger, Lady Catherine Ashton, en Eurocommissaris voor Uitbreiding en Europees nabuurschapsbeleid Stefan Füle hebben drie verklaringen afgelegd, op 10, 14 en 17 januari. In de jongste verklaring werd opgeroepen tot een rustig overgangsproces naar democratische verkiezingen. De Europese Unie biedt haar bijstand aan voor de voorbereiding en de organisatie van verkiezingen en wil zo nodig ook de dringende noden van de Tunesische bevolking helpen lenigen. De onderhandelingen over de instrumenten van de associatieovereenkomst en de toekomstige gevorderde status lopen nog. België volgt de onderhandelingen met bijzondere aandacht. Tunesië staat ook op de agenda van de Raad Buitenlandse Zaken van 31 januari eerstkomend in Brussel. Die zal zich moeten uitspreken over het verlenen van steun aan het democratische overgangsproces en over de praktische en financiële modaliteiten van de bijstand die de Unie zal verlenen in het raam van de organisatie van de verkiezingen. De overgangsregering moet luisteren naar de wensen van de bevolking en er rekening mee houden. De instrumenten en de middelen van de Unie moeten daartoe worden aangewend. We moeten de nodige waakzaamheid aan de dag leggen wat de situatie op het terrein betreft.

In de Europese Unie is er een consensus over het principe van het bevriezen van de tegoeden van de voormalige president Ben Ali. Die beslissing zou tijdens de volgende Raad Buitenlandse Zaken op 31 januari bekrachtigd moeten worden. Mijn diensten sporen ook eventuele bezittingen van de familie Ben Ali-Trabelsi in België op. Er werd gezegd dat de Europese Unie de omvang van de problemen in Tunesië niet juist had ingeschat. Die kritiek is onterecht: de Europese Unie heeft jarenlang duidelijk gemaakt dat het Tunesische regime opener en democratischer moest worden. Naar aanleiding van het associatieakkoord in 1995, alsook bij de eindonderhandelingen over de gevorderde status hebben we die boodschap herhaald. We moeten die weg verder bewandelen. Politieke, financiële en technische instrumenten zijn de krachtigste hefbomen om de overgangsregering ertoe aan te zetten aan de verzuchtingen van het volk tegemoet te komen.

In het nieuwe nationaal indicatief programma voor de periode 2011-2013 wordt voor Tunesië een enveloppe van 240 miljoen euro uitgetrokken. België heeft de evolutie van de toestand in Tunesië de jongste weken van nabij gevolgd.