Mondelinge vragen inzake het ruilen en uitlenen van militair materieel door het Koninklijk Legermuseum en de functie van algemeen directeur bij het Koninklijk Legermuseum

15 januari 2014

Mondelinge vragen van mevrouw Karolien Grosemans aan de vice-eersteminister en minister van Landsverdediging over "de functie van algemeen directeur bij het Koninklijk Legermuseum" (nr. 21430) en over "het ruilen en uitlenen van militair materieel door het Koninklijk Legermuseum" (nr. 21431)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik heb eerst toch een kleine bedenking. Ik vind het heel normaal dat vragen samengevoegd worden als ze over hetzelfde thema gaan, maar hier gaat het over het beheer van het Legermuseum, over de herdenking 14-18, over de functie van algemeen directeur, over het ruilen en uitlenen van militair materieel en dan ook nog eens over de tijdelijke tentoonstelling. Dat zijn toch heel wat samengevoegde vragen, die heel uiteenlopend zijn en alleen het lemma Legermuseum gemeenschappelijk hebben. Het wordt dan toch wel heel moeilijk om daarna na te gaan of op de vraag werd geantwoord.

De voorzitter: De minister zal zo voorkomend zijn om het op te splitsen en dus duidelijk te zijn in zijn antwoorden.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, mijn eerste vraag gaat over de functie van algemeen directeur bij het Koninklijk Legermuseum. In april van dit jaar loopt het contract van de huidige algemeen directeur van het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis af. Ik heb u in de commissievergadering van 9 oktober reeds een vraag gesteld over de evaluaties en de selectieprocedure die met deze functie verband houden. Uit een artikel in De Standaard van 16 december blijkt dat het contract van de huidige directeur niet zal worden verlengd. Daarom zou ik u hierover graag opnieuw enkele vragen stellen.

Is het juist dat het contract van de huidige algemeen directeur bij het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis niet zal worden verlengd?

Wanneer heeft de eindevaluatie van de directeur plaatsgevonden? Hebben in de jaren hiervoor ook de tweejaarlijkse evaluaties plaatsgevonden? Zo neen, waarom is dat niet gebeurd?

Kunt u in de mate van het mogelijke – ik weet natuurlijk dat individuele gevallen niet kunnen worden toegelicht – meer uitleg geven over het resultaat van deze evaluaties?

Is ondertussen reeds een nieuwe selectieprocedure gestart voor de invulling van de functie? Zo neen, waarom niet? Zo ja, tot wanneer krijgen of kregen de personen de tijd om hun kandidatuur te stellen?

Mijn tweede vraag gaat over het ruilen en uitlenen van militair materieel door het Koninklijk Legermuseum.

Mijnheer de minister, via schriftelijke vraag nr. 572 van 13 september 2013 heb ik u gevraagd naar een overzicht van alle ruilen en bewaargevingen van militair materieel die er sinds 2007 hebben plaatsgevonden door het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis. Dit overzicht roept bij mij echter verschillende vragen op die ik u graag vandaag zou stellen.

Kan u toelichten welke parameters worden gehanteerd bij het bepalen van de staat van het materieel dat wordt geruild of uitgeleend? Met name, waaraan moet materieel voldoen om als goed of middelmatig te worden bestempeld? Vanaf wanneer is er sprake van een wrak?

Op welke manier wordt de waarde van het materieel bepaald? Wordt het gecontroleerd? Zo ja, door wie?

Hoe is het KLM erin geslaagd om bij nagenoeg elke ruil het eigen materieel te ruilen voor materieel dat veel meer waard is? Het museum heeft volgens het overzicht materieel gekregen dat soms tot meer dan het 20-voud van het eigen materieel waard was. De winst bij een ruil loopt soms op tot meer dan 25 000 euro. Zijn dit realistische cijfers?

Ik dank u alvast voor uw antwoord.

Minister Pieter De Crem: Mijnheer de voorzitter, de vragen van verschillende vraagstellers overlappen elkaar.

...

Ik zal beginnen met de vragen van mevrouw Grosemans en de heer De Vriendt, want die hebben betrekking op een persoonlijke situatie van de algemeen directeur van het Legermuseum. U zult begrijpen dat in de traditie van dit Parlement individuele gevallen niet worden toegelicht in antwoord op parlementaire vragen. Ik zal echter wel antwoorden op de door u gestelde vragen die buiten het persoonlijke of het individuele karakter van het dossier vallen.

Met betrekking tot de rechtstoestand van de algemeen directeur van het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis, en meer in het bijzonder wat betreft de selectie, de werving, de aanstelling, de uitoefening van de functie, de evaluatie, het einde van het mandaat en de hernieuwing ervan, kan ik verwijzen naar het koninklijk besluit van 13 april 2008 betreffende de aanduiding en de uitoefening van de management-, staf en leidinggevende functies in de federale wetenschappelijke instellingen.

