Mondelinge vragen inzake het ministerieel comité voor de diversiteit en het eindrapport van de Interculturele Dialoog

30 maart 2011

Mondelinge vragen van mevrouw Karolien Grosemans aan de minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid, over "het ministerieel comité voor de diversiteit" (nr. 2347) en over "het eindrapport van de Interculturele Dialoog" (nr. 2391)

Karolien Grosemans (N-VA): Op 8 november 2010 werd het rapport van de interculturele dialoog gepubliceerd. Als reactie zei de minister dat ze een ministerieel comité voor de diversiteit wil oprichten. Dat comité moet alle ministers die verantwoordelijk zijn voor de integratie van culturele minderheden, zowel op federaal als op regionaal vlak, samenbrengen. Daarnaast moet een interfederale raad voor de diversiteit beleidsadviezen geven. Hoe staat het met de oprichting van beide instanties? Hoe worden ze samengesteld? Hoe zullen ze werken? Wat zijn hun doelstellingen?

Minister Joëlle Milquet (Nederlands): Ik heb tijdens de plenaire vergadering al kunnen zeggen wat ik vind van de aanbevelingen die, na diepgaande debatten, uit de rondetafelconferenties naar voren kwamen. Het verslagcomité heeft in volle onafhankelijkheid kunnen werken. Als federaal minister van Gelijke Kansen moest ik dat proces lanceren en steunen. Nu moet ik nagaan wat we kunnen doen met die aanbevelingen. Ik heb ze alvast voorgesteld aan de ministerraad en aan de ministeriële conferentie Integratie in de Samenleving.

Ik steun de meerderheid van de aanbevelingen, maar ik heb wel persoonlijk afstand genomen van de aanbeveling in verband met de feestdagen, iets waarmee ik helemaal niet akkoord ga. Ik wil evenmin dat de verwijzing naar de Shoa geschrapt wordt in de negationismewet. Dat heb ik ook al gezegd aan de Joodse gemeenschap. Ik heb aan Integratie in de Samenleving gevraagd een werkgroep op te richten die de aanbevelingen zal opvolgen. Anderzijds ben ik er voorstander van om een interministerieel comité en een adviesraad voor diversiteit op te richten. Dat is natuurlijk de taak voor een volgende regering, maar kan wel al in de werkgroep worden besproken.

Karolien Grosemans (N-VA): Er was heel wat kritiek op de zogenaamde onafhankelijkheid van het verslagcomité. Het heet wel een interculturele dialoog te zijn, maar de aanbevelingen zouden gebaseerd zijn op de meningen van minderheden. In het rapport zouden de tegenstanders van een multiculturele samenleving helemaal niet gehoord zijn. Er was dus helemaal geen evenwichtige samenstelling. Voorts is het rapport ook onvolledig, het rept bijvoorbeeld met geen woord over toenemende conflicten tussen minderheidsgroepen, die soms ook heel gewelddadig kunnen zijn.

De minister kant zich heel terecht tegen de volstrek onlogische regeling die men voor de feestdagen had uitgedokterd, maar als ze zegt dat ze voor het overige de meerderheid van de voorstellen steunt, heb ik daar toch vragen bij. Zo is er het anoniem solliciteren, in combinatie met verplichte quota. Hoe kan men beide aanbevelingen samen uitvoeren?

Minister Joëlle Milquet (Nederlands): De anonieme sollicitatie is een goed middel om diversiteit tot stand te brengen, want iedereen krijgt dan de kans om een baan te vinden. Proefprojecten worden in die zin voorbereid door het Centrum voor de Gelijkheid van Kansen. Wat quota betreft ben ik voorzichtiger. Het openbaar ambt kan daar het voorbeeld geven. Misschien kunnen we beperkte cijferdoelen vooropstellen, maar een ongenuanceerde verplichting om quota te halen ligt moeilijk.

Karolien Grosemans (N-VA): Quota lijken wel een modetrend. Objectieve selecties op basis van competenties moeten toch de regel blijven. Het rapport bevat ook een aantal beperkingen van de vrijheid van meningsuiting. Zo wil men straatnamen en geschiedenisboeken ‘zuiveren’. Voorzichtigheid is geboden.

Minister Joëlle Milquet (Nederlands): Dat zijn onbelangrijke voorstellen. Het belang van de aanbevelingen situeert zich op het vlak van werkgelegenheid, onderwijs en sociale verbintenissen.