Mondelinge vraag aan minister Vandeput: War Heritage Institute

Door Karolien Grosemans op 8 maart 2018, over deze onderwerpen: Defensie

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "het taalevenwicht in het War Heritage Institute dat recent werd opgericht" (nr. 23932)

28 februari 2018

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, het War Heritage lnstitute werd in april 2017, bijna een jaar geleden, opgericht en omvat onder andere het Koninklijk Legermuseum en andere sites die historische stukken bijhouden of belangrijke plaatsen zijn om de herinnering aan de geschiedenis levend te houden.

In het verleden bleek uit talrijke vragen over het Legermuseum dat er ernstige problemen waren op het vlak van het beheer en het personeelsbestand.

Uit een schriftelijke vraag die ik onlangs stelde, bleek ook een enorm taalonevenwicht van 177 Franstalige tegenover 85 Nederlandstalige personeelsleden, dus 68 % Franstaligen en 32% Nederlandstaligen.


Mijnheer de minister, ik heb de volgende vragen.

Ten eerste, wat is de reden voor deze wanverhouding?

Ten tweede, wat is de normale samenstelling van het personeelsbestand op het vlak van taal in dit instituut?

Ten derde, is de raad van bestuur zich bewust van het probleem? Heeft het een plan om het op te lossen?

Ten vierde, wie ziet toe op de correcte uitvoering van wetten en voorschriften in het War Heritage Institute?

 

Minister Vandeput (N-VA): Mevrouw Grosemans, het taalonevenwicht binnen het War Heritage Institute is te wijten aan historische verschillen, maar vooral aan het feit dat het huidige personeelsbestand het gevolg is van de samensmelting van de verschillende instellingen die samen het WHI vormen. Daarbij worden ook de militairen opgenomen in het overzicht per taalstelsel.

Het taalonevenwicht zal dienen weggewerkt te worden via de nieuwe aanwervingen. Deze zullen gebeuren op basis van de nog op te stellen en goed te keuren taalkaders. U weet dat het WHI een nieuwe instelling is en de taalkaders dienen nog te worden opgesteld.

De raad van bestuur van het WHI is zich bewust van het ontbreken van taalkaders en zal tijdens de volgende vergadering, die is gepland op 5 maart 2018, aan het directiecomité om een stand van zaken vragen.

Zolang er geen taalkaders voor het WHI beschikbaar zijn, mogen er van de Vaste Commissie voor Taaltoezicht immers geen benoemingen of bevorderingen plaatsvinden, hetgeen een stilstand op personeelsvlak betekent.

Onze regeringscommissaris zal dan ook tijdens de vergadering vragen de taalkaders zo snel mogelijk ter goedkeuring aan de raad van bestuur voor te leggen.

Karolien Grosemans (N-VA): ank u voor uw antwoord, mijnheer de minister. U weet dat er in deze commissie altijd enorm veel vragen worden gesteld over het War Heritage lnstitute en het Koninklijk Legermuseum. Heel veel fracties vinden de opdracht ervan belangrijk, namelijk de herinnering in stand houden. Het is dan ook van het allergrootste belang dat het instituut op een correcte manier bestuurd wordt, zeker op het vlak van het personeelsbestand. Wij hebben in het verleden al vaak gemerkt dat het personeelsbeheer dikwijls de oorzaak is van problemen.

Het moet mij van het hart dat ik het enorm straf vind dat het directiecomité bij zo'n groot taalonevenwicht bijna een jaar na de oprichting nog altijd niet in taalkaders heeft voorzien. U zegt dat benoemingen of bevorderingen in het afgelopen jaar niet mogelijk waren, aangezien de Vaste Commissie voor Taaltoezicht die niet toelaat.

Ik vind het heel positief dat u via de regeringscommissaris vraagt om de taalkaders zo snel mogelijk aan de raad van bestuur voor te leggen. Ikzelf zal zeker nagaan of er in het afgelopen jaar geen benoemingen of bevorderingen hebben plaatsgevonden. Ik zal ook geregeld op dit onderwerp terugkomen, om zeker te zijn dat het instituut zijn maatschappelijke taken correct vervult.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is