Het voormelde koninklijk besluit vervangt het koninklijk besluit van 22 januari 2003 betreffende de aanduiding en de uitoefening van managementfuncties in de wetenschappelijke instellingen van de Staat, dat diverse wijzigingen heeft aangebracht in de personeelsstatuten van de wetenschappelijke instellingen van de Staat en dat van toepassing was bij de aanstelling van de huidige algemeen directeur van het museum.

Beide koninklijke besluiten worden toegepast op de huidige algemeen directeur in de domeinen die zonet werden aangehaald, de evaluatie inbegrepen. De evaluatie is dus begrepen in het oorspronkelijk koninklijk besluit van 2003 en het koninklijk besluit dat het eerste heeft gewijzigd en dat dateert van 2008.

Zoals werd vastgelegd in de programmawet van 30 december 2001, is het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis afhankelijk van de minister van Landsverdediging.

Wat de jaarverslagen betreft, keur ik jaarlijks de rekeningen en het budget goed, wat bepalend is voor de werking van de instelling. Er is geen verplichting om deze te publiceren.

De huidige algemeen directeur werd aangeduid voor een mandaat van zes jaar op 1 april 2008. De hernieuwing van het mandaat dient te gebeuren overeenkomstig voormeld KB van 13 april 2008. Een selectieprocedure werd opgestart. De oproep tot het indienen van een kandidatuur zal worden gepubliceerd door Selor. De kandidaten zullen hun kandidatuur mogen indienen tot een door Selor bepaalde datum. Meestal is dat veertien dagen na publicatie.

Wat de prioritaire verbeterpunten betreft, dienen meer aanpassingen te gebeuren aan de nieuwe technologieën, zoals het internet en de digitalisering, met het oog op een betere begeleiding van de bezoekers. Daarnaast kan de verbetering van de toegankelijkheid van de gedelokaliseerde antennes worden vermeld.

Tot slot waren er nog vragen over het ruilen en het uitlenen van militair materieel door het KLM.

De staat van het militaire materieel is gebaseerd op een interne evaluatie van de experts van het Legermuseum. Het geeft veeleer de mate weer waarin een stuk al dan niet kan worden hersteld. Een wrak is bijvoorbeeld een onherstelbaar stuk schroot. Een waarde om op het museumstuk te kleven is slechts van toepassing in het licht van een verzekering, in het geval van vervoer of een uitlening. De specialisten van het Legermuseum beroepen zich, om de waarde te bepalen, op hun ervaring met een vorige aankoop of een ruil van een soortgelijk stuk of een beoordeling, gegeven door de gespecialiseerde literatuur.

Bij een ruil echter is de waarde van een museumstuk van ondergeschikt belang. Bij een ruil streeft het Legermuseum immers geen winst na. Een ruil met een ander museum of een privépartner moet een win-winoperatie zijn voor beide partijen. Of iets al dan niet geruild wordt, hangt alleen af van het feit of een stuk tot de attractiviteit van de collectie, een toekomstige of een huidige collectie, bijdraagt. Op die manier zou een goedkoper stuk kunnen worden geruild tegen een veel zogenaamd duurder stuk, als op die manier de partner zijn collectie kan vervolledigen.

Een ruil gebeurt op voorstel van een wetenschappelijk departementshoofd, maar het is de algemene directeur die daarover uiteindelijk beslist.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, ik begin met de eerste vraag over de functie van algemeen directeur bij het Legermuseum. Op twee vragen in verband met de evaluaties hebt u niet geantwoord, zoals net aangehaald. U impliceert wel dat er evaluaties zijn gebeurd. U verwijst naar enkele KB’s en naar de programmawet, maar ik zou van u toch graag de bevestiging krijgen dat die effectief hebben plaatsgevonden. Ik vraag niet naar de inhoud, maar hebben die evaluaties plaatsgevonden, de eindevaluatie en de tweejaarlijkse evaluaties? Indien niet, waarom niet? Dat is mijn vraag bij de eerste vraag.

Dan is er het ruilen en het uitlenen van militair materieel door het Koninklijk Legermuseum. Een aantal zaken doet mij twijfelen aan de juistheid van die twee lijsten. Neem de lijst Ruil en bewaargeving. Van verschillende stukken wordt in de lijst gezegd dat ze zijn geneutraliseerd, terwijl dat niet altijd het geval is. Ik beschik over intern mailverkeer daarover en dat is niet moeilijk, want het museum is zo lek als een zeef. Daaruit blijkt duidelijk dat niet alle wapens werden geneutraliseerd.

