Vragen over toegang tot leersteun

Aanleiding zijn signalen van op het terrein dat scholen en leersteuncentra steeds vaker tegen grenzen aanlopen. Zo duiken getuigenissen op van informele aanmeldingsstops en situaties waarbij geen verslag meer wordt aangevraagd omdat er onvoldoende uren leersteun beschikbaar zijn.

Grosemans vroeg de minister hoe met dergelijke praktijken wordt omgegaan en hoe gegarandeerd wordt dat elke leerling met een reële ondersteuningsnood tijdig en objectief wordt beoordeeld. Daarnaast kaartte ze ook de regionale verschillen aan en vroeg ze welke stappen nodig zijn om gelijke kansen op ondersteuning te waarborgen. Ook de hervorming richting meer inclusief onderwijs en de conclusies van de staten-generaal rond ‘scholen voor iedereen’ kwamen aan bod.

Geen plaats voor aanmeldingsstops

Minister Demir is duidelijk: formele of informele aanmeldingsstops zijn niet toegelaten. Beslissingen moeten vertrekken vanuit de onderwijsbehoeften van de leerling, niet vanuit beschikbare middelen of organisatorische beperkingen.

Scholen hebben wel de opdracht om eerst maximaal in te zetten op basiszorg en verhoogde zorg. Pas wanneer die onvoldoende zijn, wordt externe leersteun opgestart.

Strenger toezicht en duidelijke kaders

Om een objectieve en tijdige beoordeling te garanderen, bestaan er kwaliteitskaders voor scholen, CLB’s en leersteuncentra. De onderwijsinspectie ziet erop toe dat deze ook effectief worden toegepast. Overleg tussen de verschillende partners moet ervoor zorgen dat ondersteuning correct en evenwichtig wordt toegekend.

Gelijke kansen voor elke leerling

De minister erkent dat regionale verschillen kritisch moeten worden opgevolgd. Via monitoring en overleg wordt nagegaan hoe ondersteuning verdeeld wordt, met als doel elke leerling gelijke kansen te bieden, ongeacht de regio.

Naar een eenvoudiger systeem

Volgens minister Demir is het huidige systeem te complex geworden. Daarom wordt gewerkt aan een hervorming die meer focust op de concrete noden van leerlingen en minder op labels en procedures. De aanbevelingen van de commissie Attesteringen en de inzichten uit de staten-generaal worden meegenomen in dat traject.

Karolien Grosemans: “Het is belangrijk dat ondersteuning vertrekt vanuit de noden van het kind, en niet beperkt wordt door beschikbare middelen. We moeten blijven werken aan een systeem dat eerlijk, duidelijk en werkbaar is voor iedereen.”

Onderwerpen