Mondelinge vraag inzake het Europees interventie-initiatief (EI2)

Door Karolien Grosemans op 31 januari 2019, over deze onderwerpen: Defensie, Parlement

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "het Europese interventie-initiatief (EI2)" (nr. 26349)

18 juli 2018

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, de Franse minister van Landsverdediging verklaarde in de pers dat op maandag 25 juni negen Europese landen een intentieverklaring ter oprichting van een Europees interventie-initiatief ondertekenden. Ook ons land ondertekende deze intentieverklaring.

Ten eerste, kunt u deze intentieverklaring toelichten? Wat zijn de belangrijkste verplichtingen die deze overeenkomst met zich brengt voor ons defensiebeleid?

Ten tweede, werden er nog andere landen uitgenodigd om de verklaring te ondertekenen? Zo ja, wat waren de redenen om niet te ondertekenen? Laten zij de mogelijkheid van een toekomstige ondertekening open?

Ten derde, welke impact heeft deze intentieverklaring op de militaire samenwerking van PESCO?

Tot daar mijn vragen.

 

Minister Steven Vandeput (N-VA): Het Europese interventie-initiatief gaat uit van Frankrijk. De hoofd-bedoeling is een gemeenschap-pelijke strategische veiligheids-cultuur tot stand te brengen, zonder extra operationele of commandostructuur. Het is niet gebonden aan een bepaalde organisatie, maar de NAVO en de EU zullen er de vruchten van plukken.

De landen die ondertekend hebben zijn België, Denemarken, Estland, Frankrijk, Duitsland, Nederland, Portugal, Spanje en het Verenigd Koninkrijk. Italië kon door de recente regeringswissel niet tijdig tot een politiek akkoord komen om de intentiebrief mee te ondertekenen. De toetreding door andere landen kan in de toekomst worden overwogen.

Het initiatief beperkt zich niet tot het Europese verband. Denemar-ken en het Verenigd Koninkrijk doen mee. Na de brexit zal het VK als derde land deelnemen aan de PESCO-projecten. Alle leden willen een sterke band behouden met dat voor de Europese veiligheid en defensie belangrijke land.

Op 25 juni werd de intentieverklaring — the letter of intent — ondertekend. Wij bevinden ons dus in een zeer vroege fase, waarin voornamelijk de objectieven zijn bepaald. De invulling zal nu stapsgewijs gebeuren door het organiseren van verkennende vergaderingen op strategisch niveau. In het najaar zullen de eerste bevindingen worden voorgelegd aan de betrokken ministers van Landsverdediging en naarmate de invulling duidelijker wordt, zal een stichtende memorandum of understanding worden opgesteld.

België ziet in dit initiatief een opportuniteit om een aanzet te geven voor een gemeenschappelijke veiligheidscultuur, maar ziet geen noodzaak om hiervoor nieuwe operationele of commandostructuren te ontwikkelen.

 

Karolien Grosemans (N-VA): Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw duidelijk antwoord. 

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is