Verder lijkt de waarde van de stukken mij met de natte vinger te zijn bepaald. Heel opmerkelijk is dat het museum in nagenoeg alle gevallen van ruilhandel stukken in de plaats kreeg die veel meer waard zijn, zelfs tot twintig maal. Enkele heel concrete voorbeelden. Een ruil van 29 mei 2007: drie voertuigen met een gezamenlijke waarde van 1 300 euro worden geruild voor twee Amerikaanse voertuigen met een waarde van 20 000 euro. Een Leopardtank van 7 500 euro wordt geruild voor drie stukken met een waarde van 36 000 euro. Ik stel vragen bij de juistheid van de cijfers.

U hebt net verklaard dat met de term ‘wrak’ een hoop schroot wordt bedoeld. Een aantal stukken wordt als wrak omschreven, terwijl ze er nog zeer goed uitzien en zelfs in het museum als object worden tentoongesteld. Het gaat daarbij zeker niet om schroot. Ook daarvan heb ik concrete voorbeelden. De geschutstoren van de M 108 bijvoorbeeld, een gemechaniseerde houwitser, is aan de gemeente Kapellen geschonken. Ik heb daarvan ook een foto. Er werd dus eigenlijk een wrak geschonken aan de gemeente Kapellen, maar ik kan u verzekeren dat het er heel mooi uitziet. Een licht verkenningsvoertuig Scorpion CVRT wordt tentoongesteld in het museum, maar staat op de lijst als wrak. Ik vind dat allemaal vreemd.

Waarom vermeldt het overzicht geen serienummers? Er zijn serienummers van elk stuk, maar die zijn weggelaten uit mijn lijst. Het zou het voor mij veel gemakkelijker maken om na te gaan of er geen stukken dubbel in de lijst staan, wat trouwens ook zo is. Er staan stukken dubbel in, bijvoorbeeld een amfibievoertuig JMCDUKW353: dat staat er twee keer in.

Ik kan natuurlijk opnieuw de lijst opvragen en vragen naar die serienummers, maar ik weet dat ik als antwoord krijg dat u verwijst naar uw antwoord op mijn schriftelijke vraag. Kortom, meerdere aanwijzingen tonen aan dat die lijst niet klopt. Ik vraag mij af of daar al dan niet bewust fouten in zijn geslopen.

Nogmaals wil ik aanhalen dat het museum ook operationele wapens bezit en dat daarmee heel voorzichtig moet worden omgegaan.

Ik sluit mij aan bij collega De Vriendt. Ik denk dat het zeer verstandig zou zijn om een volledige doorlichting te vragen. Uit alles blijkt immers een enorme nonchalance in dat museum. De bezoeker verdient dat niet, maar het personeel aldaar evenmin, want dat geraakt erg gedemotiveerd.

De voorzitter: Even tussendoor, noch ik, noch de secretaris kunnen ons herinneren dat deze commissie diverse keren zou gevraagd zijn om welke activiteit dan ook bij te wonen in het Lergermuseum.

Minister Pieter De Crem: Ik kan in elk geval zeggen dat sinds ik minister ben de leden van de commissie voor de Landsverdediging en van de commissie voor Buitenlandse Zaken en Defensie van de Senaat steeds ten persoonlijke titel op hun correspondentieadres worden uitgenodigd voor openingen van tentoonstellingen, en daarop zijn honderden mensen uitgenodigd en er komen ook honderden mensen naartoe.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, mijn fractie heeft nooit een uitnodiging ontvangen voor een plechtige bijeenkomst of feestelijkheden in het Legermuseum. Wij zouden daar zeker aanwezig zijn geweest. Wij zijn trouwens op eigen initiatief met een N-VA-delegatie op bezoek geweest in het museum. Wij hebben daar een rondleiding gekregen van een gids, een uitstekende gids trouwens. Wij zijn dus wel op de hoogte hoe het museum er binnenin uitziet.

Mijnheer de minister, ik vraag helemaal niet naar de inhoud van een evaluatie. Ik begrijp heel goed dat we hier niet kunnen ingaan op persoonlijke dossiers.

Ik vraag alleen maar of de evaluatie is gebeurd. Een simpel ja of neen volstaat. U weigert hierop echter te antwoorden. Ik ga er daarom vanuit dat die evaluatie niet is gebeurd. Dan houd ik mijn hart vast of er uit de nieuwe selectieprocedure geen juridische problemen zullen voortvloeien.

Verder zegt u dat het museum goed werk heeft geleverd. Ik stel mij daar veel vragen bij. Zeker wat betreft transparantie en organisatie is er volgens mij enorm veel werk aan de winkel.