Kunnen we bijen laten slapen?

Door Karolien Grosemans op 3 februari 2020, over deze onderwerpen: Landbouw, Parlement

BRON: VILT

Tijdens de Commissie Landbouw kwam de bijenproblematiek ter sprake. N-VA-parlementslid Karolien Grosemans zette het item op de agenda en vroeg een stand van zaken van minister van Landbouw Hilde Crevits (CD&V) over de bijensterfte en of er voldoende ingezet wordt op sensibilisering van de burger.
Door de zachte winter, met dagelijkse temperaturen van meer dan 10 graden, ontwaken de bijenvolken nu al uit hun winterslaap, stelt Grosemans. “Dat maakt dat ze nu al op zoek gaan naar nectar die er helemaal niet is. Daardoor moeten de bijen hun reserves aanspreken en raken ze uiteindelijk verzwakt”, zegt Grosemans. “De sterke afname van het aantal bijen is zeker voor fruittelers een groot probleem, want onderzoek van onder meer KU Leuven heeft al meermaals aangetoond dat honingbijen een niet te onderschatten bijdrage leveren aan de kwaliteit en de kwantiteit van ons fruit.”
 

De minister benadrukt dat wintersterfte van bijenvolken van alle tijden is. “De wetenschap beschouwt tot ongeveer 10 procent jaarlijkse sterfte als een normale of natuurlijke gang van zaken”, zegt ze. “Maar sinds de komst van de varroamijt, begin deze eeuw, worden geregeld hogere sterftecijfers genoteerd.” Deze parasiet verzwakt de bijen waardoor ze vatbaarder zijn voor ziektes en kwetsbaarder voor omgevingsfactoren.
Het voedselaanbod voor bijen is voor de minister een aandachtspunt. “De meeste drachtplanten die in de natuur voorkomen, bloeien van de lente tot de vroege herfst, maar nadien kunnen bijenvolken nog maar weinig voedselbronnen vinden”, aldus Crevits. “In het kader van de vergroening van het gemeenschappelijk landbouwbeleid hebben we onze boeren de voorbije jaren verplicht om ecologisch aandachtsgebied aan te leggen, zoals bijvoorbeeld akkers waar na de hoofdteelt gele mosterd wordt ingezaaid.” Dergelijke laatbloeiende gewassen geven nog nectar tot het diepe najaar.
 
Van mogelijkheden om bijenvolken kunstmatig in een winterslaap te houden bij hoge wintertemperaturen, heeft de minister geen weet. “Maar er zijn wel andere succesfactoren bekend die de kans op wintersterfte verlagen.”
 
De minister verwijst naar de kennis van goede imkertechnieken. “Als een onervaren imker zijn bijen verzwakt de winter in laat gaan, dan zullen er te weinig zogenaamde ‘winterbijen’ overblijven om de lente te halen. Winterbijen zijn de bijen die de kolonie door de winter helpen. Ze leven langer doordat ze in het najaar meer worden verwend, meer gevulde vetlichaampjes kunnen ontwikkelen, en zelf minder hoeven te doen, zoals minder larven voeden of minder bijenwas uitzweten.”
 
De varroabestrijding van eind vorig jaar heeft ook bijgedragen tot een verlaging van de sterfte. “Door de hoge temperaturen van toen zijn er extra generaties varroamijt bijgekomen, terwijl de bijen ook langer actief zijn blijven uitvliegen en dus minder in contact zijn gekomen met het beschermingsmiddel oxaalzuur, dat in november in de kast werd aangebracht door de imkers”, weet Crevits. “In veel gevallen was er dus een bijkomende behandeling in december nodig om de kansen op overleving de maanden nadien te vergroten.” Omdat die varroaparasiet met stip de belangrijkste oorzaak is, wordt er ook aan een genetische selectie naar varroaresistente bijenrassen gewerkt.
 
Ondertussen is ook het Bijenteeltprogramma 2020-2022 van start gegaan, dat voortbouwt op de successen van zijn voorganger en dezelfde doelstellingen voor ogen heeft op vlak van imkertechnieken en genetische selectie. “Bijkomend focussen we op een aangepaste opleiding en vorming van startende imkers”, zegt Crevits. “Net als in de landbouw trouwens, is die instroom van jonge mensen belangrijk, en dat is ook een probleem.”
 
Ook sensibilisering is van groot belang. “Vanuit het landbouwbeleid focussen we in de eerste plaats op de bijentelers”, gaat Crevits verder. “Het Praktijkcentrum Bijen vervult een essentiële rol als coördinator, en als buffer tussen de vele imkerverenigingen in het toch vrij versnipperde Vlaamse imkerlandschap. Het praktijkcentrum is een overlegplatform waarin de betrokken onderzoek- en onderwijsinstellingen werken aan een grotere coördinatie van hun onderzoeksactiviteiten. Naast die diverse imkerverenigingen zijn ook Honeybee Valley van de UGent, het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) en de hogeschool VIVES actief binnen het Praktijkcentrum Bijen.”
 
Sensibilisering is niet alleen voor professionelen belangrijk maar evengoed voor particulieren. Via de Week van de Bij, telkens de eerste week van juni, worden tal van initiatieven genomen om mensen en gemeenten bewust te maken van het belang van de insecten.
 

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is